Uitzien naar nieuwe kansen

Lezingen: Proloog: Jeremia 33, 14-16; Wees waakzaam (naar Jesaja); Lucas 21, 25-28 + 34-36

Met de Advent beginnen we wéér aan een nieuw kerkelijk jaar. Alweer een nieuw jaar: het lijkt wel of alles steeds terugkomt. Opnieuw Advent, alweer Sinterklaas, alweer Kerstmis, net als vorig jaar, net als volgend jaar, alsof we elk jaar met z’n allen op herhaling gaan.

Wat kan daarvan de bedoeling zijn, telkens weer die jaarkring te vieren? Het kan natuurlijk een sleur worden als je aan de buitenkant blijft staan. Daarom bezint de liturgiegroep zich ieder jaar opnieuw op een thema dat een jaargetij zoals nu, de Advent, steeds weer vanuit een ander aspect belicht. Bijvoorbeeld vanuit de donkere dagen voor kerst, of met engelen als gids. Dit jaar willen we uitzien naar de nieuwe kansen die de komst van de Mensenzoon ons biedt.

Overweging

Ieder jaar worden we op de 1e Advent geconfronteerd met beelden van verschrikkingen en rampen. Daar zouden we eerst doorheen moeten voordat de Mensenzoon komt. Pas met zijn komst zal er een einde komen aan al het geweld. “Nou”, zo zou je kunnen redeneren, “dan is Hij nog steeds niet gekomen, want ellende en lijden zijn nog steeds actueel.” Hoe moet je dat zien?

De Bijbelschrijvers ontlenen hun beelden aan de verschrikkingen van hun tijd en aan de ellende waarover tot in hun dagen verteld wordt. Zoals die prachtige tempel in Jeruzalem die met de grond gelijk is gemaakt. Geen steen is op de oudere gebleven, het religieuze hart vermorzeld. Dat komt omdat het land door vreemden wordt overheerst. Ballingschap, slavernij, onvrijheid en onderdrukking: Israel heeft er weet van en de geschiedenis lijkt zich meer te herhalen.

Uitzien naar nieuwe kansen? Kom maar op: waar zie je ze dan?

Is het in onze dagen zoveel anders? Welke hedendaagse verschrikkingen zouden de Bijbelschrijvers gebruiken als ze nú zouden schrijven? Zouden ze zich de genocide van Srebrenica nog herinneren? Of de Holocaust, of de Hongerwinter? Zouden ze nog weet hebben van nine-eleven 2001, de tsunami van 2004, de vuurwerkramp van Enschede of de cafébrand in Volendam?

Geweld, verdriet, onmacht, de meest afschuwelijke dingen omringen ons in het groot en in het klein. Want er zijn ook drama’s op kleine schaal: de dood van een kind, een náár ziekbed, een verkeersongeluk waarbij een heel gezin omkomt. We hoeven niet lang na te denken om de lijst van aanslagen, onrecht en rampen aan te vullen.

Uitzien naar nieuwe kansen! Geloof je ’t zelf? Het lijkt of er geen einde komt aan geweld op geweld, verraad na verraad en wraak op wraak. Houdt het dan nooit op?

Al die beroerde toestanden en feiten kunnen je geest afstompen. Het verlangend uitzien naar en het actief verwachten van verlossing en heil in de persoon van de Mensenzoon, lijkt plaats te maken voor een houding van passief afwachten. “Het zal mijn tijd wel duren….” Je leeft in een roes, nog maar alleen in beslag genomen door je eigen kleine wereld, ieder-voor-zich.

Lucas maakt zich zorgen over deze mentaliteit die blijkbaar ook in zijn gemeente is doorgedrongen. Het is al meer dan veertig jaar geleden dat Jezus heenging. De vurige verwachting van zijn wederkomst was behoorlijk afgenomen. Daardoor zijn mensen achtelozer gaan leven, minder waakzaam, oppervlakkiger …. En daarom roept Lucas bij monde van Jezus zijn gemeente op niet weg te zakken in een roes van bedwelming en niet helemaal op te gaan in de zorgen voor primaire levensbehoeften.

Hij durft het idee los te laten dat Jezus op korte termijn zou terugkomen. En daarvan kunnen wij leren dat de komst van Christus als Mensenzoon of het Rijk van God ooit door een bovenaards ingrijpen zal plaatsvinden. De aankondiging van het Rijk Gods kun je dan opvatten als beeldtaal voor het niet klein te krijgen vertrouwen dat er een samenleven mogelijk is, waar we eerlijk en rechtvaardig met elkaar omgaan, precies zoals Jeremia dat in de proloog op de viering aankondigde.

Want stel nou eens dat we echt bij de pakken gingen neerzitten, en geloofden dat er werkelijk nooit iets verandert. Dat het inderdaad zo is dat verleden jaar hetzelfde is als dit jaar, dat het komend jaar weer is als nu, dat er niets verandert….

Vorig jaar heerste er grote euforie bij de verkiezing van Barack Obama. De keuze voor een gekleurde president was een hoogtepunt in de strijd om gelijke rechten, met name voor de zwarte bevolking van Amerika. Stel je voor dat er nooit iemand geloofd had dat verandering mogelijk was; geen Martin Luther King, geen Rosa Parks…., dan was er nooit iets gebeurd.

Stel dat onze kerk geen Paus Johannes en Bisschop Bekkers had gekend. Dan was die kerk waarschijnlijk helemaal een museum geworden, en bij al het terugdraaien en restauratie nu vormen zij in ieder geval nog steeds een bron van inspiratie!

Soms is het zo dat je in je eigen persoonlijke leven geen perspectief meer ziet, getroffen als je wordt door groot onrecht of verdriet, of door eigen onmacht…. Je bent vaak tot niets meer in staat. Maar toch kan ook hier, onverwacht en op een wijze die verrast, een nieuw begin zich aandienen. Durf je dat dan: je opnieuw toevertrouwen aan het leven?

Ja, dat is het: uitzien naar nieuwe kansen, dat is wegtrekken uit de roes van de verslaving en daarbij hoef je niet alleen te denken aan bedwelmende middelen, want soms kun je ook verslaafd zijn aan je pijn en verdriet. Toen ik eens aan een medebroeder vroeg hoe hij het uithield met zijn pijn, antwoordde hij: die pijn is geen baas over mij, ik ben de baas over mijn pijn! Dit is verder leren kijken dan de pijn, de ruzies, de rampen, de onmacht, het onrecht waarin we door het leven getekend worden.

Doemgedachten, vastgeroest verdriet, achterhaalde zekerheden loslaten: het kan een hachelijk avontuur zijn. Ook al omdat ‘men’ je meent te kennen. “Hé, ik had je in dat hokje geplaatst, breng me nou niet in verwarring!” Jouw begin is voor anderen soms het einde. Maar wie dat avontuur aangaat, leert pas echt nieuwe kansen zien.

We hoeven het niet alleen te doen. Dat vieren we in de Advent. God komt naar ons toe, Hij zal zich laten zien in een kind, als teken van zijn weerloze liefde. Vier weken krijgen we de tijd om zijn komst voor te bereiden. Wees dus waakzaam, zodat je, áls hij aanklopt, niet hoeft te zeggen:

“Sorry, ik heb geen plaats voor je.”

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie