Wees niet bang als je gezien wordt

Lezingen: 2 Samuel 7, 1-16 (Davids koningshuis); Lucas 1, 26-38 (Aankondiging van de geboorte van Jezus)

In de lezingen van vanmorgen horen we twee verhalen over kleine onaanzienlijke mensen die door God worden geroepen. De een, een meisje van hoogstwaarschijnlijk een jaar of zestien, een gewone jonge vrouw, die gehoor geeft aan haar roeping zonder goed te beseffen welke wending haar leven hiermee zal krijgen. Ook wie eigen keuzes volgt, weet niet wat de toekomst brengt. Ze is klein in haar dienstbaarheid en daarmee groots.

De ander, een jongen, een schapenhoeder. Ook hij is een gewone jongen, die de roeping voelt in zijn leven. Hij wordt groot, krijgt aanzien en macht maar hij is niet echt meer een dienaar. God wijst hem zijn plaats.

Voor kleine mensen is de Eeuwige bereikbaar, schrijft psalm 72. Ik zou ervan willen maken: door kleine mensen is Hij bereikbaar. De bijbelse mens wordt nooit getekend als een harmonieuze mens maar als iemand die, in het volle besef van gebrokenheid, zich láát oproepen om lef te hebben en in de toekomst te geloven.

Overweging

Lucas schreef zijn evangelie omstreeks het jaar 70. Zijn wereld zag er net zo uit als Afghanistan, Irak, Zimbabwe, Zuid-Soedan nu: mensen leefden in grote armoede onder corrupte regimes. Israël was als een onvruchtbare lege schoot. Er viel toch niets meer te verwachten? Het volk leefde in duisternis. Had de Eeuwige zich teruggetrokken?

Maria is bij Lucas de verpersoonlijking van het oude Israël dat verlangend uitziet naar een betere toekomst. Met name is ze de verpersoonlijking van de armen, mensen die noch economisch noch geestelijk iets hadden in te brengen. Onder hen waren mensen die verstoten waren, achtergesteld werden, schulden hadden bij de rijken.Ze gingen gebukt onder hun lot en worden in de Schrift dan ook de “anawiem”, de gebogenen genoemd. Maria behoort tot die groep.

Ook wij kennen ze: de vrouwen uit Srebenica, de dwaze moeders van de Plaza di Mayo die niet ophouden met vragen en roepen om hun verdwenen echtgenoten en kinderen. Het is de schreeuw om recht en gerechtigheid. Ze zijn de armen die wachten op een ommekeer. Maria is de wachtende. Wachten op God is: bidden. De oosterse christenen zeggen: In de biddende mens wordt God geboren. Maria houdt de vlam van de hoop brandend. “Arm en gebogen” staat zij open voor de Eeuwige, zoals de psalmist schrijft: Mijn ziel wacht op de Heer, méér dan wachters op de morgen (ps. 130, vs 6) Ze is waakzaam gebleven en heeft haar ogen niet afgewend van het Licht dat ze aan de kim bespeurde.

In de theologische visie van Lucas vervult zij de roeping van Israël: het woord van de Eeuwige te dragen en te openbaren naar heel de wereld. Het is het woord van het Verbond. Hierin ging Hij een relatie aan met zijn volk maar ook met mensen persoonlijk: met Maria, met u, met mij.

Van Godswege wordt Maria gegroet door een engel. In de taal van de Schrift is hij een godsgezant, een stijlfiguur voor God die zijn aangezicht naar de mens keert. De engel heet Gabriël, dat betekent: kracht, potentie van God. Hij groet Maria.

Volgens de heersende normen in die tijd was dit een schandaal want mannen hoorden geen vrouwen en zeker geen meisjes aan te spreken. Hier doorbreekt God de mannelijke cultus. De engel “trad bij haar binnen”, staat er en noemt haar naam: “Maria”, jij mag gezien worden. Hij kijkt dóór haar gebogenheid heen. Hij mag haar zien zoals zij in haar diepste wezen is. Maria ontvangt hier een nieuwe naam: Begenadigde, genadevolle en dat houdt een roeping in voor een speciale functie in Gods heilsplan.

Het lijkt wel of ze meer in verwarring raakt door het woord van de engel dan door zijn verschijning. Ze vraagt zich af wat die begroeting te betekenen heeft. Ze kent de Thora en weet dat een echt woord een woord is dat een gebeuren op gang brengt. De engel vervolgt: “De Geest zal over je komen. Je krijgt een kind, een zoon en in hem zal het Licht van de Eeuwige mensen uit hun duisternis halen en weer tot leven brengen. Maria is totaal overrompeld door het feit dat zíj daartoe wordt uitgenodigd.”

Hoe kan dát geschieden “daar ik geen man beken!” “De kracht van de Allerhoogste zal je overschaduwen”, een sterke zachte kracht als een wolk van Gods aanwezigheid. Zij voelt zich volstromen met blijdschap. De Eeuwige heeft naar haar omgezien. Hij heeft haar gezien en opgericht. Gods kracht deed de lang Verwachte in haar geboren worden. Goed, zegt ze, laat er met mij gebeuren wat U hebt gezegd. Zie, hier ben ik, bereid om mee te werken opdat het Woord geschieden kan. Daarmee wordt de geboorte van Jezus de nieuwste en meest onmogelijke geboorte in de geschiedenis van Israël. Bij bijzondere personen in het verhaal van God met zijn volk duidt het bijzondere geboorteverhaal er op dat “bij God niets onmogelijk is.”

Wie is Maria in de geschiedenis van vandaag? Zij staat voor al die mensen die naamloos zijn, niet gekend, vernederd en gevlucht uit platgebrande dorpen. Zij staat voor de mens die opgesloten in zichzelf, bang is om uit het donker te komen, zij staat voor de daklozen, de mensen met gebroken relaties, de mensen met grote eenzaamheid in hun hart, de mens met stil verdriet, weerlozen in de handen van de mensen. Waar halen ze de moed vandaan om de kracht van de Eeuwige over zich te laten komen? Waar vinden ze het houvast om overeind te blijven? In Maria zijn ze genoemd en getekend.

Uit hún midden zal een nieuwe wereld geboren moeten worden waar niet het kapitaal en het recht van de sterkste geldt maar waar de onaanzienlijken gezien worden. Want als een mens echte belangstelling heeft voor jouw binnenkant, voor datgene wat jou ten diepste beweegt, kun je je gelukkig voelen.

Je mag gezien worden door de ander. Je kunt je begenadigd voelen als je in je gebogenheid wordt opgericht. Wíj moeten hiervoor de weg banen en het Licht geboren laten worden.
Niemand is te klein of te groot, niemand is te oud of te jong, te ontwikkeld of te onwetend.
We gaan verder, gedragen door messiaanse hoop.

Een visioen? Een droom?

Tot slot een bemoedigend stukje uit de Talmoed:

Als je in mensen geloofd hebt,
die het af lieten weten:
ga dan toch door te geloven.

Als je op een wonder gehoopt hebt
dat niet is gebeurd:
ga dan toch door en blijf hopen.

Als je een spoor van liefde na wilde laten
dat werd vertrapt:
ga dan nóg verder met liefde.

Als je gedroomd hebt, en daara ontwaakt,
droom weer verder
tot aan de morgen!

Droom van het Licht dat ons aanstoot in de morgen.

Maria Schröder
inspiratiebronnen: Dorothee Sölle: “Er moet toch meer zijn”
Huub Oosterhuis: “Deze geboren vreemdeling”
Marjolijn Esser: “Licht aan de kim” – 4 schilderijen met diverse technieken

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie