Heer leer ons bidden

Lezingen: Genesis 18, 16-32 (Abraham bemiddelt voor Sodom) en Lucas 11, 1-13 (Heer, leer ons bidden)

Welkom allemaal op deze vakantiezondag in de Boskapel. Welkom allemaal, gekomen om samen te vieren, een van hart en een van Geest, om ruimte te maken voor de God die in ons midden wil zijn. In de lezingen van vandaag gaat het over bidden. Bidden is heel eenvoudig: tijdens deze viering bidden we als vanzelf, zonder problemen, vele gebeden. Toch kan bidden ook vragen oproepen. Is het niet naïef? Is het niet kinderlijk? Is het niet zelfzuchtig? Toen een van mijn broers nog mijn broertje was, hielden pa en ma hem eens voor: Kindertjes die vragen … dan krijgen ze niks, vulde hij toen aan. Toch moedigt Jezus ons aan te vragen en aan te dringen zelfs. En hij houdt ons voor wat we kunnen krijgen.

Overweging

Daarom zeg ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden.

Dat lezen we vandaag in het evangelie. Het staat er zomaar: vraag en er zal je gegeven worden. Het lijkt wel een sprookje, waarin de hoofdpersoon drie wensen mag doen, die dan ook alledrie uitkomen. En dan blijft het voor ons niet bij drie wensen, maar we mogen onbeperkt wensen. Zijn we ineens in een sprookje beland? Wij, met ons allen? Wat zullen we nu eens gaan wensen? Geld, gezondheid, geluk? En natuurlijk vrede op aarde! En dan gaat de Vader in de hemel daar allemaal voor zorgen.

Dat klinkt een beetje naïef, als je het zo stelt. Niet dat we niet om geluk en gezondheid mogen bidden, integendeel. Maar hoe meer ons bidden op een verlang­lijstje lijkt, hoe meer kritiek het uitlokt. Francis Galton, een geniale negentiende-eeuwer, was zo’n criticus. Hij heeft op vele terreinen van de wetenschap zijn sporen nagelaten, onder andere op het gebied van de meteorologie, de antropologie, de psychologie en dat van de statistiek. En een van zijn statistische onderzoeken was naar de werkzaamheid van het gebed. Zijn conclusies zijn duidelijk: het gebed heeft geen statistisch relevant effect op tijdelijke, aardse zaken als een betere gezondheid en een langer leven. (Eeuwige, hemelse effecten van het gebed liet Galton uiteraard buiten beschouwing.) Een van Galtons observaties was, dat verzekerings­maat­schap­pijen dat al lang opgemerkt zouden hebben. Er is echter geen enkele verzekeraar die premie­korting aanbiedt als de verzekerde bidt. (Zo konden in elk geval tot voor kort pastores goedkoper een autoverzekering afsluiten, omdat ze blijkbaar voorzichtiger reden.) Zelfs niet als die ver­ze­ke­ringsmaat­schap­pij geleid wordt door gelovigen. Geloven die dan zelf niet eens dat het gebed van hun verzekerden verhoord wordt?

Nee, dat geloven die gelovigen inderdaad niet. Zo naïef zijn ze niet en zo naïef zijn wij niet. Galton trok daaruit de conclusie dat bidden dus niets voorstelt, maar wij zouden daaruit de conclusie kunnen trekken dat de vraag van de leerlingen: Heer, leer ons bidden, zo gek nog niet is. Blijkbaar is goed nadenken over bidden nog niet zo eenvoudig.

In het evangelie van Lucas doet Jezus niet moeilijk als zijn leerlingen vragen “leer ons bidden”. Hij geeft zijn leerlingen een gebed, dat wij nu kennen als het Onze Vader. Het Onze Vader dat we gewend zijn staat overigens in het evange­lie van Matteüs; Lucas geeft een kortere versie waarin “Uw wil geschiede op aarde als in de hemel” en “verlos ons van het kwade” ontbreken. Jezus’ antwoord is dus heel concreet, het gebed dat hij zijn leerlingen leert is kort en krachtig. Hij ondersteunt zijn praktische voorbeeld met parabels die duidelijk maken dat in het gebed de aanhouder wint, zoals Abraham ons in de eerste lezing ook voordeed, en dat, als wij elkaar al het goede weten te geven, God zelf dat toch zeker zal doen. God zal ons zeker de heilige Geest geven als wij erom vragen.

Dat is een krachtige en mooie afsluiting, maar hier wordt in dit verband, in verband met het bidden, ineens de heilige Geest genoemd. Als we naar het Onze Vader kijken, bidden we daar eigenlijk niet direct om de Geest. En toch lijkt dat nu juist bij uitstek de gave te zijn die God ons wil geven. Misschien kunnen we dankzij deze toevoeging wat meer leren over het gebed. Wat heeft de heilige Geest te maken met het Onze Vader?

Wat de heilige Geest met het Onze Vader te maken zou kunnen hebben, zouden we kunnen gaan vermoeden als we bijvoorbeeld de bede om vergeving bekijken. Daar bidden we: Vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven iedereen die ons iets schuldig is. Dat is een bede met een zeker schokeffect. Doe ik dat wel? Als we naar onszelf kijken, zien we dat dat niet altijd lekker zit, die vergeving van anderen die ons iets schuldig zijn. Eigenlijk is deze bede niet alleen een vraag aan God, maar deze bede roept ons ook op, inspireert ons, ook echt werk te maken van die vergeving. En voordat we het weten wordt deze bede een bede om de Geest die herbouwt wat is vernield, en die een maakt wat verdeeld is. De beden om brood en om vergeving, en tegen de beproeving, zijn ook beden die ons vragen kritisch naar onszelf te kijken. En niet zomaar kritisch: het Onze Vader begint met de vraag, het verlangen, dat de naam van God geheiligd mag worden en Gods koninkrijk mag komen. Jezus vraagt ons, via dit gebed, onszelf te bekijken in dat per­spec­tief. Gods koninkrijk moet het perspectief zijn van onze vragen om brood en vergeving, en om standvastigheid. Jezus vraagt van ons, werkelijk naar dat koninkrijk te verlangen, en ons handelen daar nu al op af te stemmen.

We hoeven ons geen overdreven of verheven voorstellingen van dat koninkrijk te maken om onze gedachten en ons handelen daarop af te stemmen. Dat doen we al als we ons afvragen of we wel doen wat nu nodig is, voor ons eigen onderhoud, of dat we het nodige al lang uit het oog verloren zijn. Dat doen we al als we ons afvragen of we de ander werkelijk vergeven, of dat we hem of haar eigenlijk al uit het oog verloren zijn. Dat doen we al als we ons bewust proberen te zijn van verzoekingen, en proberen niet blind door het leven te gaan.

Als dat ons verlangen is, dan zal God ons gebed zeker verhoren. Dan zal Gods Geest in ons werken aan het koninkrijk.

Heer, leer ons bidden.

Karel Peijnenborg

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie