Opruimen!

Lezing: Johannes 2, 13-33

De tien woorden uit het boek Exodus zijn de letterlijke richtingaanwijzers voor God’s volk onderweg. Ze worden ons vandaag voorgehouden in de eerste lezing. Ze willen ons – koste wat kost – uit alle soorten slavenhuizen vandaan houden.

Naast deze boom van een tekst staat een roemrucht Jezus-verhaal: de scène waarin Hij de tempel in Jeruzalem reinigt van de uitwassen die er woekeren. Een grote opruiming!

Wat moeten wij in ons bestaan opruimen, zodat we weer meer bij onszelf kunnen komen, bij de oergevoelens in ons hart, zodat we, van uitwassen bevrijd, kunnen leven en samenleven, als vrije en gelukkige mensen.

Overweging

Enkele jongeren uit ons midden vertelden me dat ze met Pasen eigenlijk best nog eens gedoopt zouden willen worden. Want toen hun ouders hen als baby lieten dopen, wisten ze nog nergens van. Maar nu ze ontdekt hebben wat geloven werkelijk voor hen betekent, zou de doop daarvan een uitdrukking kunnen zijn, een getuigenis, een eigen toetreding.

Maar de doop is eenmalig, zoals je geboorte eenmalig is. De enige jongere die in de Paasnacht gedoopt wordt is Jeroen. Toch zouden wij ons dat verlangen om opnieuw gedoopt te worden, allemaal moeten eigen maken in deze veertigdagentijd, omdat we met Pasen de doortocht vieren van Gods volk.

Weg uit het slavenhuis – door het water van de dood – naar het nieuwe land

Weg uit het graf van voorbij, opstaan uit al wat dood is, en de Levende zoeken in het ‘hier en nu!’

Wie dat nieuw begin wil maken wordt met Pasen uitgenodigd om zich te tekenen met het water van de doop, als instemming met wat ooit aan jou gegeven is.
Daarom worden christenen op weg naar Pasen vanouds allemáál als doopleerlingen gezien en wegwijs gemaakt in de kern van de zaak.

Op die weg stuiten we vandaag dan, op die boom van een tekst die zo prominent oprijst in het landschap van het boek Exodus en van de christelijke traditie. We hebben hem vaak de ‘Tien Geboden’ genoemd, maar hij heet van joodse oorsprong de ‘Tien Woorden’. Dat verschil in betiteling is veelzeggend en laat zien waar de schoen is gaan wringen: de ‘woorden’ werden ‘geboden’. Een streng dictaat van wat wel en niet mag. ‘Gij zult dit… Je moet dat…’

Voor een goed verstaan is de aanhef veelzeggend en bepalend. “Ik ben de God die je heeft weggevoerd uit Egypte, het slavenhuis.” Het gaat om woorden van bevrijding, die door Israël ooit werden beleefd als vruchten van het verbond en als geschenk uit de hemel. Nog altijd kent het jodendom het feest van de ‘Vreugde van de Wet’, waarop met de wetsrol wordt gedanst als was ze een levende geliefde. Vanuit de aanhef klinken eerst drie woorden over ons omgaan met God, tot en met het uitvoerige vierde woord over de zevende dag; doe als God en weet van ophouden en rusten. Daarna volgt het vijfde woord: over het eren van degenen die je verbinden met het grote verhaal van God met de mensen. En dan de 5 woorden die iets zeggen over belangrijke kanten van het sociale verkeer tussen mensen.

In de woestijn, na het verlaten van het slavenhuis, komt namelijk de vraag op hoe in Gods naam de vrijheid met en voor elkaar bewaard kan blijven. En hoe zal het er in het land van belofte aan toegaan? Hoe kunnen vrije mensen vrij blijven? Het antwoord is gevonden in de 10 woorden van bevrijding: je kunt ze op je vingers natellen en ze maken je wegwijs op de belangrijkste terreinen van het leven. Ze houden waarden hoog die je tegen allerlei zere plekken van ons leven en van de wereld kunt aanleggen. Ze zijn God uit het hart gegrepen en willen ons warm maken voor zijn toekomst. Ze komen ons geweten scherpen, zodat we God niet inruilen voor allerlei afgoden, en wij mensen volop mensen kunnen zijn en ons niet uit elkaar laten door wat ongelukkig maakt. Maar … wat tragisch, dat nu net die 10 woorden van bevrijding zo vaak in hun tegendeel verkeerden. Ze kregen en krijgen dan de sfeer van ‘je moet en je zult…’ ‘Wee je gebeente als je niet…’

Het werden 10 eisen van een strenge God die iedere mens in de gaten houdt en hem mores wil leren. Er kwam een doem overheen van zonde en schuld, een bron van angst werden ze, een onderwerp van dispuut en van zoeken naar de mazen van de wet. De vreugde was er volledig uit weggelopen en daarmee raakten de 10 woorden van de weeromstuit uit het geloofsbesef van veel christenen, en dat is doodjammer.

Van de berg van Mozes gaan we nog even naar de tempel. Je zou zeggen: dit is de plek waar de 10 woorden als het hart van de wet worden hooggehouden. Maar nee, ook de tempel is verwoorden tot beeld van de versteniging en verlettering van het oude geloof. Het is het domein geworden van corrupte handelaartjes die voor veel geld dieren verkopen voor de offers die God van zijn mensen zou eisen. Dan zijn we getuige van een ongekend tafereel. Jezus gaat als een razende tekeer. Is dat diezelfde man die zo menselijk en teder door het Joodse land is gegaan? Ja! Hij is geen halfzachte heelmeester. Als het moet, zegt Hij mensen de waarheid, hardhandig en wel! Er moet een tempel van levende stenen komen. Met zijn lichaam, zijn leven, wil hij daarvoor instaan. Dat is het prijskaartje dat aan zijn bevrijdingsactie in de tempel en zijn andere botsingen met de gevestigde macht zit.

De teksten van vandaag geven ons veel te denken over de rol van het geloof in ons leven. In beide verhalen wordt duidelijk dat de 10 woorden ons hart bedoelen te raken. Maar daarvoor zullen ook wijzelf heel wat moeten opruimen. De middeleeuwse mysticus en dominicaan Meister Eckhart zegt het zó in een preek over deze Evangelie-tekst: “De tempel in Jeruzalem, die door Jezus wordt schoongeveegd, dat is ons eigen hart. In ons hart leeft alles: de angst en het antwoord daarop, de machtswellust, de hebzucht, de mentaliteit van onderdanigheid, de afhankelijkheid. Maar in ons hart leven ook het verlangen naar vrijheid, de moed om te leven, het geluk van de menselijkheid en de kracht van de liefde.”

Om onszelf te onderzoeken met behulp van de 10 klinkende woorden zijn wij ook dit jaar weer op weg gegaan naar Pasen, 40 dagen lang!

Joost Koopmans osa
Geïnspireerd door J. Groot & H. Sechterberger, Doorgegeven

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie