Het einde voorbij

Lezingen: Daniël 12,1-3 en Marcus 13,1-32

Welkom op deze herfstige dag. De bladeren vallen, het uitbundige leven van de zomer loopt op zijn einde. Ook het kerkelijk jaar loopt op zijn einde: dit is de voorlaatste zondag van het jaar en 29 november begint het nieuwe kerkelijk jaar met de eerste zondag van de advent. Maar voor dat begin komt eerst het einde, en in de lezingen van vandaag komt dat einde heel nadrukkelijk aan bod. Zo nadrukkelijk dat het wel een rampenfilm lijkt. Oorlogen, aardbevingen, hongersnoden, gruwelen, verwarring en paniek. Is er nog redding mogelijk? Ik wens u een goede viering!

Overweging

Het einde van de wereld is nabij. De posters hangen al in Nijmegen. Het einde dat ze aankondigen is wel niet héél nabij, pas in 2012, maar de film kun je nu al gaan zien. Wat is dat toch met die fas­cinatie voor het einde? Sommige mensen krijgen er geen genoeg van. Het is niet de eerste rampen­film over het einde van de wereld, en het zal beslist de laatste niet zijn. Maar andere profeten zijn het er niet mee eens dat in 2012 de wereld vergaat. Zij zeggen dat 2012 staat voor een spirituele omwenteling, zeg maar: het Aquariustijdperk, nóg een keer. En natuurlijk heeft elke profeet het bij het rechte eind, ook al zijn ze het onderling oneens.

Het einde van de wereld is nabij. De Mexicaanse griep waart rond, maar dat is nog niet het ergste: volgens de geruchtenmachine is de vaccinatie nog veel erger. De ene profeet weet het nog beter dan de andere: je gaat er aan dood, want het is een middel tegen de overbevolking. Nee, weet een andere profeet, je wordt er een willoze slaaf door, van een wereldomspannende organisatie die zo de macht grijpt. En natuurlijk zijn het allemaal ware profeten… althans, dat zegt elke profeet van zichzelf.

Het einde van de wereld is nabij. In het jaar 70 schrokken de Christenen mét de Joden op toen Je­ruzalem veroverd werd en de tempel ontheiligd en verwoest werd. In Rome staat nu nog de triomf­boog die laat zien hoe de tempelschatten weggevoerd werden. Kan het verbond tussen God en de mensen nog stand houden als de offers van dat verbond niet meer mogelijk zijn, nu de tempel ver­woest is? Is er nog redding mogelijk?

Het einde van de wereld is nabij. In de tweede eeuw voor Christus wordt Israël onder de voet gelo­pen door een vreemde macht en wordt de tempel ontheiligd. Het boek Daniël vertelt daarover in het hoofdstuk dat voorafgaat aan het stuk wat we nu gelezen hebben, in bijna ondoorgrondelijke taal. In een situatie waarin geen redding meer mogelijk lijkt, schetst Daniël dan een ongedacht perspectief. Het einde is het einde niet. Het einde zal een nieuw begin zijn.

Het einde van de wereld is al zo vaak nabij geweest. En steeds ging het niet door, want hier zitten we nog steeds. Leren mensen het dan nooit? Waarom toch steeds die voorspellingen, die doemsce­nario’s? Al die profeten weten toch van al die eerdere profetieën die niet uitkwamen? Misschien wisten ze dat inderdaad wel. Maar misschien zijn ze op zoek naar een vorm voor hun boodschap. Een vorm die past bij hun boodschap, bij de ernst van hun boodschap. Als bij het afwassen het oor van een kopje breekt, is dat echt het einde van de wereld niet, zelfs niet als dat kopje nog van oma was. Maar neem een pandemie, een wereldomspannende uitbraak van een misschien dodelijke ziek­te (de Mexicaanse griep lijkt wat dat betreft overigens wel mee te vallen). Of neem het broei­kas­ef­fect, dat het klimaat over de hele wereld op zijn kop kan zetten. Dan hebben velen het al gauw over het einde van de wereld.

Ook Marcus moest een vorm vinden voor de ernst van zijn boodschap. Wat is er aan de hand? Gods verbond bloeit op in de wereld: de boodschap van Jezus Christus wordt verspreid, slaat aan, inspi­reert mensen. Maar dan slaat de vervolging toe. Opeens, onverwacht, worden christenen voor het gerecht gesleept om hun geloof en veroordeeld. Zelfs ter dood veroordeeld. Hoe kan dat? En dan wordt in Jeruzalem de tempel verwoest! De christenen uit die tijd zijn nog Joods genoeg om die klap mee te voelen. Marcus moet woorden vinden om die ellende een plaats te geven, en hij vindt die woorden onder andere in het boek Daniël. Daarin wordt het einde van de wereld beschreven, voor toen. Nou, zegt Marcus, dat einde is nu. En hij legt nadrukkelijk (met: lezer, begrijp dit goed!) een wezenlijk verband tussen de gebeurtenissen toen en de gebeurtenissen in zijn eigen tijd: de ontheiliging van de tempel. Want dat wezenlijke verband verwijst voor Marcus ook naar de ellende, de vervolgingen die de christenen in Rome doormaken. De tempel is voor de christenen wel minder belangrijk geworden, maar fungeert ook voor hen nog als het symbool van het verbond tussen God en de mensen. Maar voor hen, voor de christenen, is Jezus de invulling van dat symbool geworden. Daarom moet aan alle volken het goede nieuws worden verkondigd. En die verkondiging loopt nu ook gevaar, door de vervolgingen.

Maar waar is de redding dan? En wanneer komt die redding? Elke doemprofeet heeft wel een oplossing, een perspectief, een manier om het einde af te wenden of het te overleven. Wat zegt Marcus? Het lijkt heel duidelijk wat hij zegt: Christus, de Mensenzoon zal komen en zijn uitverkorenen bijeenbrengen. Maar is dat niet onbevredigend? Het is natuurlijk heel fijn, een grote troost, maar wat heb je eraan? Bovendien heeft Marcus zelf naar Daniël verwezen en de mensen in de tijd van Daniël dachten dat Michaël voor hén zou komen. En dat is niet gebeurd. Of nog niet gebeurd. En dan kun je ook niet verwachten dat deze voorspelling zo maar in vervulling gaat.

Maar misschien hebben we toch een begin van de oplossing in handen. Want je kunt je afvragen: wie zijn die uitverkorenen dan wel, die Christus bijeen zal brengen? Ja, de christenen natuurlijk. Maar als we het hele verhaal bekijken, zien we ook dat we misschien wel over iets heel wezenlijks heengelezen hebben. De redding wordt al eerder genoemd: wie standhoudt tot het einde zal worden gered. En dan komt de redding wel van Christus, maar je moet ook standhouden. En wat is dat standhouden dan? Blijven getuigen van Jezus Christus, zegt Marcus. De weg blijven gaan die Jezus ons gewezen heeft.

Kan dat echt de oplossing zijn? Gewoon doorgaan op die weg? In deze tijd waarin de problemen iedereen boven het hoofd groeien? Het lijkt erop dat dat inderdaad is wat Marcus zegt en hij maakt het nog bonter: Ga nou niet verzinnen wat je moet doen als je voor het gerecht gesleept wordt, zegt hij. Blijf gewoon doen wat goed is, en de Heilige Geest zal je bijstaan, ook als het er echt om spant. Ga je nou niet afvragen: wat als dit? of wat als dat? Laat je niet gek maken. Doe gewoon je best. Nee, het lijkt niet altijd genoeg. De resultaten die onze beste bedoelingen en onze beste krachten opleveren stellen ons soms bitter teleur. We raken verlamd en verdrietig. Dat hoeft niet, zegt Marcus. Dat hoeft niet, zegt de Heilige Geest.

Zo houd je het vol. Probeer zo goed te zijn als je kunt, en misschien een beetje beter. Laat je niet gek maken door alles wat zou kunnen gebeuren en door alles wat je zou moeten doen, en wat toch niet lukt. Blijf doen wat goed is en blijf je afvragen wat goed is, in deze wereld met zijn misschien nog net te redden klimaat, en met zijn ongelijk verdeelde rijkdom. Ook al zie je niet hoe je iets kunt veranderen. Ook al ben je of voel je je machteloos. Laat je niet gek maken. Je kunt alleen maar het beste geven dat je hebt. Maar dat is ook goed genoeg. Wie de weg van Christus volgt, is op de goede weg. En die weg loopt door, het einde voorbij.

Karel Peijnenborg

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie