Schapen zonder herder

Lezingen: Jeremia 23, 1-6 en Marcus 6, 30-34

Welkom op deze warme morgen in de zomer. Wat u zojuist hoorde was de zomer uit de vier jaargetijden van Vivaldi, met een stevig onweer op het eind. Het zou fijn zijn als wij ook eens wat regen kregen.

Zomertijd is vakantietijd. We missen dus ook een aantal vertrouwde gezichten, waaronder dat van Joost onze pastor, die nog op vakantie is. Maar daar gaat het thema: “Schapen zonder herder” maar heel zijdelings over. Want de lezingen gaan eigenlijk vooral over de verantwoordelijkheid voor de gemeenschap en de verantwoordelijkheid voor een betere wereld.

Vanmorgen willen wij samen vieren op de manier zoals de eerste christenen dat deden met een agapè-viering, een vriendenmaal. Op het blaadje achter de liturgie vindt u een nadere uitleg.

Vandaag brengen we onze gaven samen. En wij houden maaltijd met brood en honing, misschien als voorschot op die betere wereld. Ik wens U allen een goede viering toe.

Overweging

Woensdagmiddag zijn Karel en ik teruggekomen van het 2e congres van de augustijnse lekenbeweging in Rome. Mensen uit Noord en Zuid-Amerika, uit Azië, Australië, Afrika en Europa spraken over de plaats die Augustinus en de augustijnse spiritualiteit in hun leven inneemt. Hoe zij op de plaats waar zij wonen en werken, samenwerken met de augustijnen en hoe dat allemaal nog beter zou kunnen. Want dat was de titel van het congres: Samen voor een betere wereld.

Samen op weg naar een betere wereld. Dat zou je ook als de kern kunnen zien van de eerste lezing. God verwijt de leiders van het joodse volk dat zij hun taak hebben verwaarloosd. De mensen die aan hen waren toevertrouwd hebben zij niet de goede weg gewezen. Daarom zal God nieuwe leiders aanstellen die wel op hun taak berekend zijn. Zij zullen het volk leiden naar een wereld waarin niemand meer verloren loopt, waarin niemand wordt vermist, een wereld waarin niemand meer bang hoeft te zijn. Jeremia verbindt dit visioen met de komst van de Messias. Uiteindelijk zal hij het volk leiden, hij zal het land eerlijk en rechtvaardig besturen en zijn naam zal zijn: Gerechtigheid.

De eerste christenen hebben dit visioen over de Gerechte die zal komen om zijn volk te leiden, zo geïnterpreteerd dat het gaat over Jezus van Nazareth. Hij was de afstammeling van David, hij was de herder die veiligheid en gerechtigheid zou brengen. Wat is dat dan, gerechtigheid? Het bijbelse begrip gerechtigheid gaat over recht doen aan weduwen en wezen aan armen en vreemdelingen, aan mensen die buiten de samenleving gesloten worden.

Als we het leven van Jezus nader bezien, schenkt hij aan die mensen juist aandacht. Hij is geen bestuurder in de normale zin van het woord. Hij is geen koning die er legers op uit stuurt om de vijand in de pan te hakken. Hij is geen rechter die mensen in de gevangenis zet of hen ter dood veroordeelt. Zijn bewind bestaat uit het vóórleven van de goede weg en het onderrichten van die weg. Zijn leerlingen doen in zijn voetspoor hetzelfde, volgens zijn opdracht.

Wat betekent dat nu voor ons eigen leven hier en nu? Lang is in de katholieke kerk aan de gelovigen voorgehouden dat de apostelen de eerste priesters waren, Petrus de eerste paus en dat alles zo in ononderbroken lijnen is doorgegeven tot op de dag van vandaag. Zo zagen we zelfs in de Sint Jan van Lateranen een tafel waarvan werd gezegd dat Petrus daaraan de mis zou hebben opgedragen. Aan vrome legenden heb je in Rome zeker geen gebrek. Dat er soms wel erg hevig wordt gewrongen om alles pas te krijgen wil niet zeggen dat wij niets kunnen met de verhalen uit het evangelie. Zo hoorden we vandaag dat de apostelen waren uitgezonden om de goede boodschap te verkondigen. Jezus is er zelf ook nog, is het dan zo’n gek idee dat hij ze heeft gestuurd om te oefenen, om te wennen aan de problemen en de gevaren en zo te zorgen dat het werk doorging als hij er niet meer zou zijn?

Hier in de Boskapel zijn we met ongeveer hetzelfde bezig. Het is niet de bedoeling de identificaties al te precies door te voeren. Joost is Jezus niet en de voorgangersgroep zijn de apostelen niet. Het gaat dan ook niet in eerste instantie om de persoon, maar om de boodschap die wordt verder verteld. Daarom hebben wij allemáál een taak en een zending om er voor te zorgen dat niemand verloren loopt, dat niemand meer bang hoeft te zijn. Samen moeten wij er voor zorgen dat het Rijk van vrede en gerechtigheid er ooit zal komen. Samen voor een betere wereld.

Annemiek Alferink

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie