(Ver)dragen

Lezingen: Ballade van den boer; Lucas 23, 23-32

Op hun doortocht naar het beloofde land maakte het volk van Israël de nodige moeilijkheden mee en Jezus’ weg naar Pasen is langs het kruis van Goede Vrijdag gegaan. Ook onze levensweg is geen lang pad over rozen. Soms wordt ons een kruis opgelegd. Niemand ontkomt eraan. Vragen te over:

  • Waarom moet ik dat dragen?
  • Waar heb ik het aan verdiend?
  • Had het niet wat lichter kunnen zijn?
  • Ik zie er zoveel die er dan toch maar gemakkelijker vanaf komen… kan ik niet ruilen?

Begrijpelijke vragen, maar je komt er niet verder mee. De vraag waarmee wij ons vanmorgen bezig houden is:

  • Wat doe ik met het kruis dat mij nu eenmaal overkomt?
  • Wat kan ik ervan leren?
  • Hoe kom ik ook van Goede Vrijdag naar Pasen?
  • Haak ik voortijdig af, of ploeg ik voort op de akkers van de wereld?

Overweging

Het zal je maar gebeuren! Je komt van het land, hebt je akker bewerkt, bent moe, hebt honger, en wilt naar huis. En dan zie je onderweg ineens een menigte volk. Nieuwsgierig ga je erop af. Even kijken … En voor je het weet word je aangehouden en krijg je, tegen wil en dank, een kruisbalk op je nek gelegd.

Simon is een argeloze voorbijganger die er door de soldaten met de haren wordt bijgesleept om het kruis te dragen van een man, die door zijn geseling verzwakt is. Daar heeft hij geen zin in: zijn diensten betonen aan een crimineel? Tenminste: waarom is hij anders veroordeeld? Maar hij moet wel, die genadeloze Romeinse soldaten dwingen hem. En hij pakt het kruis met zijn boerenknuisten vast; maar niks zeggen, gewoon even sjouwen, het is zo voorbij. Ook al wordt hij ertoe gedwongen, Simon draagt wel dáádwerkelijk het kruis van een medemens mee. En misschien wordt hij gaandeweg wel zo door mededogen overweldigd, dat zijn vooroordeel over deze veroordeelde wegvalt.

Gaandeweg krijgt de onbekende wiens kruis hij meedraagt een gezicht: kijk eens wat een overgave, en zie hoe de vrouwen van Jeruzalem over hem weeklagen. Op Golgotha aangekomen, wordt Simon verlost van de last van het kruis. Zou hij voor de kruisiging gebleven zijn? Is hij verbijsterd geweest over de zachtmoedigheid van de man die zelfs in zijn doodstrijd nog woorden van bevrijding spreekt? We weten het niet. Het Evangelie vertelt er niets over.

Maar als we ons verplaatsen in de persoon van Simon, kunnen we wel te weten komen wat het ons doet als óns een kruis wordt opgelegd: het kruis dat inherent is aan het samenleven met anderen. Die ander kan je allernaaste zijn. Je hebt hem lief, maar liefde brengt ook altijd lijden met zich mee.

Blijf je elkaar trouw in lief én leed, in goede én kwade dagen?

Die ander kan ook een vreemde zijn die je zomaar tegenkomt op je levenspad. Iemand die het kruis draagt van een ongelukkige jeugd, van een handicap, van een valse beschuldiging, van discriminatie, van armoede… O, je kunt geconfronteerd worden met zóveel verschillende kruisdragers die niet meer in staat zijn het alleen te dragen.

En dan… zonder goed te beseffen hoe het zover kon komen, word jij soms belast met dat leed van een ander. Het kruis word je, zoals bij Simon, ongevraagd opgelegd. En draag je het dan, net als Simon, zonder blijvend gemor; zo in de trant van: waarom moet ik dat doen…; kan ik niet ruilen?

Of overkomt het ook jou dat vooroordelen wegvallen en de onbekende wiens kruis je meedraagt een gezicht voor je krijgt?

Jij gééft, maar krijgt er ook iets voor terug. De vreemde kan een vriend worden. Het meedragen van zijn kruis, kan jezelf sterker maken! Maar het kan ook zijn dat je geconfronteerd wordt met een kruis in je eigen leven, bijvoorbeeld door ziekte, verlies of verdriet. Dit kruis verdragen betekent niet dat je het verheerlijkt, of dat je het noodlot omhelst. En als er wat aan te doen is, dan graag! Het betekent wel dat je leert accepteren dat ook jouw bestaan kwetsbaar is en dat ook jij mensen nodig hebt die je kruis meedragen. Want… waarom een ander wel en jij niet?

Als iemand op den duur innerlijk aanvaardt wat hem aan onvermijdelijk lijden overkomt, zie je vaak een kracht van hem uitgaan, door alle zwakheid heen. Zo’n kracht lees ik op een tekst die een van ons aan het kruis heeft bevestigd: ‘Het lot dat mijn ziekte bracht, werd ook een kans om waarden te herijken.’

En het gedicht dat we hoorden als eerste lezing gaat over iemand die, ondanks alle kruizen die er zijn, dóór wil gaan totdat hij zijn taak heeft volbracht. Zo iemand was Jezus. Hij nam het kruis niet op als noodlot. Het is de uiterste consequentie van de dwarse wijze waarop Hij zich had opgesteld tegen de overheid. Een overheid die Hem wilde beletten om sommige regels met voeten te treden als dat nodig was; goed te doen aan mensen die niet zonder hulp van anderen konden. En dat riep weerstand op, omdat die mensen al zo vaak verdacht waren gemaakt, dat ze in het verdomhoekje waren terecht gekomen.

Jezus had ook veilig thuis kunnen blijven. Maar Hij koos ervoor het conflict dat hij al lang voelde aankomen, niet uit de weg te gaan. Niet om dat conflict, maar omdat Hij trouw wilde blijven aan zijn roeping, ook al zou Hem dat zijn kop kunnen kosten.

We hoeven helemaal niet te kiezen voor het kruis, of vooraan te gaan staan wanneer pijn en ellende worden uitgedeeld. Zonder dat we er om vragen, zullen we ons deel toch wel krijgen.
Het wordt ons in de samenleving, zoals bij Simon, ongevraagd opgelegd. Het is ook inherent aan ieders eigen leven en levensroeping. De enige zinnige vraag die je dan kunt stellen is:

  • Wat doe ik met mijn kruis?
  • Wat kan ik ervan leren?
  • En vooral: hoe hou ik, ondanks alles, uitzicht en ploeg ik voort?
  • Hoe kom ik met mijn kruis uiteindelijk toch bij Pasen uit?

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie