Doe het eens anders

Lezingen: 1 Sam. 26 – David spaart het leven van Saul; Lc 6, 27-38 – Wees goed voor wie jullie haten

In de twee lezingen van vanmorgen worden aan de gemeente als geheel en aan de individuele mensen geen geboden opgelegd of onmogelijke eisen gesteld, al lijkt dat op het eerste gehoor wel zo. Er is sprake van de zogenaamde ‘gulden regel’: ‘behandel anderen zoals je zelf behandeld zou willen worden.’ Daarbij moet je soms initiatieven nemen in een situatie waarin je dit liever niet doet. Iemand moet beginnen de cirkel te doorbreken van ‘oog om oog, tand om tand’. Moeilijk, dat vind ik zelf ook, maar zullen we er toch eens over nadenken?

Overweging

Zo links en rechts om me heen heb ik eens gevraagd wat men vond van de tekst uit dit evangelie. De reacties laten zich raden:

  • ja, ik ben daar gek, ik mep terug.
  • ik heb net een cursus assertiviteit achter de rug dus ik red me er wel mee.
  • het gaat wel ver, je hoeft je toch niet helemaal klein te laten krijgen.
  • ik zou nu niets doen, maar ik kom hem wel een keer tegen.
  • terugslaan mag niet maar ik zie hem niet meer staan, negeren dus.
  • je kunt ook vragen waarom hij of zij dat doet.

Alle reacties zijn menselijk, zijn ze ook christelijk?

Om de tekst goed te volgen is het van belang iets van de rabbijnse methode van onderricht te begrijpen. Die methode volgt Jezus namelijk in, zowel de bergrede bij Mattheus als in deze evangelietekst van Lucas die de veldrede wordt genoemd. De rabbijnen wisten dat je flink moet overdrijven als je wilt dat mensen naar je luisteren én daarbij in één keer begrijpen wat je bedoelt. Woorden blijven dan geen woorden meer maar veroorzaken een schok-effect. Ze doén iets met je, zetten je aan het denken omdat je wordt geconfronteerd met je zelf. Op deze wijze werden abstracte begrippen duidelijk en was er geen verdere uitleg nodig.

Die rabbijnse methode wordt door Jezus gebruikt in zijn veldrede. Zo’n uitdrukking van ‘de andere wang toekeren’ is dan ook niet letterlijk bedoeld. Alleen linkshandigen zouden dit trouwens maar kunnen! Het blijkt ook uit Jezus’ gedrag, veel later tijdens het verhoor door de hogepriester. Hij krijgt een kaakslag en hij keert niet de andere wang toe maar vraagt: “Waarom sla je mij?”

Nu weer terug naar het evangelie van Lucas. Tot twee keer toe hoorden we het: “Bemin je vijanden en doe goed aan degenen die jou haten.” Van de leerlingen van Jezus, dus ook van de gemeente van Lucas, wordt een houding gevraagd van echte menselijke goedheid naar de ander toe. Een houding van bewogenheid om de ander.

Je laat je ‘in beweging brengen’ waarbij je de ander tot zijn recht laat komen. Je maakt hem geen kopje kleiner maar je zet hem op zijn benen. Dát is de gerechtigheid die als een rode draad door het Oude Testament loopt. Het is het godsbeeld van Jezus. Rechtvaardig ben je in het doen van recht. Daarmee maak je de ander vrij, je zet hem namelijk op een heel ander spoor en bevrijdt hem uit het ‘vijand-denken’. Doorbreek het gangbare, juridische weegschaal model: ‘Jij doet mij dit, dan doe ik jou dat’, maar handel vanuit een vrijheid die iets heel anders, iets nieuws aan de orde stelt. Met andere woorden: doe het onverwachte! Dát is het leefpatroon waaruit Jezus leefde, het goddelijke royale leefpatroon.

In feite handelde David in deze trant door koning Saul niet te doden terwijl hij er alle gelegenheid voor had. Hij riep hem, weliswaar op afstand!, tot een andere orde en kreeg er vriendschap voor terug. Daarmee verander je de ander maar ook jezelf. Het gaat er om de weg te openen naar de hater die hulp nodig heeft. Juist de praktische methode om door liefde vijandschap te overwinnen wordt door Jezus benadrukt. Dan mag je hopen dat de ander jou weer met andere ogen kan zien.

Dát is de strekking van “Bemin je vijanden.” Kortom: wie haat weet te doen verdwijnen heeft tegelijkertijd zichzelf én zijn naaste liefgehad. Dan kun je kind van God genoemd worden. Die, zo hoorden we immers ook goed is voor ondankbaren en slechten.

Zijn er vanuit ons leven ook zulke voorbeelden te geven?

  • Je vindt het niet leuk als een ander je voorbij loopt of negeert maar daarom laat je hem/haar nog niet vallen.
  • Je weet je misschien ondergewaardeerd, in een hoek gedrukt, wat niet wil zeggen dat je de ander daarom respectloos tegemoet kunt treden.
  • Op je werk ervaar je onvoldoende medewerking en steun in je problemen. Dit houdt niet in dat je daarom afstand neemt van je collega’s.

Anders zou een situatie uit de hand kunnen lopen en Jezus wil nu juist deze escalatie in de kiem smoren door de tegenstander een mens te laten zijn aan wie ook goede kanten te ontdekken vallen. Op den duur is hij of zij dan misschien jouw vijand niet meer.

Mag je, in naam van de bijbelse vrede, dan een ander nooit terecht wijzen? Moet je je dan maar laten uitknijpen als een citroen? Dat is zeker niet de bedoeling. Respect voor de ander betekent ook dat je jezelf respecteert. Je kunt je onvrede kenbaar maken maar altijd, zoals een Boskapeller zei: “Met de hand van sympathie eronder.” Dat betekent: aandacht hebben voor een ander, iemand erbij willen houden, je best doen om de ander tot zijn/haar recht te laten komen.

Dat kan inhouden dat je grenzen moet aangeven. Wanneer misbruik wordt gemaakt van jouw goedheid komt je eigenwaarde in het gedrang. Dan kun je de ander niet meer tegemoettreden zoals je zou willen. Als je je alsmaar opoffert voor die andere mens raakt jouw bron leeg.

Dit nu is een cruciaal punt. Als je echt bewogen bent om de ander roep je elkaar hierin een halt toe. Je geeft je grenzen aan. Want ook hier kan de zaak uit de hand lopen. Je houdt de ander een spiegel voor en dat is ook een uiting van liefde. Je bewijst de ander daarmee een dienst.

Jezus roept zijn vrienden, de apostelen, meerdere keren tot orde. Maar op zijn laatste levensavond zegt hij hoéveel hij van hen houdt. En hij zegt hoe dierbaar hem zijn roeping is: Leven breken en delen met elkaar, dát is de Naam van de Eeuwige in praktijk brengen.

Begin maar gewoon met geven, wacht niet af, dan zal de ander niet achterblijven en je een een ‘goede, gestampte, geschudde en overvloedige maat in de schoot storten.’

En als die ander dat nu eens niet doet? Want die zijn er ook, dan kun je lang wachten! Dan zul je tijd moeten nemen, geduld moeten hebben. En boven alles blijven geloven in de zachte krachten die hun uitwerking zeker hebben op den duur. Als een ander mij mild benadert ebt mijn hardheid weg en word ik zacht van binnen.

Zachte krachten komen vrij in het liefdevol omgaan met elkaar óók als er rederlijkerwijs gesproken geen aanleiding voor is. Dat is moeilijk, soms heel moeilijk. Maar je raakt daarmee aan het geheim van het leven zelf. Zoals Henriette Roland Holst dicht:

De zachte krachten zullen zeker winnen in ’t eind
dit hoor ik als een innig fluist’ren in mij:
zoo’t zweeg zou alle licht verduist’ren
elke warmte zou verstarren van binnen.

Maria Schröder

Inspiratiebronnen:
Meer dan het gewone, F. Boerwinkel
Vanuit Lucas bezien, J. Ticheler
De bergrede, utopie of program?, P. Lapide

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *