Tussen hemel en aarde

Lezing: Marcus 9, 2-10

Overweging

Vandaag, 6 augustus, is de dag waarop van oudsher in het verre christelijk verleden een basiliek op de berg Tabor werd ingewijd ter herinnering aan de gedaanteverandering. Het is op de hoogte dat de leerlingen Jezus en daarmee zichzelf ineens in een nieuw perspectief zien. Even maar hadden ze een glimp opgevangen van zijn goddelijke uitstraling. Ook Mozes hoort de stem van de Eeuwige in een overweldigend moment. Even helemaal overweldigd.

Geraakt in je ziel, bewogen door iets of iemand groter dan je hart. Dat kennen wij ook. Je wilt het vasthouden maar het verdwijnt weer. Je wordt weer op weg gestuurd, het gewone leven in. Het geluksmoment blijft echter hangen. Dát ‘zien’ al was het maar even, zij ook ons allen van harte gegund. Een mens kan niet zonder om gaande te blijven.

Het is met alle bijbelverhalen zo, dat je moet kijken wat er aan vooraf is gegaan en wat er daarná gebeurt. Dan wordt de betekenis van een bepaalde gebeurtenis duidelijker. Vóórdat Jezus met drie leerlingen de berg op gaat vraagt hij hen wie zij denken dat hij is, waarop Petrus antwoordt: “U bent de Messias.”

Met deze belijdenis van Petrus begint in het Marcus-evangelie een tweede gedeelte dat meer expliciet is gericht op het lijden en de verheerlijking van Jezus. Over beide feiten spreekt Jezus met zijn leerlingen maar ze mogen er absoluut niet over praten. Is Jezus zelf nog zoekende naar wie hij is? Blijft hij trouw aan wat hij tot dan toe als zijn roeping voelde of brengt hij zichzelf in veiligheid door er mee op te houden? Dat is de gemoedstoestand van Jezus als hij zes dagen later de berg op gaat met de drie leerlingen. Het gaat hier niet om een gezellig onderonsje maar om een ontmoeting met Jezus die opengebroken wordt tot een ontmoeting met God.

Na deze ingrijpende visionaire ervaring volgt de terugreis waar Jezus onder aan de berg direct wordt geconfronteerd met een vader die zijn door demonen bezeten zoon bij hem brengt. Voor die mens en alle gebrokenheid van heel deze wereld daalt Jezus de berg af. Daarmee is het verhaal rond. Het verhaal van een topervaring waarin een overweldigend geluksgevoel hen even van de aarde losmaakte en daarmee een beetje hemel op aarde bracht. Volgestroomd met nieuwe krachten en vol met intense goedheid kunnen ze er weer tegen. Een topervaring.

Topervaringen kennen wij ook:

  • Negen maanden zwanger zijn en dan het hoofdje van je kind geboren zien worden, het nieuwe leven in je handen dragen.
  • Losgekomen zijn van een verslaving, verleidingen kunnen weerstaan, je supersterk weten en je dit zeer goed bewust zijn.
  • Omgeven door stilte op een zandpad door heidevelden fietsen met alleen maar het zachte zoemen van insecten en ineens is daar die vlinder die haar vleugeltjes samenvouwt op je stuur.
  • Een liefdesverklaring en het lijkt wel alsof je ook figuurlijk van de grond wordt getild.
  • De stilte van een verlaten strand en een ondergaande zon, oranjegloeiend verwijndend in de einder van de zee. Het is alsof de hemel de aarde raakt.
  • Een prachtige regenboog, alle kleurschakeringen stralen door zon en regen heen. En je weet ineens: het komt weer goed.

Topervaringen veranderen een mens. Dat is te zien. Iemand glimt van trots, straalt van geluk, danst van blijdschap, huilt van vreugde. Altijd kom je er anders uit. Topervaringen zijn nodig om het leven daarná weer aan te kunnen. Topervaringen worden geboren in stilte. De mens moet eerst zichzelf leeg maken, alle ruis en rumoer achter zich laten om ruimte te kunnen maken voor de Ander.

Vergaat het Jezus zo? Hij moet zich bewust geweest zijn dat de conflicten die hij opriep wel eens op een gewelddadig einde zouden kunnen uitlopen. Hij zoekt de stilte om te bidden boven op een berg. Veel hoogtepunten in de Schrift worden gemarkeerd door bergtoppen.

Het feit dat Jezus de berg opgaat herinnerde de toenmalige lezers onmiddellijk aan Mozes die de berg van God, de Sinaï besteeg. Ook de wolk en de uitstraling doen daaraan denken. Eveneens moeten de mensen destijds aan Elia gedacht hebben. Volgens het verhaal van het boek koningen kwam deze grootste van Israëls profeten op de vlucht na doodsdreigingen, na veertig dagen en veertig nachten woestijn, op de berg van God, de Horeb aan. Beiden, zowel Mozes als Elia werden geconfronteerd met grote problemen in het uitoefenen van hun opdracht. Beiden zijn door een diep dal van twijfel en eenzaamheid gegaan maar bleven geloven in hetgeen ze in een topervaring hadden gehoord: “Ik ben met je, je staat er niet alleen voor.”

Boven op de berg Tabor, in alle stilte en zinderende zon, omgeven door de grootsheid van de natuur, vallen de leerlingen in slaap. Jezus bidt en wordt, zo blijkt, volledig in beslag genomen door een boven- natuurlijke ervaring”: een visioen waarin Mozes en Elia met hem spreken. De drie leerlingen, inmiddels wakker, zijn er totaal van ondersteboven. Daar staat een ándere Jezus dan die zij kenden: Blinkend witter dan wit met grote glans omgeven.

Wat moet je nu meer als ‘God’ aanduiden dan dit licht en een diep ervaren geluk dat van Jezus afstraalt? Het is alsof de hand van God hem aanraakt en hem daarmee bevestigt en bemoedigt. Het ogenblik van inzicht maakt intens gelukkig.

Binnen het visioen dat de leerlingen overvalt horen ze een stem uit de wolken: “Deze is mijn geliefde Zoon.” Dat klonk ze bekend in de oren. Op de Tabor wordt voortgezet wat bij de doop begon. Maar nu wordt er een opdracht aan toegevoegd: “Luister naar hem.” Ze moeten niet alleen kijken maar luisteren.

“Laat ons hier maar lekker blijven, we bouwen wel tenten”, zeggen de drie. Dat gaat dus niet. Een mens moet niet blijven steken in aanbidding met zijn hoofd in de wolken maar terugkeren in de realiteit van het leven. Luisteren betekent niet alleen horen maar ook doen. “Luister naar hem” houdt in dat je het programma van Jahweh handen en voeten geeft. Dit programma staat in het licht van verantwoordelijkheid voor de ander = antwoord-zijn = bevrijdend bezig zijn.

Mozes ontving zijn levensopdracht, ging op weg in naam van en gesteund door de Eeuwige. Mozes moest de naam van de Eeuwige in praktijk brengen. God heeft de mens nodig om zijn Naam handen en voeten te geven. “Luister naar Hem” betekent dat je je topervaring moet loslaten. Je moet de berg weer af om geconfronteerd te worden met de alledaagsheid van het leven waarin niets veranderd is. Maar jij bent veranderd.

Soms moet je, zoals Jezus, de berg op om in tijden van leegte, moedeloosheid en uitzichtloosheid je opnieuw te oriënteren op de Bron van je inspiratie. Je mag van geluk spreken als je dan iemand ontmoet die je zó kan bemoedigen dat de Bron in jou opnieuw gaat stromen. Je raakt weer geïnspireerd om verder te gaan ook al weet je nog niet wat je hierbij allemaal te wachten staat. Zó zoeken en tasten is bidden in de bijbelse zin van het woord. Soms kom je daarbij in een wolk terecht die je ieder zicht ontneemt. Soms klinkt er in de mist van het leven een stem die iets zegt als: “Jij bent mijn liefste dochter, jij bent mijn liefste zoon.” Dan kun je weer verder en weet je met de zekerheid van een openbarende droom wat je moet doen.

Inspiratiebronnen:
Eugen Drewermann: Beelden van verlossing
Jo Tigcheler: Jezus, hoe hij staande bleef

Maria Schröder

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie