Thomas

Lezing: Johannes 20,19-29

Overweging

“Het kan je vreemd overkomen maar het is echt waar wat ik je zo even vertelde, geloof me, ik heb het met eigen ogen gezien.” Het hangt er wel vanaf wie dat tegen je zegt en hoéveel overtuigingskracht die mens uitstraalt. Bovendien is van groot belang hoe groot je vertrouwen is in die persoon. Doet die mens je iets, brengt hij of zij iets in jou teweeg? Thomas heeft een dergelijke ervaring. Wanneer de leerlingen hem vertellen dat zij, in zijn afwezigheid, de Heer hebben gezien weigert hij dat te geloven. Waarom zou hij ook? Hij bespeurde geen veranderingen in die mensen. Ze straalden niets nieuws uit. Ze zaten daar bij elkaar met gesloten deuren; bang voor represailles. Waren hun harten ook gesloten?

De geest van God, de geest van Jezus wás al aanwezig in hun leven en tóch was die werkelijkheid ook niet aanwezig. Ze hadden zich wel laten raken maar durfden het niet te laten zien. Thomas gelooft deze getuigen niet. Zou het niet normaler zijn geweest als ze er onmiddellijk op uitgetrokken zouden zijn. Het zou hun leven toch direct veranderd moeten hebben.

Thomas denkt rationeel: hij gebruikt zijn verstand. Als hij zelf zijn vingers in de gaten van de spijkers kan steken dan pas zal hij geloven. Thomas wil zélf zien en ervaren, daarmee de twijfel verwoordend van allen die na hem komen, van wie gevraagd wordt vertrouwen te hebben in Jezus op grond van wat anderen zeggen gezien en ervaren te hebben. In het visioen dat daarna beschreven wordt, nodigt Jezus Thomas uit te doen waarom hij vroeg. Er wordt niet verteld of Thomas dit ook doet, wel dat hij in een overrompelende ervaring uitroept: “Mijn Heer en mijn God.” Thomas wordt gecorrigeerd: “Omdat jij mij gezien hebt, geloof je?” Daarna worden allen bemoedigd die dit niet overkomt: “Op de goede weg ben je als je niet ziet en toch gelooft.”

Het herkennen van Jezus is iets waarmee de leerlingen in alle verrijzenisverhalen moeite hebben. De verhalen die wij in de Paastijd horen, spreken niet over verrijzenis, het gaat niet over een lijk dat weer tot leven is gebracht. Mensen hebben een intense ervaring waarna ze getuigen: ik heb hem gezien. En altijd is er iets waaraan ze hem herkend hebben al duurt het soms wel een tijdje voor dit gebeurt.

Wat ervaren mensen dan? In de lezing van vanmorgen is de boodschap van het visioen: De lijfelijke aanwezigheid van Jezus kan nooit meer het fundament zijn van jouw vertrouwen in hem. Over zijn dood heen zul je de kracht van zijn geest voelen even echt als toen hij in levende lijve rondliep. Op de goede weg zijn zij die daarop durven vertrouwen zonder hem gezien te hebben. Ze kunnen het amper verwoorden maar het is samen te vatten: Wie zo leeft als Jezus is door geen dood te stuiten en door geen graf vast te houden.

Thomas geloofde wel in Jezus. Hij was immers drie jaar met hem opgetrokken. Hij had gehoord en gezien hoe Jezus solidair was met de ‘anawim’, de mensen aan de rand van de samenleving. Maar hij zag ook wat de prijs was: de kruisdood. Deze gelovige Thomas was waarschijnlijk diep teleurgesteld. Dit was dus het einde. Zo vergaat het de rechtvaardige.

Thomas geloofde niet meer in de zin van zo’n leven. Tot hij overrompeld wordt door een visionaire ervaring. Eén enkel ogenblik in het licht is voldoende om te weten. Je kunt Jezus en zijn geest terugkennen in ogenblikken van liefde en tederheid, maar ook aan harde feiten, aan de wonden, het eelt, aan de littekens en het hartzeer dat mensen oplopen. Het bracht een ommekeer in Thomas teweeg.

Het is goed dat er mensen zijn zoals Thomas die zeggen: “Wij willen zien, eerder geloven wij niet.” Mensen hebben het recht, wantrouwend te staan tegenover de ophef van mooie woorden. Er wordt zoveel onzin verteld in naam van God en wat wordt er niet allemaal goed gepraat in eigen belang. Het is goed dat er mensen zijn die kritisch zijn en die zich niet een geloof laten aanpraten dat niet laat zien, hoe zeer je leven verandert als je je op de weg van Jezus begeeft. Thomas heeft het gezien en gevoeld maar na hem komt er een hele wereld die hetzelfde vraagt als hij maar zijn visioen is uniek.

Er is maar één generatie ooggetuigen geweest en ook zij hebben niet allen geloofd. Het is niet zo moeilijk om in Jezus te geloven, maar het kan heel moeilijk zijn om van zijn volgelingen te geloven dat ze in hem geloven! Daar zit het cruciale punt, denk ik. Kijk naar mijn daden, zie wat het in mij teweegbrengt. Ieder die zich christen noemt, komt op zijn weg de ongelovige Thomassen tegen die je testen en vragen je handen te laten zien. Als daarin niet de littekens van solidariteit staan dan zullen ze wel in Jezus van Nazareth geloven maar niet in ons. Ligt daarin misschien de reden dat mensen zich uit laten schrijven, onkerkelijk worden, het instituut ongeloofwaardig vinden. Als een kerk de teugels alsmaar strakker aantrekt om mensen binnen de regels van het zelfbedachte systeem te houden, staat ze niet open voor de geest van Jezus.

Van een kerk mag je verwachten dat ze zegenend en solidair aanwezig is in haar leiders, maar als aan gescheiden mensen eucharistie wordt geweigerd, als tweede liefdes niet ingezegend worden, als homofiele en lesbische relaties worden veroordeeld, vrouwen wijdingen wordt ontzegd en mensen die kritiek hebben buiten de deur worden gezet. Waar blijft dán de geest die Jezus bezielde?

Gelukkig zijn er leidende figuren die inspiratie uitstralen. Ik noem slechts bisschop Muskens, ex-bisschop Bär, abt Ton Baeten, Peer Verhoeven, Huub Oosterhuis, pater van Kilsdonk. Waar het ook nú op aankomt is: of wij geraakt en bezield worden door de geestkracht van Jezus. Deze bewogenheid voelden wij tijdens de Paaswake toen een van onze jongeren zich liet dopen. Het was alsof we zelf ook in beweging werden gebracht, opgestaan uit eigen duisternis, uitgenodigd om in een positieve levenshouding elkaar tegemoet te treden.

Dan is er dat boeket, achter in de kapel, met een kaartje: “Pastor, hartelijk dank voor het Godswerk dat u doet voor de medemens.” Iemand uit het volle leven van de Nijmeegse binnenstad heeft niet gezien maar wel geloofd. Hij heeft in de Paaswake in mensen, woorden, gebaren, muziek en rituelen de geest van Jezus herkend. Daarom hoort Joost Koopmans ook bij de inspirerende leiders die ik zoëven noemde. Zo kennen wij allemaal wel mensen in onze eigen kring die leven vanuit dezelfde geest. Ze zijn gemakkelijk te herkennen omdat ze opvallen in al hun eenvoud. Ze geven een ander de ruimte met respect voor ieders eigenheid. Ze pinnen een mens niet vast op haar of zijn verleden waar iets ooit is misgegaan. Ze zijn bewogen, laten zich raken door weerloze mensen, door verdriet, door de pijn van de ander.

  • Een vrouw die haar eenzame tante bezoekt. Geen gemakkelijk mens, geen gezellig uurtje, maar ze houdt vol in grote trouw.
  • Kinderen die hun volledig demente vader niet in de steek laten.
  • De mensen die iedere dag naar hun terminale buurvrouw omzien.
  • De jonge meid die elke zaterdag middag haar boodschappenkarretje vollaadt voor haar gehandicapte dorpsgenoot.

In deze ontmoetingen weet ik weer dat het waar is: Dat leven zoals Jezus geen grenzen kent en geen graf en dat licht niet onvindbaar is. Eén onder ons is al eens uit nacht en dood opgestaan. Wie kan mij tegenhouden om hetzelfde te doen?

Maria Schröder

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie