Dogma of kans

Lezingen: Romeinen 8, 12-17 en Matteüs 28,16-20

Wanneer je zo wat willekeurige bezoekers van de Boskapel zou vragen: Wat betekent de Drieëenheid voor jou, zal blijken dat het de meeste mensen niet zoveel zegt. Ze kunnen misschien wel opnoemen waar het over gaat, maar de betekenis voor hun eigen leven is niet zo duidelijk. Maar er is een tijd geweest dat dat heel anders was. In de vierde eeuw klaagden reizigers naar Constantinopel, het huidige Istanbul, erover, dat iemand die bij de bakker naar de prijs van een brood vroeg, te horen kreeg dat de Zoon voortkwam uit de Vader, en wilde je weten of je bad gereed was dan werd gezegd dat de Zoon aan de Vader ondergeschikt was of dat de Geest voortkwam uit de Vader, maar niet uit de Zoon. En daar bleef het niet bij, de meningsverschillen liepen zo hoog op dat de mensen elkaar te lijf gingen.

Dat hoeft hier nu ook weer niet, maar ik zou wel op deze zondag met u willen bekijken welke betekenis de Drieëenheid voor ons in ons eigen leven zou kunnen hebben.

Overweging

Eigenlijk is het thema van deze viering niet helemaal juist. Je kunt immers niet kiezen of iets een dogma, een officieel leerstuk van de kerk is of niet, in dit geval is het immers gewoon een dogma. Het gaat er dan ook meer om wat dat dogma precies voor ons betekent, hoe kijken we er tegenaan, kunnen we er iets mee, biedt het ons een kans om beter te geloven?

Over het algemeen zijn wij hier in de Boskapel niet zo gecharmeerd van dogma’s. Ze worden geassocieerd met ouderwetse ideeën en verstarring, met van bovenaf opgelegde regeltjes en daar houden we niet zo van. Toch heeft juist dit dogma – laten we het maar even zo blijven noemen – van de drie-eenheid, één god in drie personen, hele oude papieren.

Het gaat zelfs op de eerste christenen zelf terug, zoals we net in het evangelie van Mattheus konden horen. Bij zijn allerlaatste zending van de leerlingen, geeft Jezus onder andere als opdracht mee: Maak alle volkeren op aarde tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en door hen te leren dat zij zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.

Aan deze opdracht te dopen in de naam van Vader, Zoon en Geest wordt nog door alle christenen tot op de dag van vandaag beantwoord. Wanneer iemand christen wordt, volwassene of kind, wordt hij of zij gedoopt volgens deze formule: “Ik doop je in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.” Ook op andere tijdstippen wordt verwezen naar Vader, Zoon en Geest. Wanneer wij een kruisteken maken natuurlijk, en bij de geloofsbelijdenis die wij zo dadelijk nog zullen zingen. Ook net nog bij de lofzang, waarin God de Vader geprezen werd als Schepper, de Zoon als Licht en de Geest als Levensadem en straks zal Joost ons bij het einde van de viering zegenen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Maar waar komen die benamingen voor God dan vandaan? God die als een vader zorgt voor zijn volk, is in het oude testament geen onbekend beeld.

En dat Jezus God zijn vader noemt, hij zegt zelfs abba, een vertrouwelijk kinderwoord zoals wij pappie zouden zeggen, noemt vinden wij niet ongewoon. Maar Jezus noemt zichzelf meestal Mensenzoon. En pas later zijn in de vroege kerk de discussies losgebarsten over de verhoudingen binnen de drieëenheid. En daarbij liepen de gemoederen hoog op zoals ik u in de inleiding al vertelde. Er zijn een aantal grote concilies voor nodig geweest om precies te verwoorden wat de gelovigen er onder moesten verstaan. “Eén God in drie personen, Vader, Zoon en heilige Geest.”

Wat betekent het voor ons in deze tijd? We gebruiken deze beelden voor God regelmatig. Tegelijk zien we dat jodendom en islam christenen verwijten dat zij drie goden aanbidden. Terwijl christenen zich tot de monotheïstische godsdiensten rekenen. Probeer je het uit te leggen dan ontstaat er nogal wat begripsverwarring. Een van de oorzaken daarvan is onze invulling van het woord persoon. Wij verstaan daar immers individu onder, iemand duidelijk afgegrensd van de ander, zelfstandig en onafhankelijk. Maar bij de personen binnen de drieëenheid gaat het juist om de openbaring van de éne God. Wat betekent het dan dat God zich kennen laat als Vader Zoon en Geest?

God de Vader kennen wij als oorsprong van de schepping, degene die de mens heeft geschapen naar zijn beeld en als de behoeder van de schepping en diegene die wij mogen aanspreken als “Onze Vader” Van de Geest zei Paulus in de eerste lezing dat wij die hebben ontvangen en daardoor kinderen van God zijn en God als vader kunnen aanroepen. De Geest van God inspireert ons en bevrijdt ons van slavernij. Door de Geest zijn wij kinderen van God geworden.

Dat hebben wij gemeen met Jezus, de Zoon, die mens is geworden zoals wij. Hij werd mens zodat God ons nabij zou zijn. Dat stond al helemaal aan het begin van het evangelie van Mattheus waar de profeet Jesaja geciteerd wordt die zegt: “Zie een maagd zal zwanger worden en men zal hem de naam Immanuël geven hetgeen betekent “God met ons.” In de lezing van vandaag, op het einde van dit evangelie van Mattheus wordt de cirkel gesloten wanneer Jezus tegen zijn leerlingen en zegt: “Ik zal met jullie zijn alle dagen tot aan de voltooiing van de wereld.” Zo is God met ons.

We zijn nu druk doende met de verzelfstandiging van de Boskapel. Daar komt een heleboel bij kijken en heel wat boskapellers hebben het er maar druk mee. We zijn een stichting geworden met statuten, participanten en een huishoudelijk reglement en dat is natuurlijk allemaal nodig. Maar daarbij mogen we niet vergeten dat wij in de eerste plaats een geloofsgemeenschap zijn. Wij als geloofsgemeenschap die, wanneer wij straks de zegen krijgt in de naam van de Vader de Zoon en de heilige Geest erop mogen vertrouwen dat God als een Vader naar ons omkijkt, zodat wijij geïnspireerd door de Geest, verder mogen gaan met wat Jezus ons heeft opgedragen en voorgeleefd. Wij staan er niet alleen voor. Want zo zei hij het immers in het allerlaatste vers van dit evangelie tegen zijn leerlingen en dus ook tegen ons : “Zie ik zal met jullie zijn, alle dagen tot aan de voltooiing van de wereld.”

Annemiek Alferink

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie