Hem herkennen: beproeving

Lezing: Lucas 4, 1-13

“Hem herkennen”, dat is het motto dat de zes zondagen tot Pasen aan elkaar rijgt tot één geheel, net zoals het openingslied dat doet.

Hem herkennen in een tocht door de woestijn, maar ook in zijn uitstraling op de berg; Hem herkennen in een ieder die zijn medemens de hand reikt, maar ook in zijn verlatenheid en lijden. Hem herkennen in de mensen om ons heen! Het kan een enorme bemoediging voor ons zijn dat er geen hemelsbreed verschil is tussen het leven van Jezus en ons leven. Hij werd óók, zoals Paulus zegt, op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij.
Daarover gaat het vandaag. Maar het is ook bemoedigend hoe hij, door de kracht van de Geest, staande bleef in de beproeving.

Dit is de wens voor ons allen: dat in de veertigdagentijd ieders roeping tot christen-zijn weer zó gaat wortelen, dat we er gesterkt en geïnspireerd uit komen!

Overweging

Een schitterende ervaring was het geweest: die doop in de Jordaan! Als in een visioen had hij, zoon van een timmerman, uit een dorp van niets, een stem gehoord, een stem van boven die zei: “Jij bent mijn liefste zoon, de man naar mijn hart!” Hij was nu een jaar of dertig . Hij kende de tradities van zijn volk, had de woorden van de profeet gehoord en overwogen, en wilde daar nu iets mee gaan doen. Maar hoe? Zou hij zich aansluiten bij Johannes, de boeteprediker? Was dat zijn weg? Of had hij een eigen weg te gaan? Maar wie was hij om dit te willen? Met deze vragen worstelde hij. En die worsteling maakt hij tot inhoud van gebed! “Laat mij zien welke weg ik te gaan heb.” Als hij zo, al biddend, zijn doop ondergaat, opent de hemel zich voor hem en ziet hij zijn weg voor zich. Naast de prediking van boete zal het zijn roeping zijn om dienaar van de Blijde Boodschap te worden, om mensen in Gods naam te bevrijden van wat hen gevangen houdt.

Bevestigd en vol van geestkracht trekt Jezus dan de woestijn in om zich voor te bereiden op zijn taak. Maar die bevestiging is geen bezit, en na die schitterende doopervaring komt de beproeving. Want: in dat oord van verlatenheid kun je jezelf vreselijk tegenkomen. Er is geen luxe, geen brood en spelen, je wordt teruggeworpen op het kale bestaan, op jezelf, op je God. De duivel, wie of wat hij ook is, heeft vrij spel en sleept Jezus van hot naar her: van de woestijnvlakte naar een hoge berg, en van de berg naar het dak van de tempel: van laag naar hoog, van de woestijn naar de stad, van honger naar verzadiging, van macht naar vervulling, van verachting naar aanbidding; alles wat het leven te bieden heeft, wordt hier aan hem getoond. En dan, aan het eind, gooit hij Jezus als gebiedende vraag voor de voeten: “Waar sta je?” Hij die horen mocht: “Jij bent mijn liefste zoon”, wordt nu op dat zoonschap beproefd: “als je de zoon van God bent, wordt dan de held van het volk: geef hen brood en spelen; wees hun koning, ja: wees hun God!”

In de kern zijn die beproevingen zo oud als de mensheid. Ze spelen in op de menselijke begeerte naar bezit, macht en zelf als God te zijn.

Bij beproeving moet je dus niet denken aan allerlei morele bekoringen, aan de lichte vergrijpen, het rijtje zonden dat we vroeger afdraaiden in de biechtstoel. Het gaat om aanvechtingen, twijfels en vragen op het niveau van je idealen, je identiteit, de weg die je gaat en de roeping die jij probeert te volgen. Voor iemand die niet gedoopt is maar wel de evangelische waarden nastreeft, is die weg, die roeping, gelegen in één norm: “al wat je voor de minsten en geringsten hebt gedaan, heb je voor mij gedaan.”

Als je christen bent, zou je Christus moeten herkennen in die honger en dorst heeft; in de vreemde, de naakte, de zieke, de gevangene. Als je de evangelische waarden nastreeft voed je de hongerigen en les je de dorstigen; laat je de vreemden binnen en kleed je de naakte; leef je mee met de zieke en bezoek je de gevangene. Wie geraakt is door deze Christus, en zijn roeping probeert te volgen, kent ook de tegenstrevende krachten in en buiten zichzelf, die je proberen af te brengen van je roeping en je weg.

Teleurstellingen, desillusies, processen van afbraak, satanische krachten in en om je heen…. “Ach joh, wat maak je je druk: ze hebben het aan zichzelf te danken hoor dat ze in de bijstand zitten…. dat ze ziek zijn….. dat ze gestraft zijn….. ik zeg maar zo: eerst ik, de rest moet er ook maar wat voor doen, ja toch?”
“Je wordt zo beroerd van al die toestanden en feiten van deze tijd…… en wie is er nog te vertrouwen; als ze mij voortaan maar met rust laten!” Zo en nog veel meer wordt er gepraat.

En soms hebben die praters nog gelijk ook: ze verkwanselen je eten, je drinken, je geld en goed; als ze eenmaal binnen zijn ben jíj vergeten, stank voor dank…. Als christen zou je ook daarin Christus kunnen herkennen in wie God zo weerloos aan het licht is getreden:

  • ik heb jullie uit Egypte weggeroepen; jullie riepen: ‘aan het kruis met hem’;
  • ik heb voor jullie water uit de rots doen stromen; jullie hebben me gal en azijn te drinken gegeven;
  • wat had ik nog meer voor jullie moeten doen? Ik heb jullie binnen gevoerd in mijn land, mijn vrede, maar jullie hebben je redder aan het kruis geslagen….

Maar hoe is Jezus in Godsnaam toch staande gebleven in al deze beproevingen? Volgens het verhaal van Lucas door zich steeds opnieuw te oriënteren op de inspiratie die hem werd aangereikt door zijn eigen religieuze traditie. Woorden en figuren uit die traditie spreken hem zó aan dat ze hem de kracht geven trouw te blijven aan die schitterende doopervaring, en wat hij toen als zijn roeping heeft verstaan. Gelouterd en bevestigd kwam hij uit zijn beproevingen tevoorschijn; hij kon er weer even tegen… “voor een bepaalde tijd”.

Waar roeping is, is beproeving. Dat geldt voor ieder die zich geraakt weet door een ideaal en daaraan serieus vorm wil geven. Dat geldt ook voor ons samen die zich in een nieuwe fase inzetten voor een vitale Boskapel. Dat we de woorden uit de traditie hier zó tot klinken weten te brengen, dat ze ons kracht geven en wij voor onze roeping gaan, hier en in ons persoonlijk leven.

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie