Hem herkennen: uitstraling

Lezing: Lucas 9, 28-36 (Jezus op de berg Tabor)

Zes zondagen aan elkaar geregen door steeds hetzelfde openingslied en door het thema “Hem herkennen”. De leerlingen van Jezus van Nazareth herkennen hem het liefst in de superster die alles kan en voor wie iedereen door de knieën gaan. Zoals in het verhaal dat vandaag centraal staat: hoe Jezus van uiterlijk verandert, daar boven op de berg, en één en al licht uitstraalt. Zijn witte kleding duidt al op Pasen. Succesvol: zo zien we onze helden het liefst. Maar succes kan niet altijd blijven.

En Jezus neemt zijn leerlingen weer mee in de schaduw van het dal. Hij vraagt hem te volgen op zijn ingeslagen weg. Trouw aan zijn roeping moet hij door lijden en dood heen.

Geen licht zonder schaduw, geen Pasen zonder Goede Vrijdag.

Overweging

Nu, door het lengen van de dagen, kou en duister worden verjagen, en er zelfs af en toe een voorjaarszon door de wolken breekt, ervaren we meteen weer wat licht doet. Licht vrolijkt op, laat vogels zingen en het bloed tintelen. Maar met de komst van meer licht wordt ook de schaduw scherper. Wie licht ontsteekt, maakt schaduw. Dat gebeurt niet alleen met licht, dat is met alles zo in het leven. Waar leven is, daar is dood. Waar goedheid is, daar loert het kwade, waar rijkdom is, komt armoede in beeld, waar succes is, kan ook gefaald worden en waar roeping is, is beproeving.

Dat ondervindt ook Jezus van Nazareth die worstelt met zijn roeping. De irritatie rond zijn stellingname over barmhartigheid was zo hoog opgelopen bij farizeeërs en schriftgeleerden, dat ze een gelegenheid zochten om hem te kunnen aanklagen. Dat had Jezus in de gaten, en deze weerstand op leven en dood dwong hem tot de keuze: ga ik door op deze conflictueuze weg en blijf ik trouw aan mijn roeping, of breng ik mezelf in veiligheid door er mee op te houden? In deze gemoedstoestand gaat hij de berg op om te bidden; om zich te bezinnen op wat hem in deze kritische fase van zijn leven te doen staat. En in zijn bezinning verschijnen dan Mozes en Elia voor zijn geestesoog. Want waren ook deze twee oer-profeten niet doorheen woestijn en leegte, doorheen teleurstelling en ontmoediging tot godsontmoeting gekomen? Aan hún exodus spiegelt Jezus zijn eigen weg vol beproevingen, om houvast en inspiratie te vinden bij zijn keuze. Het effect hiervan wordt zichtbaar in de glans die hij uitstraalt.

Terwijl Jezus bidt en met Mozes en Elia spreekt over zijn heengaan, over zijn dreigende dood, zijn zijn leerlingen in slaap gevallen. Als ze wakker worden zien ze wel het effect van zijn bezinning, namelijk dat hij Gods tegenwoordigheid en kracht uitstraalt. Zoveel licht en zoveel schoonheid: ze kijken hun ogen uit en wanen zich in de hemel. Daar mag geen einde aan komen!

Dat kennen wij ook wel: mooie dromen mogen niet verstoord worden, daar willen we in blijven hangen. Maar dan gaat die ellendige wekker af en zijn we terug op aarde.

Bij de leerlingen is die wekker nog niet afgegaan. “Blijf”, zeggen ze, “We zullen drie tenten bouwen, dan kunnen we dit hemeltje op aarde vasthouden.” Maar een wolk vaagt alles weg. Wel klinkt nog een stem uit de wolk met de aanbeveling goed naar Jezus te luisteren. Hij is door God uitverkoren.

Dan moeten ze de berg weer af, het dal in, terug naar het gewone leven. De schaduw betreden van het prachtige licht dat ze gezien hebben. Ze voelen zich wel sterker door het gebeuren. Ze zijn bevestigd in hun vertrouwen op Jezus: Hij is de man naar God’s hart en wijst de weg in het land van de schaduw.

Maar wat de leerlingen eigenlijk wilden, boven op die berg blijven in dat schitterende licht, willen wij allemaal wel. Een hemeltje op aarde, een leven zonder dood, een gezondheid zonder kans op ziekte, altijddurende liefde zonder ruzie of jaloezie, knap zijn en eeuwig jong blijven, vrede in de wereld zonder die verpletterende schaduw van het geweld.

Daar kwamen ook de medewerkers van onze liturgiegroep achter toen ze portretten zochten voor een collage onder de titel: “Hem herkennen”. De tijdschriften die zij erop nasloegen toonden alleen lachende mensen. Mensen die anders zijn worden liever niet gezien. De N.S. hebben posters van de kunstmanifestatie “Niet normaal” in de Beurs van Berlage geweigerd op te hangen. Op de poster is o.a. een man te zien van wie een arm en een been geamputeerd zijn. Daar willen ze de reizigers niet mee confronteren.

Een landje boven de berg en alle geslaagde mensen in stralend wit bij elkaar. En mochten er nog sukkelaars en gemeneriken zijn, dan zitten die diep in het dal. Maar die zien we niet meer, want wij zitten in de wolken. Zo proberen we onze schaduw te ontlopen. We verzinnen voor onszelf een hemel om aan de dagelijkse ellende te ontkomen.

Daarom koos ik als tegengeluid die indringende brief van Etty Hillesum als eerste lezing. Zij ziet de vuile oorlogsellende om zich heen en sluit haar ogen er niet voor, zoals velen dat in die tijd wel deden. Ze ziet dat mensen monsterlijke ruines van elkaar maken, maar ze blijft God zoeken. Ze houdt God overeind door die kleine kwetsbare mens te zoeken achter de lelijke maskers die ze zichzelf opzetten. Ze verdwaalt niet in haar eigen hemeltje. Ze zoekt licht in het dal vol schaduwen. Want waar schaduw is, daar moet toch ook ergens licht zijn.

Mensen zoals Etty Hillesum verlossen ons van het waanidee dat wij hemeltjes van licht en geluk kunnen bouwen zonder schaduwzijde. Het waanidee dat er vrede voor ons mogelijk zou zijn zonder recht op menswaardig leven in oorlogsgebieden. Het waanidee dat ons brood kan smaken als we niet willen weten van de honger van de miljoenen. Het waanidee dat wij vrolijk feest kunnen vieren en ons gelukkig kunnen wanen ten koste van de eenzaamheid die de langdurig zieke treft.

We kunnen onze ogen niet blijven sluiten voor die doodzieke mens die angsten uitstraalt. We kunnen niet blijven weglopen bij die depressieve mens die geen levenszin meer ziet. Er bestaat geen hemel op aarde zonder oude mensen die dement zijn, zonder gehandicapten, zonder vluchtelingen die op onze deur kloppen.

Als we onze schaduw willen ontlopen, zullen we verteerd worden door het felle licht van de zelfgeschapen hemel. Als we ons leven willen verlichten, zullen we God moeten zoeken in het gewone leven. Waar we Hem herkennen heeft God ons voorgehouden: in de minsten en geringsten.

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie