Petje af

Over de hoedjesrel in de Boskapel

Ongeveer een half jaar geleden heb ik samen met Louis een jongerenviering gedaan in de Boskapel. De titel van die viering kan ik mij niet direct herinneren, maar de moraal was dat het er niet om ging wat je had, maar wie je was. In onze huidige samenleving lijkt het weer steeds vaker noodzaak, dit onder de aandacht te brengen. Steeds meer groepen mensen leven langs elkaar heen. Steeds meer mensen nemen niet eens de moeite een vreemde te willen leren kennen. En waarom? Vaak alleen door een wantrouwen dat ontstaat door xenofobie. Haat voedt haat. Angst voedt angst. En angst voor vernieuwing zorgt ervoor dat vooruitgang belemmerd wordt. Een patroon dat al vele malen in de geschiedenis bewezen is, en zich nog altijd blijft herhalen.

Statussymbolen worden als belangrijk ervaren. Misschien nog wel belangrijker dan belangrijk. Status is een primaire behoefte van veel Nederlanders. Mooie huizen, dure auto’s, een I-pod en plasma-tv; zonder dat alles hoor je er niet bij. Zwervers worden voorbij gelopen. Vies gevonden. Gewantrouwd. Puur door het hokje dat door de maatschappij om hen heen is geplaatst. En de meeste mensen zijn te lui om zelf kaders te scheppen, dus volgen zij de visie van de massa maar. Terwijl ook een dakloze mens is. Een mens met een verhaal. Met een verleden. En met dromen. Dat iemand de Impuls verkoopt, maakt hem niet tot een slecht mens. Eerder andersom. Hij is namelijk bereid te werken voor zijn centen. Ook al heeft een zwerver geen huis, geen auto en geen baan. Maakt hem dat tot een slecht mens? Nee! Juist het ontbreken van al deze dingen, kunnen innerlijk geluk doen vergroten.

Als jongere kom ik er steeds meer achter hoe je verplicht bent jezelf te bewijzen in de maatschappij, die van alles van je verwacht. Je moet dit en je moet dat. En dat wordt dan met een mooi woord ‘vrijheid om te kiezen wat je wil’ genoemd. Weinig wordt er gekeken naar wie je echt bent. En dat wilden wij uitleggen in de jongerenviering, ondersteund door een bijbelverhaal waarin Jezus dezelfde mening verkondigt.

De reacties na afloop waren heel goed. Mensen kwamen gelijk naar Louis en mij toelopen, en zeiden blij te zijn dat deze jongeren tenminste hadden begrepen waar het over gaat in de bijbel. Een groot compliment natuurlijk. Want blijkbaar hadden deze mensen dus ook onze boodschap begrepen. Al begin ik daar nu een beetje aan te twijfelen…

Vol goede moed ging ik elke week naar de boskapel. Dit was een kerk van vernieuwing. Een kerk waar God in elkander geeerd wordt. In de boskapel ging het erom wie je echt bent, niet om welke kleur je hebt, of om je banksaldo, of om hoe je eruit ziet. Of toch wel? Ik ben bang dat het dus tijd wordt om nog eens uit te leggen wat Jezus bedoelde met dat verhaal.

Michiel kwam ongeveer tegelijk met die jongerenviering voor het eerst naar de boskapel. Na jarenlang niet naar de kerk gegaan te zijn voelde hij zich op zijn gemak in de boskapel. Hij zette zich direct in waar hij maar kon, en is vrij snel de boekhouding van de boskapel gaan doen. Elke zondag was hij in de kapel te vinden, bescheiden op de achterste rij, met een hoed op. Je kon hem niet missen. Onder die hoed zat Michiel. Michiel en de hoed. Zonder hoed zou ik hem denk ik niet eens herkennen. Net als dat ik de nacht niet als nacht zou herkennen als de zon zou schijnen en net als ik een kabouter niet als kabouter zou herkennen als hij twee meter lang zou zijn.

Sinds anderhalve maand zit Michiel bij het boskapelkoor. Hij heeft een goede stem, en is dus een aanwinst voor het koor. De eerste weken oefende hij alleen op de repetitie. Toen hij de liederen zodanig onder de knie had dat hij mee kon gaan zingen hoorde ik her en der wat geroezemoes. ‘Hij zou toch wel die hoed afzetten’? Nee, dat deed hij dus niet. Want zonder hoed voelde hij zich niet op zijn gemak. Wat mij ontzettend frustreert is dat mensen dit niet rechtstreeks tegen hem zeiden. Dat ging altijd via via. Waarom? Ik weet het niet. Misschien omdat mensen bang waren voor de discussie, omdat ze eigenlijk niet konden beargumenteren wat ze vonden. Omdat het geen gefundeerde mening was, maar een onverklaarbare gewoonte. In de kerk hoor je als man geen hoed te dragen. Maar waarom niet dan? Ja, gewoon, dat doe je niet. Een mooier schoolvoorbeeld van een drogreden is er niet.

Al deze commotie zorgde ervoor dat Michiel met kerst niet mee heeft gezongen. Wat mij betreft was hij meer dan welkom, maar ik respecteer zijn besluit. Vanavond kreeg hij echter te horen dat hij uberhaupt niet welkom was om in het koor te zingen, zolang hij zijn hoed niet af zou doen. En dat gaat mij veel te ver.
Ik denk dat dit een soort van psychologsiche overgang is, die voor veel mensen moeilijk is te verwerken, omdat de kerk van vroeger, met dit soort situaties voorgoed vaarwel gezegd wordt. De kerk van vroeger is niet meer de kerk van vandaag. De tijd dat een pastor de waarheid verkondigde en de gemeente slaafs moest luisteren is geweest. De kerk van vandaag is een kerk die gedragen moet worden door de gemeenschap. De kerk is de gemeenschap. En het is hoog tijd dat we daar aan gaan wennen, wanneer we niet willen dat de kerk verloren gaat.

Waarom zou iemand zonder hoed meer respect hebben voor God dan iemand met hoed? Wat zou God het in gods naam interesseren of iemand wel of geen hoed draagt? Wat kan God het schelen hoe iemand eruit ziet? Zolang zijn geloof maar oprecht is, maakt het toch niet uit hoe je eruit ziet?

Het gaat er in het christendom om dat we mensen accepteren zoals ze zijn. Met of zonder kleur. Met of zonder geld. Met of zonder carriere. Met of zonder hoed. Want het gaat er niet om wat je hebt, maar om wie je bent. En als je daar naar kijkt heeft de boskapel een aanwinst aan Michiel.
Tot slot wil ik nog zeggen dat ik in dit ‘conflict’ volledig achter Michiel sta. Want voor mensen die vraagtekens zetten bij onbeargumenteerde tradities, doe ik mijn petje af!

Dit bericht is geplaatst in Discussie. Bookmark de permalink.

Geef een reactie