Vuur en Adem

Lezing: Johannes 20, 19-23

De neerdaling van de Geest vindt plaats op de 50e dag na Pasen. Dat wil zeggen dat Jezus’ verrijzenis merkbaar en voelbaar wordt in de geest die de leerlingen bezielt om van nu af aan in zijn voetspoor verder te gaan. Na een soort van rouwretraite om het verlies van hun bezielende leider zijn ze weer op adem gekomen. Jezus van Nazareth is geen mens om over te treuren, maar om mee door te gaan.

Het vuur door Hem op aarde gebracht, sloeg in vlammen op hen over. De Geest maakt actief. Dat zien we heel de verdere geschiedenis telkens weer waar profeten, grote en kleine, worden geroepen, en vervuld van de geestkracht van God. Ons samenzijn hier kan ook een impuls geven aan de vitalisering van onze geloofsgemeenschap, als we de ramen en deuren wijd openzetten!

Kom dan Schepper Geest, beziel ons met je adem, en verwarm ons met je vuur!

Overweging

Als iemand jarenlang de bezielende leider is geweest van een vereniging en zo iemand valt weg, plotseling of toch wel voorbereid, dan loop je de kans dat zo’n club in elkaar zakt, of zelfs uiteen valt. Dat gevaar dreigde ook in de kring van Jezus’eerste leerlingen. Ze dreigden uiteen te vallen. Het kleine groepje zat weggedoken en in elkaar gezakt bijeen, verdrietig om het verlies. Totdat de Geestkracht van Jezus hen weer bezielde op die Pinkstermorgen in Jeruzalem. Hij kwam in hun midden staan en zei: ‘Ontvang mijn geestkracht. Als je iemand zijn zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven. Doe je dat niet dan blijven ze ermee zitten.’

Zonde … Een woord dat we vaak argeloos gebruiken:

  • Zonde dat die twee zo langs elkaar heen leven …
  • Zonde dat ze in dat gezin zo weinig opkomen voor elkaar …
  • Zonde dat de leden van die vereniging zo overhoop liggen met elkaar …
  • Zonde dat de leden van die geloofsgemeenschap elkaar bestrijden omdat ieder de waarheid claimt …

Het is zonde van de verdeeldheid, die harten scheidt en mensen van elkaar vervreemdt. Verdeeldheid zaaien is duivels gif. Maar wie dit gif bestrijdt en mensen met elkaar verzoent, laat zien dat hij is aangestoken door het vuur van Gods geest. Zo dienen volgelingen van Jezus Christus te zijn.

Naast de zonde van verdeeldheid tussen mensen is er een ander kwaad dat huist in de mensen, in onszelf. En dat kwaad heet: moedeloosheid, stilstand, luiheid, gemakzucht. “Als ze mij voortaan maar met rust laten …” Zo iets hoor je mensen wel eens zeggen, beroerd van allerlei toestanden en feiten, waarmee ze geconfronteerd worden in kerk en samenleving. Ze trekken zich terug op een klein eiland, met het afscheidende water om zich heen. Een bekoring die ons allemaal wel eens overkomt. Maar wie zich laat bezielen en aansteken door de geest van Jezus Christus, staat op uit die mentaliteit van ieder-voor-zich. We mogen ons niet overgeven aan doem en doodsheid. We moeten elkaar helpen ons geloof levend te houden. Niet als een doekje voor het bloeden, maar als een vuur dat brandt in onze harten.

Waarom liepen al die verschillende landslieden op de eerste Pinksterdag zo te koop in Jeruzalem? Omdat de leerlingen van Jezus als een groep begeesterde mensen de deuren open gooide en naar buiten trad.

Waar heeft de Kerk van Jezus Christus nog aantrekkingskracht? Waar de geloofsgemeenschap open en hartverwarmend is. In zo’n gemeenschap horen we elkaar in onze eigen taal spreken, blijven we met elkaar in gesprek in al onze veelvormigheid en veelkleurigheid. Een hartverwarmende en open geloofsgemeenschap wordt opgebouwd met verschillende talenten. De Geest werkt in geleerde theologen, maar ook in gewone ongeletterde mensen; hij werkt in mensen met een rotsvast geloof, maar ook in zoekers. De Geest werkt in de profeten van onze dagen, maar ook in onopvallende zorgzame mensen. Hij is werkzaam in de leiding van de Kerk, maar ook in Gods volk onderweg.

In een hartverwarmde geloofsgemeenschap bestaat respect voor ieder zijn taal en talent. Niemand mag de Geest dus voor zichzelf opeisen, en in zijn eigen hokje plaatsen. De Geest is vogelvrij en waait waar Hij wil.

In het Latijn heet de Geest ‘spiritus’, in het Grieks: ‘pneuma’ in het Hebreeuws: ‘ruach’. En al die woorden betekenen eigenlijk ‘adem’. Als je dat weet kun je zeggen: de Geest werkt, waar mensen een verademing zijn voor elkaar.

Op deze Pinksterdag zou ik aan ieder van ons de vraag willen meegeven: ben ik een mens waarbij een ander op adem kan komen?

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie