Sacramentsdag

Lezingen: Exodus 24, 3-8 en Marcus 14, 12-26

Monstrans uit Warfhuizen, 19e eeuwSacramentsdag is een beetje een misleidende naam. Het gaat vandaag namelijk niet zozeer over de sacramenten in het algemeen, maar over één sacrament. De officiële naam van dit feest is tegenwoordig dan ook: het feest van het lichaam en bloed van Christus. Dat is ook meer in overeenstemming met de oude latijnse naam: Corpus Christi (lichaam van Christus). Het is van oudsher een feestdag met processies, waarin een monstrans met een geconsacreerde hostie feestelijk wordt rondgedragen. Meestal is dat, waar het feest op die manier gevierd wordt, een feest van de hele parochiegemeenschap. Overigens ontdekte ik tot mijn verbazing dat de eerste inspiratie voor het feest kwam van een Augustines uit de 13e eeuw, de heilige Juliana van Luik.

In de Boskapel zijn we wat weggegroeid van die vorm van vroomheid, met monstransen en processies. Er zullen best mensen zijn die dat jammer vinden. Dat weggroeien is echter geen veroordeling, maar het is het resultaat van een ontwikkeling die we doormaken. Een ontwikkeling waarin we ons bewust willen zijn van wat de liturgie, wat vieren voor ons in deze kapel betekent. Een ontwikkeling waarbij we misschien meer hebben aan de 4e/5e-eeuwse Augustinus, dan aan een 13e-eeuwse Augustines.

Augustinus vindt dat Christelijke vieringen zich moeten onderscheiden door soberheid. Dat klinkt ons in de Boskapel vertrouwd in de oren: eenvoud van taal en teken. Is Augustinus dan tegen poespas en fanfare? Nou, dat zal hij niet snel veroordelen. Maar hij wil wel steeds in beeld houden wat echt belangrijk is. Vandaar die soberheid. Als je sober viert, komen de sacramenten pas echt goed tot hun recht. En wat zijn die sacramenten? Voor Augustinus zijn sacramenten niet alleen het bekende zevental, maar daarnaast herkent hij meer sacramenten. Alles wat als teken kan dienen voor het heilige, alles wat een gemeenschap samenbindt en richt op God, kan sacrament zijn.

Voor Augustinus geldt dat bij uitstek voor de eucharistie. Dat is het teken van eenwording bij uitstek. Augustinus zegt dat als je wilt begrijpen wat bij de eucharistie de woorden ‘lichaam van Christus’ betekenen, je moet luisteren naar wat de apostel Paulus zegt: “Jullie zijn zelf het lichaam en de ledematen van Christus.”

Overweging

Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed. Het zijn woorden die we al zo vaak gehoord hebben, dat we ze soms misschien nauwelijks meer horen. Het zijn ook woorden die als je erover gaat nadenken zo zwaar worden dat ze niet meer te tillen zijn. Zoveel is er aan theologie ingestopt. Transubstantiatie. Werkelijke tegenwoordigheid. Kunnen we die woorden van Jezus niet wat lichter maken? Dit is toch een feest, we gaan er toch geen studiedag van maken?

Hoe kwam Jezus eigenlijk op het idee toen die woorden te zeggen? Dat is natuurlijk een onmogelijke vraag. Dat kun je niet weten. Maar we weten wel zeker dat al die theologie en filosofie die nu zo zwaar drukken op die woorden, dat die toen geen rol hebben gespeeld. Dat kwam allemaal later. Misschien kunnen we dus ook een eenvoudiger aanknopingspunt vinden. Niet om alle theologie overbodig te verklaren. Hé, ik ben zelf theoloog! Maar om te kijken of het feest ook al begint vóór al die theologie.

We weten niet wat Jezus toen dacht. Maar we weten wel het nodige van Jezus, uit de Bijbel. Aan het begin van het Marcusevangelie, waaruit we zojuist hebben gelezen, wordt Jezus met drie pennenstreken geschetst. Hij leert met gezag, hij geneest mensen, en waar Jezus is, is het feest. Nou goed, dat laatste staat er niet zo. Maar Jezus houdt ervan om samen met mensen te zijn, geeft niet wie. Hij eet samen met collaborateurs en randfiguren. Ook vasten Jezus en zijn leerlingen niet. Als Jezus daarop kritiek krijgt, zegt hij ronduit dat bruiloftsgasten niet kunnen vasten zolang de bruidegom bij hen is. Waar Jezus is, is het feest, en Jezus is het middelpunt van het feest. Een feest van een verfrissende leer. Een leer waarin niet de regels centraal staan die mensen inperken, maar een boodschap van bevrijding voor wie arm is en rechteloos. Een boodschap van herkenning voor wie over het hoofd gezien wordt. Een feest van een genezende aanwezigheid. En ja, het feest van een gezelligheid, waarin mensen opbloeien en echt, niet vrijblijvend opengaan voor elkaar. Een feest zonder toegangskaartjes en paspoorten. Voor Jezus hoorde dat feest blijkbaar helemaal bij zijn opdracht.

Je mag bij dat feest ook gerust bedenken dat het Koninkrijk van God, waarover Jezus het steeds heeft, vaak als een feest wordt afgebeeld, in het Oude Testament en door Jezus zelf. Als een bruiloftsfeest, als een feest dat wordt gegeven door de koning. Misschien speelde dat ook mee bij Jezus, dat de beste weergave van de werkelijkheid van God een feest is. En dan een feest waarbij niemand aan de kant staat.

En nu, in het evangelie dat we gelezen hebben, is het voor de laatste keer feest met Jezus erbij. Het Joodse paasfeest. De laatste keer. Als je weet dat je bijvoorbeeld voor het laatst een feest viert, omdat een van de aanwezigen niet lang meer te leven heeft, dan kan dat een heel speciaal feest worden. Dan is het niet zo raar om te bedenken (zeker weten doen we het niet) dat Jezus zich daar, op dat feest, realiseert dat dit het laatste feest is dat hij zo met anderen viert. En dat hij zich realiseert, hoe belangrijk dat altijd voor hem geweest is. Ineens komt alles samen in dit feest. Hij heeft zichzelf met hart en ziel gegeven aan het goede nieuws, het feestelijke nieuws van het koninkrijk. Helemaal. Zo, zoals ze hier aan tafel zitten, samen, gericht op God en het Goede, dat is hij helemaal. Dit is zijn lichaam, dit is zijn ziel, zijn bloed.

Dit zou een mooi punt zijn om te stoppen. Maar Jezus laat het niet bij “Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed”. Hij zet de zaak op scherp en gaat verder met: “dit is het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt.” En die uitdrukking ‘bloed van het verbond’ roept een beeld op uit het 24e hoofdstuk van het boek Exodus. Die merkwaardige tekst over het bloed van het verbond, over een vreemd maar indrukwekkend ritueel.

Augustinus zou het een sacrament noemen, een sacrament voor het volk Israël. Een sacrament dat hen samenbindt en richt op God. Maar het is voor ons ook een wat sinister ritueel. Er wordt bloed vergoten, voor velen, en daarvoor worden dieren geslacht. Dat is het beeld dat door Jezus wordt opgeroepen. Ook zijn bloed zal vergoten worden, voor velen. Ook hij zal gedood worden. En dankzij of ondanks dat bloed, maar in elk geval niet zonder dat bloed, worden zijn leerlingen, worden wij samengebonden en op God gericht. Maar willen zij dat wel, willen wij dat wel? Een mooi moment dat Jezus zich identificeert met het feest, ja, maar wel een mooi moment tegen de klippen op. Een mooi moment, en Jezus verbindt het onlosmakelijk met zijn dood.

Echt gemakkelijk worden die woorden denk ik nooit: dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed. Misschien moeten we ons ook niet blind staren op die woorden, op wat die precies zouden betekenen, tot tien cijfers achter de theologische komma. Jezus was geen letterknecht. Hij was een dienaar van mensen. Mensen hadden zijn belangstelling, die hadden zijn liefde, voor hen gaf hij zich helemaal. En dat is wat Jezus van ons vraagt als hij zegt: dit is mijn lichaam en dit is mijn bloed. Kunnen wij dan horen wat hij zegt, en aannemen wat hij ons aanreikt? Misschien kunnen wij elkaar dan aankijken, aarzelend, en samen zeggen, dat wij hem in zijn gebaar herkennen. Dat wij ons in zijn gebaar herkennen. Dat wij ons in hem herkennen. Dat wij het aandurven, samen het feest te vieren van Gods koninkrijk. Elkaar niet aan dorre regels houden, maar vol frisheid en authenticiteit feest durven vieren. Elkaar niet klein houden, maar de kans geven te groeien en op te bloeien. Elkaar niet afschrijven, maar altijd weer uitnodigen voor het feest. Het feest van het lichaam en bloed van Christus. Zijn feest. Ons feest. Een feest voor iedereen.

Karel Peijnenborg

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

2 reacties op Sacramentsdag

  1. sander blijlevens schreef:

    kom vanacht naar de mc donalds voor een lekkere………………………………………………………

    happy meal met jezus

  2. sander blijlevens schreef:

    ik heb dit stuk boven mijn bed hangen omdat ik het zo leuk vind ik heb het al minimaal 100 x gelezen. sander is de schrijver

Geef een reactie