Met vertrouwen op reis

Lezing: Lucas 10, 1-12 + 17-20

Op reis gaan zonder, geld, pinpas of creditcard, zonder koffers, rugzak, zonder je schoenen aan? En dan ook nog naar een plaats waar het gevaarlijk is? Met z’n tweeën, dat wel, maar je mag niemand groeten en alleen in huizen verblijven waar je welkom bent en dan maar afwachten of je eten, drinken en een slaapplaats krijgt!

Stuurt Jezus ons zo op pad?

Het is duidelijk dat dit niet de bedoeling van de schrijver Lucas kan zijn. Zoals met alle verhalen is ook dit stukje poëzie, want zo kun je het noemen, geschreven vanuit de diepste gevoelens van mensen, vanuit de wijze waarop zij Jezus hebben ervaren.

Dit evangelie komt uit wat genoemd wordt, het grote reisverhaal. Het is ingebed tussen twee pericopen waarin eveneens mensen op pad gaan.Vlak vóór onze tekst wordt beschreven hoe iemand bij Jezus komt om hem te volgen. Maar hij bleek niet genoeg onthecht, hij zat nog teveel vast in zijn eigen sores en kon daardoor niet onbekommerd omzien naar de ander. Vlak ná onze tekst volgt het bekende verhaal van de barmhartige Samaritaan. Dié had het wel begrepen. In het heel maken van gekneusde, gekwetste mensen. In hem komt het Rijk Gods rakelings nabij. Eigenlijk is dát de vanzelfsprekende en daarom vooronderstelde kern van dit Lucasverhaal.

De mensen kenden de inhoud van Jezus’ boodschap al. Wat Lucas in het evangelie van vanmorgen benadrukt is veeleer de manier waarop de leerlingen hun taak moesten volbrengen. Het gaat Lucas hierbij om een pastorale houding en daarbij grijpt hij terug op de vroeg-christelijk oudst bekende gemeenteregels die golden voor apostolische boodschappers. Het zijn dus zeer oude gedragsregels voor missie en zending.

De evangelist Lucas is bovendien de enige die naast de zending van de twaalf leerlingen, de apostelen, ook nog melding maakt van de uitzending van 72 anderen. In Joodse ogen is 72 een rond getal, het geeft een vrij groot aantal weer. Waarom? Dat blijkt al gauw, want de oogst is zo groot dat niet alleen de officiele ‘Twaalf’, maar ook vele andere christenen worden geroepen om deze binnen te halen. De oogst is hier een beeld voor de wereldwijde spreiding van het evangelie.
Kennelijk was er veel belangstelling en werden mensen er door geroerd en geraakt, hetgeen hun levenshouding veranderde.

Twee aan twee worden de leerlingen erop uitgestuurd. Zo kunnen ze elkaar bemoedigen bij tegenslag of met elkaar de vreugde delen als het goed verloopt. Dan volgen de reis-instructies die duiden op onthechting: los kunnen laten van materiële zaken.

En de boodschap: “Groet niemand onderweg”? Is hier soms sprake van een soort zendingsfanatisme? Ik geloof het niet. In het oosten betekent iemand groeten niet hetzelfde als een westers “hallo” of een kort en vluchtig “hoe maak je het” of een roep van de overkant van de straat: “alles goed?” Iemand groeten betekent hier dat je erbij gaat zitten, in gesprek gaat, in debat gaat. Dit moet je reserveren voor ‘huizen’ waarmee families en ‘steden’ worden bedoeld die destijds uit een netwerk van gezinnen bestonden.

Kwetsbaar als een lam met niets in hun bezit wensen de leerlingen ieder huis vrede toe. Maar sommigen hebben daar geen boodschap aan. Die hebben geen antenne voor God. Hun egocentrische leefstijl bevalt hen heel goed. De ander die daarin in breekt is alleen maar een stoorzender. Iemand die zelfgenoegzaamheid aan de kaak stelt en je wijst op verantwoordelijkheid voor de ander maakt onrustig en sommige mensen houden daar helemaal niet van.

“Verspil je tijd daar niet aan”, waarschuwt Jezus. Ze moeten het zelf maar weten. Ze zullen zelf de gevolgen van hun levenshouding wel ondervinden.

We worden met z’n allen door dit evangelie voor een dilemma gesteld: enerzijds het afsnijden van bepaalde pastorale mogelijkheden “groet niemand onderweg” en anderzijds het openstellen van andere pastorale wegen. Het blijkt een kwestie van ‘wel groeten’ en ‘niet groeten’ en dat op het juiste moment.

Dit Lucas-evangelie nodigt uit om te zoeken naar nieuwe aangepaste plekken waar mensen het Rijk Gods onbelemmerd, zonder aanzien des persoons, kunnen uitstralen, uitzingen en verkondigen.

Waar moeten we beginnen? Daarover spreekt Lucas niet. Plaatsen, concrete reisdoelen noemt hij niet. Er wordt alleen gezegd dat de leerlingen door Jezus worden gezonden en naar Jezus terugkeerden.

Inmiddels is majoor Alida Bosshardt gestorven: ‘Bevorderd tot Heerlijkheid zoals het Leger des Heils dat noemt. Zij hoorde bij de tweeënzeventig. Ze wist zich geroepen, vergat haar eigen belangen, schoof haar diepste eigen wensen opzij om te werken aan het Rijk van God in de straten, de buurten, de café’s en overal waar mensen waren.

“Wat is uw visie op God?” werd haar gevraagd in het laatste interview. “Ik voel me gezonden vanuit Gods Geest. Mijn geest gaat vanuit Gods Geest. Zo ga ik op pad en als je in Jezus’ voetstappen loopt, komt het goed.” Blijmoedig ging ze zo haar weg van Jezus uit en keerde vol vertrouwen naar hem terug.

De bemoedigende woorden van Jezus hebben hun uitwerking dus niet gemist, want zij bleek tot grote dingen in staat.

En wij? Moeten we vergaderingen beleggen, enquêtes houden, onderzoeken organiseren om te ontdekken waar de mensen zich bevinden die opgebeurd moeten worden?

Ik denk dat dit alles overbodig is. Want de plekken waar we het Rijk Gods kunnen uitstralen zijn bekend. Het voltrekt zich al in het straatpastoraat in Nijmegen, in de opvang van mensen die geen raad meer weten met zichzelf en anderen, in het begeleiden van probleemleerlingen op scholen, in de adoptie-gezinnen en binnen het gevangenis-pastoraat. Maar ook in de omarming van de rouwende, in de kus zonder woorden bij verdriet, in het belangstellende telefoontje als je het zó nodig hebt in het samen vieren van een geboorte een jubileum in het gewoon samen gelukkig zijn dat je het goed hebt. In dat alles voltrekt zich het verhaal van God.

Hoor ik bij dat verhaal? Als je wilt kun je er steeds meer bij gaan horen, je groeit er stapsgewijs wel in mee als je je maar laat raken door de ander en de onrust die dit met zich meebrengt niet ontwijkt. Dan krijgen oude woorden nieuw élan waardoor de mens als mens weer centraal staat en hij/zij op eigen wijze verhaal van God mag zijn. Na zo’n ontmoeting keer je vol blijdschap terug en ben je God-weet één van de tweeënzeventig.

Je naam staat opgeschreven in de hemel.

Maria Schröder

Geïnspireerd door: E. Schillebeekx, ‘Om het behoud van het evangelie’
H. Oosterhuis, ‘Deze geboren vreemdeling’

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *