Brood voor het leven van de wereld

Lezingen: Het lichaam van Christus zijn wij (uit preek 22 van Augustinus), Lucas 9, 11-17 (Brood voor iedereen)

Deze zondag heeft het Sacrament van de Eucharistie als onderwerp en sluit aan op wat in de volksmond “Sacramentsdag” heet. De Concilies van Lateranen (13e eeuw) en Trente (16e eeuw) formuleerden dat brood en wijn tijdens de Eucharistie veranderen in Jezus’ Lichaam en Bloed. Wat we op het altaar zien, is Christus zelf.

Volgens de theologie van Augustinus uit de 3e eeuw vormen wij samen het Lichaam van Christus en zijn de gaven op het altaar een teken van wat we zelf zijn: brood voor het leven van de wereld!

Overweging

Van oudsher wordt in de katholieke liturgie de dienst van het woord gevolgd door de dienst van de tafel. Er wordt een teken gesteld waarin de zin van de woorden zichtbaar wordt. Brood wordt gebroken en uitgedeeld aan mensen die naar voren komen met opgehouden hand. Uitdeler en ontvanger kijken elkaar even aan: “Amen” zeg je op de gaven die je ontvangt. Wat drukken we daarmee uit, met die rite/dat spel? Dat wij instemmen met het evangelie dat ons is aangezegd: “Ja, dat Lichaam van Christus wil ik zijn, zijn handen, zijn voeten voor het leven van de wereld.”

Ieder mens weet op een of andere manier dat leven breken en delen is, omdat het anders geen leven is. Je bent gevoed, totdat jezelf iemand bent die anderen voeden kan. In het brood dat je voor jezelf en anderen op tafel brengt, lig je zelf op tafel, zelf ben je brood geworden, leeftocht voor anderen. “Wie wil geven wat hij heeft, die zal leven, opgegeten, die zal weten dat hij leeft”, dicht Huub Oosterhuis. Leven is: verslijten, verouderen, verbruikt worden, langzaam maar zeker sterven. Uitgezaaid worden, als graan gemaaid, gedorst, vermalen, verzameld tot brood, opgegeten om opnieuw mens te zijn. Als druiven, geplukt, geoogst, geperst, gedronken uit de levensbeker, zoet en zuur.

In het evangelie van vandaag neemt Jezus brood en vis, hij spreekt er een zegen over uit, breekt het en geeft het aan zijn leerlingen om het uit te delen aan de menigte. De leerlingen waren het ook, die het brood hadden aangeleverd. Want op hun voorstel om de mensen naar de dorpen te sturen om daar zelf hun voedsel te kopen zei hij: “Geven jullie hun maar te eten!” Daarin mogen ook wij onze opdracht verstaan: maak jezelf tot brood voor hongerlijders, wees bezield door het verlangen naar een wereld waar brood en recht voor allen is. Het brood verwijst dus naar breken en delen.

Sinds de concilies van Lateranen en Trente zegt de kerkleer dat “de priester het brood verandert in Jezus’ lichaam en de wijn in zijn bloed. In de hostie is Jezus werkelijk tegenwoordig!” En sinds carnaval dit jaar is ons door bepaalde bedienaren aangescherpt dat die hostie niet ontvangen mag worden door mensen die in zonde leven, zoals bijvoorbeeld ongehuwd samenwonenden en praktiserende homo’s. Naar aanleiding van de rel in Reusel schreef Huub Oosterhuis het volgende visionaire verhaaltje dat ik u niet wil onthouden.

Maar wat gij, pastoor van Reusel, niet kunt weten — ik zeg het u in uw eigen geloofstaal, dat is dit: op het eigenste moment dat gij uw oordeel uitsprak over de praktiserende homoseksuele prins Carnaval, dacht ik als bij engelengezang: nu spreekt God in de hemel tot zijn zoon Jezus en zegt: “Verdwijn uit die hosties in Reusel, nu, want ik ben de Schepper-vader-moeder-oorsprong en toekomst van ieder mens op aarde, allen heb ik naar mijn beeld geschapen. Ik ben liefde, en jij, mijn zoon, bent liefde en het is in onze geest dat mensen elkaar liefhebben en eerbiedigen, zoals ze geaard zijn. En daarom, mijn zoon Jezus, verdwijn van nu af uit alle hosties waar ook ter wereld, overal waar die liefde verloochend wordt en die eerbied geschonden. Zo spreekt God-Ik zal er zijn.”

Met de preek en de theologie van Augustinus in gedachten zijn wij het niet die brood en wijn in Jezus’ lichaam en bloed veranderen; Hij is niet ons bezit. Maar door onze oprechte deelname aan de communie zullen brood en wijn óns veranderen! Wij zullen van chaotische, onsamenhangende, eenzame mensen veranderen in het Lichaam van Christus: als wij, Hem achterna, proberen te kiezen voor de weg van breken en delen.

Wie meedoet met dit gebaar, deze rite, zegt daarmee dat hij een nieuwe wereld wil, waar brood en vrijheid is voor alle mensen; en wie uit de beker drinkt, kiest voor een nieuw verbond met alle mensen.

Zo zullen wij zijn werkelijke tegenwoordigheid worden, zijn zachte kracht, als een lam dat draagt de zondelast de wereld uit; messiaanse tegenkracht tegen de dood in al zijn gedaanten!

Joost Koopmans osa

Geïnspireerd op teksten van Huub Oosterhuis

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie