De doop van Jezus

Lezingen: Jesaja 40, 1–5.9–11 en Lucas 3, 15-16.21-22

In de eerste lezing hoorden wij woorden als: De luister van de HEER zal zich openbaren voor het oog van al wat leeft. En verderop: Ziehier God, de HEER! Hij komt met kracht, zijn arm zal heersen. En in het evangelie van deze zondag lezen wij: Er klonk een stem uit de hemel: “Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.

Woorden die klinken uit een ver verleden, woorden die wij in onze taal niet meer gebruiken, woorden die wij bijna niet meer verstaan. Wat moeten we ermee in onze huidige wereld en samenleving? Maar gelukkig staan deze woorden niet op zichzelf. Ze zijn ingebed in een eeuwenlange traditie. En krijgen pas betekenis in hun hele samenhang.

En heel de mensengeschiedenis door zijn er mannen en vrouwen geweest, die in hun tijd een belangrijke plaats hebben ingenomen, maar hun woorden en daden overstijgen hun korte levensperiode.

In deze mensengeschiedenis moeten we ook het volk van Israel plaatsen. In het Oude Testament, vandaag bij Jesaja, lezen we hoe dat volk zijn hoop stelde op God hun Heer die zetelt in Sion en eens zal komen in kracht. En toen die Heer, de Messias, kwam herkende het volk Hem niet. Ze dachten dat Johannes de Doper de langverwachte Messias was. Vandaag wordt duidelijk dat Jezus de Messias is, de Zoon van God. Zijn zending wordt vanuit de hemel bekrachtigd door de Geest, in de vorm van een zichbare duif, zoals Lukas, als enige van de drie evangelisten uitdrukkelijk vermeldt. Ook schrijft hij dat Jezus in gebed was. Was hij er misschien als jongeman getuige van?

En de mensengeschiedenis gaat door. Steeds zijn er mannen en vrouwen geweest die rotsvast geloofden in die Jezus van Nazareth en daar hun inspiratie en levenskracht in vonden. En het is niet moeilijk hun namen in herinnering te roepen.

  • Augustinus en zijn moeder Monica,
  • Stichters van mannelijke en vrouwelijke ordes en congregaties,
  • Hildegard van Bingen,
  • de beide Theresia’s.

Dat zijn bekende namen, maar ook de duizenden naamlozen vallen hieronder. Zij waren geen volmaakte mensen, hadden hun tekorten, maar zijn wel onze voorbeelden geworden. Al deze mensen hebben geleefd, gehandeld en gebeden vanuit een diepe religieuze overtuiging, wetend en gelovend dat zij geborgen waren in de hand van de Allerhoogste.

En de mensengeschiedenis gaat door. Tot op vandaag. Wie zijn die welbeminde mannen en vrouwen van onze tijd dan? Laten we twee namen noemen: Nelson Mandela en moeder Teresa. Maar ook al die naamlozen en onbekenden die naar eer en geweten handelen en leven. Waaronder ik ook u en mezelf mag rekenen.

Ik voel me bevoorrecht te mogen staan in die lange traditie en te mogen getuigen van wat diep in me leeft. Wij mogen ons “welbemind” weten. Maar dat handelen en die levenswijze vraagt moed, juist in deze tijd! We hoeven dat echter niet in ons eentje te doen, maar samen. Daarom komen we hier samen om biddend te danken en te vieren dat we kinden van God mogen zijn, mede krachtens ons doopsel.

AMEN

Bert van Balkom sdb
Bronnen:
Lucas, de jood, door Wil J. Bernard,
Het evangelie van Lukas, door Drs S. Berkelbach van der Sprenkel,
Ikonkrant, jaargang 28,
Werkboek weekendliturgie Heeswijk/Dinther

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie