De reden van zijn komst

Lezingen: Deut 18,15-22 (een profeet zoals Mozes);
Mc 1,21-28 (een nieuwe leer met gezag)

Het verhaal van vandaag is een goede reden om nog eens stil te staan bij een van de uitdagingen bij het lezen van de Bijbel. Namelijk dat je niet zegt: “O, dat verhaal ken ik al”, want dan sta je immers niet meer open voor wat het verhaal je te zeggen heeft. En eigenlijk is het hetzelfde als mensen met elkaar praten, maar eigenlijk niet meer naar elkaar luisteren. Alles wat de ander zegt hebben ze immers al eens eerder gehoord.

Dat overkwam mij ook toen ik me weer in dit verhaal verdiepte: dat ik eigenlijk al wist wat er stond. Een mooi verhaal over Jezus die onderricht met gezag, met als illustratie van dat gezag een verhaal over een duiveluitdrijving. Die is wel wat exotisch, maar daar valt wel wat van te maken, van mensen die bezeten zijn van iets of zo.

Maar toch klopte er iets niet. Hoe meer ik me in het verhaal verdiepte, hoe belangrijker die duiveluitdrijving werd. Want opeens viel me een klein woordje op in de Griekse tekst, het woordje voor gaan of komen. Want dat woordje staat vrijwel aan het begin van onze tekst, waar Jezus de synagoge ingaat. En aan het einde is het zijn roem die uitgaat over Galilea en omstreken. Dat is een mooie ontdekking, dat Jezus in het begin als onbekende de synagoge ingaat, en dat aan het einde zijn faam uitgaat over Galilea en omstreken.

Maar hetzelfde woord komt nog drie keer voor in de tekst. De eerste keer is als de boze geest Jezus beschuldigt: ben je gekomen om ons te vernietigen? En de tweede en derde keer als Jezus zegt: ga uit hem weg, en als de geest daarna inderdaad weggaat uit zijn slachtoffer. Dan wordt het ineens een ander verhaal. Dan gaat Jezus de synagoge in, niet om bekend te worden, maar om de boze geesten te vernietigen.

Ik zal maar eerlijk bekennen dat ik geen fan ben van films met duivels en dat soort dingen, al worden ze uitgedreven en al komt alles goed. Dus dat die duiveluitdrijving ineens de kern van het verhaal leek te zijn, dat kwam me niet goed uit.

Dan maar eens kijken naar de eerste lezing. De reden dat we deze tekst lezen is duidelijk: Jezus ís zo’n profeet als Mozes. En aan het einde van die lezing staat waaraan je zo’n profeet herkent: wat hij of zij zegt, gebeurt. En toen viel het kwartje: Jezus is zo’n profeet als Mozes, omdat wat hij zegt gebeurt. Als Jezus iets zegt, gebeurt er echt wat.

Maar dat levert een ander probleem op. Als voorganger, als profeet zeg maar, word je wel geconfronteerd met dat criterium: als een profeet wat zegt, gebeurt er ook wat. En als voorganger moet je echt profeet zijn. Geen voorspellingen doen, maar het woord van God spreken, het goede nieuws vertellen. Daar sta je dan, als voorganger. Als je wat zegt, gebeurt er dan ook wat? Hoe doe je dat eigenlijk, zo spreken? Kun je dat leren, zijn daar misschien trucjes voor? Of is het gewoon een gave?

Maar misschien valt het mee. Als je een preek schrijft, ben je immers zelf je eerste lezer. Als je nadenkt over woorden die je wilt gaan zeggen tegen iemand anders, ben je zelf je eerste toehoorder. Misschien hebt u zelf ook wel eens in gedachten hele redevoeringen gehouden, of hele gesprekken. Soms gaan mensen zo in een dergelijk gesprek op dat ze zelfs hardop praten, op straat. En wat zijn dat heerlijke gesprekken, want ze gaan altijd precies zoals je wilt. Maar kijk uit! Wat doe je in zo’n gefantaseerd gesprek? Gaat het je alleen maar om het scoren, al is het maar in gedachten? Of kun je de woorden vinden die jezelf echt raken? Woorden die je brengen bij de dingen waar het om gaat?

Alleen zo kun je een overweging schrijven, maar, nog belangrijker, alleen zo kun je waar dan ook woorden spreken die er echt doen: als je het hebt over wat jou ten diepste raakt. Maar gemakkelijk is het niet. Zo praten is niet gemakkelijk en zo luisteren ook niet. Niet voor niets zegt de boze geest: Jij komt om ons te vernietigen. Het is veel gemakkelijker om de façades in stand te houden, niet het hart op de tong te hebben en niet te luisteren met de oren van je hart. Dan kan alles bij het oude blijven. Dan kun je je lekker verschuilen achter je vooroordelen.

Maar Jezus brengt iets teweeg. Mensen schrikken wakker. Hier spreekt iemand over de dingen die hij echt belangrijk vindt. Dat maakt indruk. En nu Jezus met gezag heeft gesproken, gaan de mensen in de synagoge zelf praten over wat hén bezighoudt. En voor ze het weten, spreken ze zelf met gezag. En niet alleen met elkaar, heel Galilea komt het te weten. En de boze geest van de verstarring legt het loodje.

En dat woord is verder gegaan en nu bereikt het ons. Als ook wij zo met elkaar durven praten, over wat ons ten diepste aangaat, over wat we echt werkelijk menen, dan gebeurt er iets. Als we zo naar elkaar durven luisteren, open voor wat een ander beweegt, dan gebeurt er iets. Dan gaat het door, dat woord. En als het soms niet lukt de juiste woorden te vinden, echt naar iemand te luisteren, dan komt er altijd weer een nieuwe kans om ons te laten genezen door het woord van de ander. Want het woord wil verder, door alle verstarring heen. Daarvoor is het gekomen.

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie