De kracht van een gemeenschap

Lezingen: Wij zijn de tijden (Augustinus); Johannes 14, 15-21 Zijn geest ontvangen

Nu het kerkelijk jaar ten einde loopt vieren we ook medewerkersdag.
Eén jaar lang hebben meer dan 125 mensen uit ons midden zich weer vrijwillig ingezet om onze Boskapel met alles erop en eraan draaiende te houden. En ik weet dat er nog veel mensen zijn die ook achter de schermen hun steentje bijdragen. Maar door het kerend getij — we zijn immers geen eigenaar meer van dit gebouw, en dat gaan we vooral in januari merken, daarom haken er ook weleens mensen af. Maar zoals Augustinus zegt: “Wij zijn de tijden … Zoals wij zijn, zo zullen de tijden zijn”. Er wordt betrokkenheid van ons gevraagd.

En de belangrijkste wet die Christus ons meegeeft is die van de onderlinge liefde. Maar dat is geen wet die kan worden opgelegd, want ze veronderstelt een keuze van ons hart.

Overweging

Een paar jaar geleden kregen wij, augustijnen van het convent bij de Boskapel, te horen dat het door de verkleining van de groep niet langer mogelijk was, ons huis hier voor onszelf te behouden. Mijn 1e impuls was: dan verhuis ik naar Mariënhage in Eindhoven. Van daaruit is het ook mogelijk om, als het nodig is, diensten te verlenen aan de Boskapel. En ik zocht naar een pied-à-terre in Nijmegen, een kamer in een communiteit, waar ik dan bij gelegenheid zou kunnen blijven overnachten.

Maar allengs groeide bij mij het inzicht dat ik dan eigenlijk toch deze gemeenschap behoorlijk van me zou afschuiven, en daarvoor is ze me te lief. Al 20 jaar trek ik hier op met mensen in allerlei levensomstandigheden en daarvóór 15 jaar met Rozenbuurt en Wolfkuilers…. en nog altijd mag ik de zielzorger zijn van mensen persoonlijk en de voorganger zijn die de gemeenschap verbindt met Christus en in hem met elkaar.

Daarom koos ik, vanuit een alternatief religieus wooncentrum, voor de gemeenschap van de Boskapel en na een half jaar kan ik zeggen dat ik er geen spijt van heb.

Nu breekt het moment aan dat wij allemáál als Boskapeller min of meer voor de vraag komen te staan wat deze gemeenschap ons waard is. Want over ruim een maand — vanaf 1 januari — is het niet langer mogelijk om dit hele huis met kapel en kamers voor onszelf alleen te houden. Gereformeerde christenen zijn dan de nieuwe eigenaar. Met elkaar delen we dan dit gebouw. Bedenk wel dat als wij bij het bisdom hadden gehoord, we nu ingedeeld zouden zijn bij de parochie van de Dennenstraat. We zouden dan naar de Antonius Abt-kerk moeten, dus opgaan in een groter geheel, en onze eigen kapel zou hooguit nog een nevenfunctie mogen vervullen of aan de eredienst worden onttrokken.

De Augustijnen stonden er bij de verkoop op dat wij hier als gemeenschap een plek zouden behouden. Dat is vastgelegd in een soort kettingbeding. En nu alle materiële zaken zijn geregeld, zal het bestuur van de OSA nog eens met ons bestuur om de tafel gaan zitten om de spirituele en menselijke relaties met elkaar te bespreken.

Dus het delen van deze ruimte met de gereformeerden is voor ons een manier om door te gaan. Maar in gewijzigde omstandigheden, dat wel!
De meest in het oogspringende verandering die ons allemaal aangaat is de verschuiving van de zondagsviering van half elf naar kwart over elf, te beginnen op 3 januari. Dat is vrij laat voor mensen die op zondagmiddag nog ergens naar toe willen. Van de andere kant: als ik zie hoeveel mensen er nu om half elf op het nippertje komen, denk ik dat wat later hen wel goed uitkomt. Dan hoef je na een late zaterdagavond ook niet zo vroeg je bed uit. De tijd van half elf is zo’n vier jaar geleden ingegaan. Daarvóór was de viering altijd om 11 uur, en toch zat de kerk vol. Dan maar een kwartiertje van het koffie-drinken af! Wat ik maar zeggen wil: onderzoek eens of de bezwaren; als je die hebt, ook niet tussen de oren zitten.

En het is belangrijk daar goed over na te denken. Onze kracht ligt voor een belangrijk deel in onze vieringen. Temidden van een steeds strakker kerkregiem, ook in de liturgie, vormen wij een alternatief voor hen die, vanuit de katholieke traditie openheid naar deze tijd zoeken. Zo biedt de Boskapel al jaren een dak boven het hoofd van religieuze en randkerkelijke mensen.

Wat ik niét van ons als gemeenschap vraag is, dat we staan te juichen bij de komende veranderingen. Wat ik wel vraag is dat we elkaar in deze tijd vasthouden. Het is zo gemakkelijk om te klagen over het verlies van een stuk zelfstandigheid en dat we in zware tijden zijn gekomen. Maar de tijden zijn wij!

Ons aandeel in de Boskapel wordt gevormd door wat wij er van maken! Wat dat betreft ben ik hoopvol gestemd. Als ik op de foto al die mensen zie van de participantenraad bijvoorbeeld, die zich gaan inzetten voor de Boskapel van de toekomst, als ik nú al die medewerkers zie op deze dag; ik heb nog van niemand gehoord dat hij/zij afhaakt vanwege de latere zondagse viering of vanwege het inleveren van eigen vergaderlocaties.
In het Evangelie van vandaag staan Jezus’ leerlingen er beroerd voor. Hun grote inspirator en leider gaat hen verlaten. Maar Hij daagt hen uit: “Als je zo van mij houdt, neem dan ter harte wat ik jullie opgedragen heb, namelijk dat je elkaar liefhebt, zoals ik jullie heb liefgehad. Dan zul je mijn geest in jullie midden ervaren.” Jezus durft wat te vragen aan zijn volgelingen en wel dit: betrokkenheid op elkaar. Daarin ligt de kracht van élke gemeenschap.

Daarom doe ik juist nu een appèl op ieder van ons persoonlijk:

  • leg een al te vrijblijvende opstelling af;
  • draag op jouw manier serieus bij aan deze gemeenschap als die je lief is.

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie