Heilige families

Lezingen: Genesis 15, 1-6 (Abrahams visioen); Lucas 2, 22-40 (Toewijding van Jezus in de tempel)

De heilige familie. Het feest vandaag kan heel wat vrome voorstellingen oproepen. Zoals van een voorbeeldig gezin, waar werkelijk niets mis mee is, waar ieder alleen maar aardige dingen tegen elkaar zegt, voordurend klaar staat voor een ander, en altijd behulpzaam is. Al deze vrome gedachten worden mede opgeroepen door devote afbeeldingen die er van Jezus, Maria en Jozef in de loop der tijden gemaakt zijn. U kent ze vast wel. Die afbeeldingen zijn zo zoet, dat je tanden er spontaan van gaan barsten. De moraal van deze devote afbeeldingen en bespiegelingen is navolging: wees net als zij, en het gaat je goed. Het feest van de heilige familie is om Jezus, Maria en Jozef te eren, en tot navolging te worden geïnspireerd.

Om zo het feest van de heilige familie te vieren, dat is heel mooi. Maar het kent op z’n minst één groot gevaar, namelijk dat we aan de buitenkant blijven staan. Na het feest te hebben gevierd, en onze devote plichten te hebben volbracht, gaan we weer over tot de orde van elke dag. Omdat het voorbeeld van de heilige familie ver van onze realiteit af lijkt te staan, vinden we het mooi, zo mooi, maar niets voor ons. Waar vind je immers zo’n familie of gemeenschap zonder een onvertogen woord, waar iedereen voortdurend klaar staat, waar de één al de ander heeft vergeven nog vóór dat de ander iets heeft kunnen misdoen. Waar vind je zo’n familie of gemeenschap? Omdat het ideaal zo ver weg lijkt, te ver, blijft de diepere zeggingskracht van het feest onontgonnen. En dat is jammer. Echt jammer. Er is zoveel meer. Laten we vandaag eens dieper gaan kijken naar wat er gebeurt en luisteren naar wat er gezegd wordt. Voorbij zoete afbeeldingen of devote bespiegelingen.

Overweging

De heilige familie. Het begint met Abram. Abram en Saraï gelden als de eerste heilige familie, het aartsgezin, voor joden, christenen en moslims. Het ging hen materieel gezien best goed. Ze hadden niets te klagen, geen financiële crisis, geen recessie, geen dreiging van ontslag. Integendeel. Abram vraagt zich echter af wat hem die rijkdom en weelde baat, als hij geen nakomelingen heeft. Hij kijkt voorbij zijn eigen horizon. Na zijn dood zou al wat hij bezit, toevallen aan een ander. Meenemen in het graf, gaat ook niet. Al die overwegingen legt hij aan God voor: “Heer JHWH, wat voor zin heeft het mij te belonen? Ik zal kinderloos sterven, en alles wat ik bezit zal het eigendom worden van Eliëzer uit Damascus.” Abram stort zijn hart uit. God geeft gehoor, en leidt Abram naar buiten. Dat zijn twee belangrijke dingen. Allereerst, God is niet doof voor de vragen, twijfels en kritiek van Abram. Hij geeft antwoord, hoewel wellicht op een andere manier dan Abram had verwacht. En ten tweede, God leidt Abram naar buiten. Dat kan verstaan worden als weg van het vertrouwde, uit de bescherming van de het eigen huis, weg van de positie die hij heeft, naar het nieuwe, het onbekende, het onverwachte. Abram laat zich naar buiten leiden. Daar, buiten, geeft God Abram Zijn woord: je nakomelingen zullen talrijk zijn als de sterren aan de hemel. Dat is nog eens een verwachting voorbij de horizon! God wil geschiedenis schrijven in het leven van Abram in het nieuwe, het onbekende, en daar, buiten, geeft Hij Abram nakomelingen, zo talrijk als sterren aan de hemel, dat is: oneindig veel. En Abram vertrouwt God op Diens woord. Zijn vertrouwen is geen slaafs “ja, en amen” zeggen, dat is in gesprek blijven met God. Geloven gebeurt in het gesprek dat gaande blijft. Vertrouwen is als een gesprek tussen God en Abram waarin naar elkaar geluisterd wordt. En basis daarvan, durft Abram, en gaan Abram en Saraï op pad. Dat is nog eens een heilige familie!

In de traditie van Abram en Saraï staan Jezus, Maria en Jozef. Als de navelstreng nog maar net is doorgeknipt, gaan Maria en Jozef met het kindje Jezus naar de tempel in Jeruzalem. Daar, in de tempel ontmoeten ze eerst Simeon, en dan Hanna. Beiden hoogbejaard, dus al een hele tijd senior. Zij vertegenwoordigen de traditie van Abram en Saraï. Toch kijken Simeon en Hanna niet achteruit naar wat is geweest of naar wat had kunnen zijn. Nee, ze kijken vooruit: ze zijn beiden vol verwachting. Twee mensen, oud van lichaam, jong van geest, hoopvol, uitziend naar wat komen gaat. Als dan Maria en Jozef met Jezus binnenkomen, zien ze beiden hun verwachtingen ingelost. Omdat ze voortdurend in gesprek bleven met God, worden ze niet beschaamd. Hier hebben ze op gewacht, hier hebben ze naar uitgezien. Ze kijken voorbij hun eigen horizon: het gaat om wat dit kind brengen zal. Zoals een grootouder bij de geboorte van een kleinkind kan zeggen: het gaat door. Toch spaart Simeon Maria en Jozef niet: Het kind “zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u door een zwaard doorstoken worden”. Maria, Jezus en Jozef staan niet alleen pais en vree te wachten. Integendeel. Met de intense woorden van Simeon en Hanna nog nagalmend in hun oren, gaan ze de dag van morgen echter niet uit de weg, en ook letterlijk de tempel weer uit, naar buiten, naar het nieuwe, het onbekende, het onverwachte. Dat is nog eens een heilige familie! Zij zetten de traditie van Abram en Saraï voort, op hun manier, op nieuwe wegen, de toekomst in.

Abram, Saraï, en Isaak. De eerste heilige familie. Jozef, Maria, en Jezus. De heilige familie bij uitstek. Twee families worden heilig genoemd, omdat God geschiedenis schrijft in hun levens. God doet dat in hun samenzijn, in hun leven van het dagelijks vallen en opstaan, in hun durf naar buiten te gaan, naar het nieuwe, het onbekende, het onverwachte. Door verbonden te blijven, met God, met elkaar, door in gesprek te blijven, met God, met elkaar, durven ze te gaan, en is hun geschiedenis geheiligd. Dat wil zeggen, het is heel, in al haar gebrokenheid. Het is gezegend, in al haar gekwetstheid.

Als gezin, als familie, als gemeenschap, als Boskapel, als kerk, wil ook ons samenzijn geheiligd worden. Heilige familie als we mogen zijn. In de traditie van Abram, Saraï en Isaak, van Jezus, Maria en Jozef. Daartoe nodigt het feest vandaag ons uit: allereerst om in gesprek te blijven, met God, met elkaar, en dan, gesterkt, om naar buiten te gaan, de onbekende weg op, die voor ons ligt. Voorbij onze eigen horizon, voorbij de bekende weg. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een zinvolle. Vragen zullen blijven komen: wat zal er morgen zijn, en wat overmorgen? Zal het gaan, zal het ons als familie, als Boskapel, goed blijven gaan? Het zijn vragen om met elkaar en met God te blijven delen.

En, laten we dan gaan, gesterkt, bemoedigd, op weg, naar de dag van morgen. Want die dag komt. Zeker en vast. Alleen zo kan God geschiedenis schrijven in ons leven. Alleen zo gaat het door. Opdat wij eens met Simeon kunnen zeggen: “Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals gij hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen, en dat tot eer strekt van uw mensen.”

Theo van der Zee

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie