Klaar staan

Lezingen: Wijsheid 18,5-9 (Het volk wordt gered), Lucas 12,32-40

“Vrees niet, kleine kudde.” Dit bemoedigend woord van Jezus hebben we in deze tijd hard nodig als een riem onder het hart. De volgelingen van Jezus waren inderdaad maar een kleiene kudde. Na een korte periode van begeestering, lezen we in het evangelie dat veel leerlingen hem verlieten. Ze verwachten van Hem alleen brood en wonderen, en voor de Blijde Boodschap hadden ze geen oor.

Van zijn apostelen verwacht Jezus dat ze open staan voor zijn zending: “Het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te schenken.”

Wat is dat Koninkrijk? Is dat niet je eenvoudig en steeds weten in de hand van God, kind bij God zijn? Maar dat Koninkrijk is en zal getekend zijn door zwakheid en tekorten van zijn mensen, maar zal toch toekomst hebben en op het einde der tijden door God voltooid worden.

Een triomfale kerk, met gezag in de maatschappij is voorbij. De overvolle kerken met een overvloed aan priesters is verleden tijd. Nu wankelen al die strukturen van deze kerk. De geloofszekerheid is ver te zoeken en spreekt de jeugd en jongeren van deze tijd niet meer aan. Het traditiechristendom heeft afgedaan en geloven wordt een persoonlijke keuze. Zelfs trouwe kerkgangers vragen, met hoop en vrees, zich af, hoe het nu verder moet. Ook voor hen geldt de boodschap van de Heer: “Wees niet bang.”

Deze laatste woorden uit het evangelie zijn nog ouder. We lezen er over in de eerste lezing: Het joodse volk trekt weg uit Egypte: niet angstig om wat hun te wachten staat, maar “vol vreugde”, omdat ze op hun God en zijn Verbond met hen vertrouwden. Maar ze moesten er wel wat voor doen het goede delen en vertrouwen in de belofte.

Aan die woorden willen we ons vandaag ook vasthouden. De crisis waarin we verkeren kan ook een tijd van bezinning zijn. Wat vraagt Christus van zijn Kerk? Wat verwachten wij van de Kerk? En wat verwacht de kerk van ons? Want wij zijn toch die Kerk! Elke crisis veroorzaakt angst, angst voor verandering, angst om bepaalde zekerheden te moeten prijsgeven.

Het verhaal van christelijke hoop moet weer herschreven worden: Wellicht worden we weer de kerk van de armen: arm aan macht en rijkdom, arm aan prestatie, arm aan priesters en religieuzen, arm aan middelen. Maar wel kind van God.

Talrijke groepen in onze kerk zijn daarmee bezig. Zo is de groep Kerk en Ambt bezig met nieuwe vormen van kerk-zijn, met nieuwe vormen van vieren van het geloof in de belofte, met ander soort van voorgangers. Ook krijgt de diaconie in onze kerk weer vorm enzovoorts. Vandaag worden we opgeroepen ieder een steentje bij te dragen aan een betere wereld, aan dat Koninkrijk hier op onze aarde. Een moeizame opdracht.

Maar is die Heer die aanklopt zo ver weg? Hij komt als de mens naast ons, die een beroep op ons doet, soms heel onverwachts. Het kost je dan moeite naar hem te luisteren, een stap mee te gaan, een oplossing te zoeken voor zijn probleem. Of, zoals eens Don Bosco zei: “Doen wat de omstandigheden vragen en de Geest je ingeeft.”

In het tafelgebed zullen we straks bidden: “Vestig uw toekomst, de nieuwe schepping, waar Gij ons licht zijt.” De belofte aan Mozes “ik-zal-er-zijn-voor-jou”, geldt ook voor ieder van ons. We hoeven niet bang te zijn voor de Heer van allen, die komen zal om recht te doen aan deze wereld, doden en levenden.

Bert van Balkom sdb
Bronnen:
Weekendliturgie (Gooi & Sticht)
Nieuwe preken (Jos Lammers)
Lucas (S. Berkelbach)

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie