Abraham, Martha en Maria

Lezingen: Genesis 18,1-10a, Lucas 10,38-42

Overmorgen begint de Vierdaagse. Toen ik vanuit Wijchen naar hier fietste was dat duidelijk te merken. Borden met aanwijzingen als pendelbussen hier, camping Vossendijk daar, tijdelijke parkeermogelijkheden enzovoorts. Allemaal voorbereidingen, werkdoelen, voor het grote loopfestijn, het hoofddoel om 40.000 mensen te laten wandelen. Het ene is niet ondergeschikt aan het andere, want beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wel moet je bij- en hoofdzaken van elkaar onderscheiden.

Dat gegeven doet zich ook voor in de eerste lezing. Abraham zit op het heetst van de dag bij de ingang van zijn tent, misschien zit hij wel wat te dommelen. Dan slaat hij zijn ogen op en ziet drie mannen voor hem staan, drie vreemdelingen, vol stof en zweet vanwege de hitte van de dag.

Het is vóór de tijd dat het volk van God de wet en de geboden kreeg, maar Abraham weet in zijn hart wat hem te doen staat. Hij kan in deze vreemdelingen, zoals in iedere vreemdeling, zijn God ontmoeten. Hij biedt hen dus gastvrijheid. Hoofdzaak is nu water voor hun voeten, rust onder een boom en voedsel voor de inwendige mens. Abraham zet zijn vrouw Sara aan het werk voor het bakken van koeken en zijn knecht voor het slachten van een lekker mals kalf.

Nee, het werk van Sara en die knecht zijn niet minderwaardig, want ze staan in dienst van het einddoel, gastvrijheid verlenen. En Abraham weet dat zulke gastvrijheid vruchtbaar is voor menselijke verhoudingen. En in zo’n verhaal is het aan het einde niet vreemd dat de bezoeker, of zijn het er drie, laat horen, dat hij over een jaar terug zal komen en dat Sara dan een zoon zal hebben. Het hoofddoel is gehaald. Gastvrijheid heeft letterlijk geleid tot vruchtbaarheid. Het kind van de belofte komt er aan.

In het evangelie heeft Maria het hoofddoel te pakken, luisteren naar de welkome gast Jezus. Wat Maria doet is even alles opzij zetten, alleen maar luisteren wat de gast te vertellen heeft. Wat Martha doet is is een werkdoel, een maaltijd gereed maken voor de gast, bitter nodig, en hulde aan Martha voor haar rol in het grote geheel.

Wanneer in een bijbelverhaal twee figuren worden beschreven, zoals bijvoorbeeld Kaïn en Abel, Jacob en Ezau, en nu twee zussen, kunnen we ons vaak in beide herkennen. De twee figuren belichamen een contrast, een tegenstelling die in iedere mens terug te vinden is. Je moet dus geen partij kiezen voor een van beide zussen. Ze zitten allebei in ons en het gaat erom tot een goede synthese te komen. Martha moet haar dienstwerk niet opgeven, maar het doen in het perspectief van het “ene noodzakelijke”. En Maria moet leren dat de woorden van de Heer, die zij zo aandachtig beluistert, in daden moeten worden omgezet.

Beiden zijn nodig en vullen elkaar aan. Soms zijn we als een Abraham, dan weer een Sara of een knecht., een Maria of een Martha. Hoofddoel is dat je gelukkig bent, jezelf mag zijn en daarvoor zijn werkdoelen nodig. Maar om een goed evenwicht te vinden, heb je tijd nodig en die moet je nemen.

En dat doen we hier, samen met elkaar en de Heer. En zo hebben wij het beste deel gekozen.

Bert van Balkom sdb

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie