Hem herkennen: in de ander

Lezingen: De drie bomen; Lucas 13, 1-9

Rampen en verschrikkingen zijn van alle tijden. Soms ontsnap je er ternauwernood aan. Dan heb je geluk gehad. Soms zijn mensen op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats en worden slachtoffer van een rampzalige gebeurtenis. Onlangs nog stortte in het Marokkaanse Meknes tijdens het vrijdagsgebed de minaret in van een eeuwenoude moskee. Veertig doden en zeventig gewonden. Bijna dagelijks komen in Afghanistan onschuldige burgers om bij terroristische aanslagen of vergissingsbombardementen.

In de maand september van het voorbije jaar waren het mijn vrouw en ikzelf die de dood voor ogen zagen. We waren op doorreis in Roemenië en reden met een rustig gangetje door het schitterend landschap van de Karpaten. Plotseling doemde vanuit een nabije bocht een vrachtwagen op. De chauffeur had de bocht te ruim ingezet. Hij reed op onze weghelft en kwam recht op ons af. De vrachtwagenchauffeur gooide zijn stuur om, maar de oplegger volgde niet en begon te scharen. Om een botsing te vermijden reed ik de berm in. Hobbelend kwamen we tot stilstand. Tot ons geluk was er juist op die plaats een oprit naar een kerkje, waardoor uitwijken mogelijk was. Het was zondagmorgen. Dorpelingen waren op weg naar de kerk. Direct kwamen ze ons gelukwensen en troosten bij zoveel schrik. Eén vrouw zei ons in het Roemeens: “Dumnezeu va iubește foarte mult!” (Onzelieveheer houdt wel erg veel van jullie.) Zij had een bosje bloemen bij zich om in de kerk bij een icoon te zetten. Dat gaf ze ons. Zo’n gebaar op zo’n moment doet je goed. Daarom ook hebben we één bloemetje van het boeketje gedroogd en bewaard: ik heb het hier.

Aan deze gebeurtenis, waaraan we overigens geen trauma’s hebben overgehouden, moest ik terugdenken, toen ik las over de twee rampen in het evangelie van vandaag: het neersabelen van de Galileërs en het dodelijk ongeluk door het instorten van de toren van Siloam. De mensen wilden van Jezus horen, waarom God zulke verschrikkelijke dingen laat gebeuren. “Hadden de slachtoffers het misschien verdiend?”

Wanneer wij na onze terugkomst in Nederland vertelden over ons bijna-ongeluk, reageerde men in noodlotstermen: “Het zal jullie tijd nog niet geweest zijn.” of: “Alles staat al vast; daar kun je toch niets tegen doen.”

Hoe anders reageert Jezus op die rampen. Hij speelt de vraag terug naar de omstaanders. “Denken jullie dat jullie misschien beter zijn, omdat je nog leeft; denken jullie nu echt, dat God dergelijke verschrikkingen werkelijk wil?”

En dan vertelt hij de gelijkenis van de vijgenboom, die zelfs na drie jaar nog geen vrucht draagt. Het geduld van de eigenaar is op en hij geeft de wijngaardenier opdracht deze om te hakken. Deze vraagt nog één jaar compassie. Hij vertrouwt erop, dat de boom vrucht zal dragen als hij deze rijkelijk voorziet van mest en de grond extra los zal spitten.

Zo confronteert Jezus ons via de gelijkenis met onszelf: Tracht niet uit te zoeken, waarom sommige mensen in de problemen raken en jij het nog goed hebt. Laat nare gebeurtenissen die je ter ore komen, eerder een aanzet zijn tot bezinning en bekering. Leg je niet neer bij rampen of bijna-ongelukken in de zin van “die dingen gebeuren nu eenmaal”. Laat je erdoor wakker schudden. Als je vandaag zou sterven, zou jouw leven dan in Gods ogen vruchtbaar zijn geweest? Allemaal hebben we de mogelijkheid in ons om duurzame vrucht voort te brengen. Zijn we daar werkelijk mee bezig? Zijn we bereid ons leven te beteren. Denken we vooral aan ons eigen belang? Herkennen we Jezus voldoende in onze naaste en gedragen we ons daarna in onze contacten? Welke plaats geven we verdriet en narigheid, dat onszelf overkomt, in ons leven? Is er in ons leven werkelijk een nare indringende gebeurtenis nodig om tot bezinning en bekering te komen? Zijn wij de boom die door een trauma zijn groeikracht verloor? Zijn wij de boom die na een ramp maar net doet, of er niets is gebeurd? Of herkennen wij ons in die derde boom uit de eerste lezing, die het verlies van een tak een plaats weet te geven in zijn bestaan en verder groeit, omdat er nog zoveel te groeien is?

Via woord en beeld komt veel verdriet van velen tot ons, maar dat is vaak ver weg en anoniem. We horen over overstromingen in Frankrijk, een aardbeving in Chili en een mislukte oogst in India. Teveel informatie stompt mensen af en roept gevoelens van onmacht op. Zo kunnen we zelfs doof en blind raken voor de noden heel dichtbij.

Weet u dat er ook binnen onze Boskapelgemeenschap meer en meer mensen komen die — al of niet tijdelijk — tussen wal en schip raken? Deze Boskapellers lopen niet te koop met hun zorgen, maar vertrouwen deze wel toe aan onze pastor. Te lang denken velen van hen nog, dat ze het zelf kunnen redden. Ze generen zich om een beroep te doen op bijzondere bijstand of op schuldsanering, of raken verstrikt in de ambtenarij met zijn vele loketten. Aan hun gezichtsuitdrukking zijn hun zorgen vaak niet af te lezen. Zij zijn als één van de vele gezichten op de collage achter mij: bijna iedereen staat daar lachend op en weet zijn problemen te verbergen.

De Boskapellers voor wie wij onze actie houden, raakten tussen wal en schip door onvoorziene factoren, zoals een plotselinge werkeloosheid, problemen met de gezondheid, een scheiding of dubbele woonlasten, omdat hun eerste woning onverkoopbaar blijkt. De inhoud van diaconiepot, waarin we onze gaven storten tijdens Agapè-vieringen, is namelijk niet toereikend om allen onder ons die in problemen zijn geraakt, te helpen. Er is een extra aanvulling nodig.

Onze maatschappij wordt steeds individualistischer horen en lezen we in alle toonaarden. Laten wij daar niet aan meedoen. Onze wereld heeft mensen nodig met passie en betrokkenheid die een plaats geven aan wie dreigt te worden buitengesloten. Onze wereld heeft mensen nodig met oog en oor voor hun medemensen en dat zijn allen die op onze weg komen. Uitzien naar Pasen, doe je door af te zien van eigenbelang en daadwerkelijk te geven voor de ander. Daarom is vandaag de diaconiepot vervangen door de actiebus. Augustinus zei het zo in één van zijn vastenpreken: “Denk vooral aan de armen. Berg wat u zichzelf door soberder te leven ontzegt, in de hemelse schatkamer op. Laat Christus die honger lijdt, krijgen, wat de christen die vast, minder krijgt.”

Nu is het wellicht de andere Boskapeller die in de problemen is geraakt, morgen kunnen we het zelf zijn. Laten we hopen, dat ook wij dan vanuit onze Boskapelgemeenschap de steun en het medeleven krijgen waaraan we op de dat moment behoefte hebben. Laten we Hem herkennen in de ander onder ons die op dit moment op drift dreigt te raken.

Jan Broeders

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie