Het verhaal van de Levende

Lezingen: Lucas 24, 1-12

Op 23 december, vlak voor het afgelopen kerstfeest, stierf Edward Schillebeeckx, de grote Vlaams-Nederlandse theoloog die zo’n belangrijke rol heeft gespeeld in het nieuwe theologische denken. Zes en negentig jaar werd hij. Langzaam maar zeker liep zijn leven ten einde. Op zijn sterfbed wilde hij geen verdovende medicijnen, benieuwd als hij was wat hij allemaal in zijn laatste uren zou ervaren. Op zijn gedachtenisprentje lees ik: “In de ochtend van 23 december: ‘Ik heb het gevoel dat ik geroepen word’, heel stilletjes uitgesproken. En dan in de vroege namiddag: ‘Ik zie een deur, half open en véél licht.’ Dat zal hét Licht wel zijn.” Tot zover het citaat.

Is dat geen merkwaardige ervaring? Vaak wordt de dood als een groot zwart gat gezien. Het leven loopt dood. Het is als een doodlopende straat, er is geen verder meer, geen lichtend perspectief, geen poort of deur meer in de muur …. Op zo’n doodlopende muur kun je ook tijdens je leven stoten. Je kunt dood gaan voor je tijd als je leeft in bitterheid, in haat, in afzondering, in vastgekit verdriet…

De leerlingen van Jezus leven ook in een donker gat nadat hun meester is vermoord … doodse donkerte. Voorbij zijn alle mooie dromen over een betere wereld. Dat herkennen we dus in hen: dat duisternis van doodsangst je soms omklemt. Maar we worden niet in het donker gelaten. Van de andere kant uit wordt er op de deur geklopt, de deur van ons hart: “Word wakker, sta op uit een doods bestaan, ga binnen in het huis van de Levende.”

Dat willen zeggen: “Ga niet bij de pakken neerzitten, want het licht van Christus is niet klein te krijgen. Het wil ook doorbreken in jouw duister bestaan.”

Eigenlijk gaat het met Pasen daarom: hoe somber en donker het er ook uitziet voor jou persoonlijk, of voor ons samen in kerk en maatschappij, deze avond van waken vertelt ons

  • dat er een God is opgestaan die in het donker geroepen heeft om licht en het licht werd geboren en leven was mogelijk;
  • dat er een Mozes is opgestaan tegen een knechtende farao, en hij leidde Gods volk naar een nieuw land en een nieuw leven;
  • dat er een Jezus is opgestaan tegen een verhard godsdienstig systeem. Hij bracht licht in het leven van kwetsbaren, maar duistere krachten brachten hem om;
  • dat er vrouwen zijn opgestaan, tegen de mannen in die zich, naar het leek, al hadden neergelegd bij dit einde. Zij gingen naar het graf en hoorden daar dat hij was opgestaan;
  • en dat toen uiteindelijk al zijn vrienden zijn opgestaan uit hun teleurstelling en verdriet en dat ze toen overal en iedereen vertelden: Jezus die gekruisigd werd en gestorven is, is opgestaan uit de dood!

Zoals dat kleine vlammetje kon uitgroeien tot een zee van licht in de harten van Jezus’ leerlingen. Langzaam maar zeker heeft zich onder hen het besef verspreid dat hij met zijn manier van leven niet klein te krijgen was. Het zou doorgaan en het ging door: hoop die niet sterven wil! De steen voor hun hart werd weggerold, er kon weer licht naar binnen komen!

Kunnen wij nu ook opstaan tegen alles wat mensen kwaad doet en onnodig verdriet: tegen het verlammende idee dat geloven uit de tijd is en samen-kerk zijn voorbij, omdat het godsdienstsysteem zich ook nú zo vaak verhard en er zoveel misstanden aan het licht komen?

Misschien is het u opgevallen dat het paasevangelie helemaal niet eindigt in een alleluia-stemming, maar nogal abrupt met de vermelding dat Petrus verbaasd nadacht over hetgeen gebeurd was.

De geschiedenis vertelt dat de eerste christenen in de nacht van Pasen, samen met de doopleerlingen het hele evangelie in één ruk uitlazen tot en met het abrupte einde. Dat slot was bedoeld als een uitdaging. “En nu zijn jullie die zo meteen gedoopt worden, aan zet. Zijn jullie samen met ons, de gedoopten, bereid om op te staan en handen en voeten te geven aan het goede nieuws van leven door elke dood heen?”

Wij hebben vanavond het water van de doop uitgegoten. We hebben in ons midden een dopeling en we hebben elkaar, die eens gedoopt zijn. We hebben het water gezegend en we zingen en belijden dat we door de hoge zeeën die geen mens gespaard worden, heen zullen komen. We gieten dat water uit over onze dopeling en vernieuwen er met z’n allen onze doop mee. Stamelend nemen we grote woorden in de mond om ons te scharen in de rij van al die mensen vóór ons en naast ons die het ook geprobeerd hebben: te geloven dat het kan, licht in het donker, leven tegen de dood in.

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie