Uit aarde gevormd

(Agapè-viering)

Welkom u allen in de Boskapel vanmorgen, op deze zondag aan het begin van de zomerperiode. Wij zijn samengekomen rond de tafel des Heren om onze verbondenheid met Hem en met elkaar te vieren. Wij doen dat in de vorm van een agapè-viering. Deze ochtend geen kleurrijke boeketten van de bloemist, uitgekozen en geordend door de siergroep, maar een weelde van wilde bloemen die Moeder Natuur ons gunt. Zij zijn tot wasdom gekomen in weer en wind, op de aarde waarop ook wij gaan en staan.

Voordat u hier binnenkwam hebt u onder het bladerdak van bomen gelopen, een stukje natuur waaraan de Boskapel zijn naam ontleent. Hoe klein ook, het bosje is een mooie aanloop tot deze viering. Bomen en bloemen illustreren het thema van vanmorgen: “Uit aarde gevormd”.

In het eerste bijbelboek staat het dichterlijke verhaal over de schepping, hoe God de mens vormde uit aarde en hem de levensadem inblies. Hij zette hem daarna in de tuin van Eden om die te bewerken en erover te waken. Dat was en is nog steeds de opdracht die God de mensen gaf. En zo is de mens vertrouwd geraakt met de aarde, zo kon de liefde tot de natuur wortel schieten. Het is een thema van alle seizoenen, zeker vanmorgen, nu voor velen de vakantietijd aanbreekt, nu velen op weg gaan, ver weg of dicht bij huis, maar hoe dan ook: Gods volk onderweg, langs ‘s-Heren wegen.

Overweging

Het verhaal van Jezus’ leven op aarde, zoals het door de evangelisten verteld wordt, kent heel wat passages die verwijzen naar de levende natuur. Een mens van vlees en bloed zoals Jezus van top tot teen was kan niet ongevoelig zijn geweest voor al het aardse in ‘s-mensen bestaan. Hij was vertrouwd met hemel en aarde en alles wat daartussen is. Van jongsaf aan kende hij de geur van timmerhout, en als dorpsjongen in Nazareth heeft hij het landleven van nabij meegemaakt.

Nadat Johannes hem met het water van de Jordaan gedoopt had, werd hij door de Geest meegevoerd naar de woestijn. Is er een landschap te bedenken waar het bestaan barser en harder is ? Zo ergens, dan heeft Jezus daar in de woestijn de aarde ervaren en geleerd wat leven en overleven is.

Jezus kende de kracht en het geweld van wind en water; op zijn woord bedaarde de storm op het meer. Hij zette de farizeeën klem toen die hem om een teken uit de hemel vroegen door te wijzen op avondrood (mooi weer) en morgenrood (slecht weer).

Na drie jaar openbaar leven, toen Jezus voorvoelde dat zijn optreden niet langer geduld werd, zocht hij, na het laatste avondmaal met zijn leerlingen, zijn toevlucht in de hof van olijven. De olijfboom is de bijbelse boom bij uitstek, en Jezus kwam vaak naar de olijfgaard Gethsemane om er te bidden. Hij zal daar dan zeker de zoetgeurende bloesem van de olijfboom geroken hebben. Treffend is dat de olijfboom na 30 jaar gerijpt te zijn de rijkste oogst oplevert.

Jezus sprak vaak tot de mensen in beelden die aan de aarde ontleend zijn en die hun vertrouwd in de oren klonken: de zaaier die uitging om te zaaien, het mosterdzaadje als voorafbeelding van het Koninkrijk, de vissen in het sleepnet, de vijgenboom die geen vruchten voortbrengt, de wijngaard met zijn fulltimers en halftimers. Ook de vogels die door de lucht zwieren betrok hij bij zijn boodschap. Hij vergeleek Herodes met een vos. En over zichzelf zei hij dat hij de graankorrel is die in de aarde moet sterven om vrucht te dragen. Ook vergeleek hij zich met een wijnstok: zijn vader is de wijnbouwer, en wij zijn de ranken. De boodschap die hieruit voortvloeit is dat wij, zolang wij verbonden blijven met de wijnstok, vrucht kunnen dragen. Woorden van een man die met beide benen op de grond staat, geïnspireerd is door de natuur om hem heen, en zo een verstaanbare heilsboodschap verkondigt.

De man uit de evangelielezing van vanmorgen die op reis gaat en zijn dienaren talenten toevertrouwt, doet denken aan hoe God de eerste mensen de opdracht gaf de aarde te bewerken en te bewaken. Ze mochten de vruchten van Moeder Aarde plukken, op één uitzondering na. In het Afrikaanse scheppingsverhaal dat u in de eerste lezing hoorde werd dat in originele beelden onder woorden gebracht. Ook aan ons wordt dat gezegd; niet alsof wij heer en meester van de schepping zijn, maar als rentmeester, van wie een goed beheer van het kapitaal wordt verwacht. De aarde bergt schatten in zich, en die zijn aan ons toevertrouwd. We mogen ze als beheerders gebruiken. Dat is een levenstaak, die ons wereldwijd opgelegd is en van generatie op generatie moet worden doorgegeven. Zo’n opdracht wordt duidelijker onderstreept naarmate wij vaker zien hoe het mis kan gaan bij het omgaan met de rijkdom van de aarde. Wij aardbewoners mogen best wel eens vaker doordrongen raken van het besef hoeveel wij aan de aarde te danken hebben. Dat mag best eens aangescherpt worden. Zoveel zaken die Moeder Aarde ons gunt vinden wij vanzelfsprekend. Wilt u een voorbeeld ? Brood op de plank: het eerste de vrucht van de graankorrel, het tweede een schijf hout uit een boom, en beide voortgekomen uit de aarde. Een ander voorbeeld: in oorsprong danken wij het vuur aan twee stenen die onze verre voorouders opraapten en tegen elkaar sloegen, totdat de vonk oversprong. En als het vuur ons te machtig wordt, brengen wij het tot zwijgen door water. Die simpele voorbeelden verwijzen naar het kapitaal dat de Schepper ons heeft toevertrouwd.Dank zij het menselijk vernuft kunnen wij de rente daarvan ten nutte maken, voor onszelf en voor onze medemensen.

Natuurlijk, er zijn legio gevallen te noemen waarbij de rente verkeerd besteed wordt, plannen waarbij kapitaal verloren gegaan is. Maar laten wij ons daarop niet blind staren, en liever uitkijken naar kansen en mogeljkheden om de schatten van de aarde goed te beheren en nuttig te besteden.

Er zijn initiatieven te over waaruit onze verantwoordelijkheid voor de geschapen wereld kan worden afgeleid. Het zijn bewegingen, stichtingen en verenigingen die onze steun en sympathie verdienen. Er zijn organisaties die zich inzetten voor biologische land- en tuinbouw, voor natuurstroom, voor verantwoord beheer van tropisch hout, voor windenergie, voor zonnepanelen. Ze staan haaks op zaken als bio-industrie en kaalslag van regenwouden.

Wie verantwoord en zorgzaam omgaat met al hetgeen uit aarde gevormd is, met alles wat de schepping ons biedt, verstaat de taak van rentmeester. Het uitoefenen van die taak brengt hem rente op en zal hem met dankbaarheid en ontzag voor de scheppende kracht van de natuur vervullen. Zo iemand kan instemmen met de nestor van onze theologen, Edward Schillebeeckx, die in zijn persoonlijke geloofsbelijdenis onder meer dit uitspreekt:

“Ik geloof in God, de Vader, de almacht van de liefde.
Hij is de schepper van hemel en aarde,
van heel deze ruimte
met al zijn geheimen, van deze wereld waarop wij leven,
en van de sterren waarheen wij reizen.
Hij kent ons van eeuwigheid, nooit vergeet hij
dat wij uit het stof der aarde gemaakt zijn,
en eenmaal als stof tot haar terug zullen keren.

Ik geloof in het eeuwige leven,
in de liefde die sterker is dan de dood,
een nieuwe hemel, en een nieuwe aarde.
En ik geloof dat ik hopen mag
op een leven met God en met elkaar,
tot in alle eeuwen der eeuwen.”

Koen van Rossum

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie