Opnieuw beginnen

Eerste zondag in de veertigdagentijd

Lezing: Marcus 1, 12-15: ‘Beproeving in de woestijn’

“Op doortocht naar nieuw leven.” Onder dat thema willen wij de komende 40 dagen vangen, want ze staan symbool voor de levensreis, waaraan we vandaag weer eens opnieuw willen beginnen.

God wil ook steeds opnieuw met ons beginnen, zoals in de tijd van Noach, toen Noach het water had overleefd. En Jezus begint aan een nieuwe levensfase als Hij door het water van de Jordaan is gegaan bij zijn doop. In zijn voetspoor is doop voor ieder christen het begin van een nieuw leven. Het oude, waar de sleet in zit, wordt achtergelaten. En het water is de grens tussen oud en nieuw.

Vanaf de vierde eeuw worden volwassen geloofsleerlingen dan ook op de eerste zondag van de Vasten opgenomen als doopleerling, zodat het hele traject van 40 dagen een toeleven wordt naar de doop. Wij hebben zo iemand in ons midden in de persoon van Jeroen Mulder, die vandaag tot doopleerling wordt gezalfd. Maar eigenlijk worden we vandaag weer allemaal doopleerling, omdat we ons vanaf nu voorbereiden op wat we met Pasen vieren:

  • dat Gods volk uit het slavenhuis en door het water van de dood is getrokken naar het land van belofte;
  • dat in Jezus door de dood heen nieuw leven is aangebroken.

Zijn wij bereid om die doortocht te maken van oud naar nieuw?

Overweging

Onwillekeurig denk je bij het bijbelse zondvloedverhaal terug aan de Tsunamie in Azië, waarvan we nog niet zo lang geleden getuige zijn geweest. Een catastrofe: de zee loopt over of 40 dagen regen. Een vloedgolf van water die werkelijk alles wegspoelt: je huis, je meubels, je bed, je fotoboeken. En dat niet alleen: ook je familie, de buren, collega’s, je dierbare vriendin; zomaar weggevaagd door het water. Alleen de kleren die je aanhad, heb je nog over.

Noach had wel moeite met de wereld waarin hij leefde: een verdorven wereld, zonder respect voor normen en waarden, letterlijk van God los, maar het was toch zijn wereld. Hij was er vertrouwd mee, wist waar zijn plaats was en wat hij kon verwachten. Maar nu het water begint te zakken, is er niets van dat al over. Maar wat ‘thuis’ was, is weg. Hoewel: zijn vrouw, zijn kinderen en een boot vol beesten zijn over. Noach heeft, in tegenstelling tot de rest van de mensheid nog tijd van leven gekregen. Maar het zal nooit meer zijn als toen, zijn tijd van leven is niet meer van hetzelfde. Hij moet helemaal opnieuw beginnen. Echt helemaal opnieuw valt niet mee. Als je alles achter je moet laten, je blik naar voren, niet terugvallen op toen, maar omkeren naar wat komen gaat…

Op doortocht van oud naar nieuw, het vertrouwde opgeven dus, terwijl het nieuwe nog vorm moet krijgen; hoe hou je dat vol? Noach had waarschijnlijk geen tijd om daar bewust bij stil te staan, druk als hij was met overleven. Als je huis is weggevaagd, zit er niks anders op dan een nieuw huis te bouwen; als je akker is verwoest, zul je die snel opnieuw moeten beplanten, wil je die winter nog te eten hebben. Als je in de zoveelste reorganisatie je baan verliest, heb je weinig andere keus dan een nieuwe baan te zoeken. Als je partner van je scheidt, moet je toch echt zelf verder, alleen of met iemand anders. Geen keuze toch? Of wel?

Je hoeft natuurlijk niet opnieuw te beginnen; waarom zou je? Je kunt ook bij de pakken neer gaan zitten: gaan liggen onder de struik, wachtend tot het allemaal over is. Of naar de wijn grijpen, die even troost en verzacht, net zoals Noach eens deed. Waarom zou je opnieuw beginnen? Waarom zou je je de moeite getroosten om vol te houden? Die vraag laten we nog even open.

Zo te zien heeft ook Jezus nauwelijks tijd gehad om na te denken of Hij wel behoefte had aan opnieuw beginnen. Tenminste, als we de evangelist Marcus mogen geloven. Meteen na Jezus’ doop in de Jordaan, zo hoorden we, drijft de Geest Hem de woestijn in. Geen tijd om de haren te drogen of op adem te komen, maar: meteen. Weg uit het leven van vóór zijn doop, staat een fundamenteel nieuw begin voor de deur. Het verblijf van 40 dagen in de woestijn onderstreept dat. Met woestijn wordt niet zomaar een bepaalde streek bedoeld, een droog gebied; woestijn staat voor het bestaaan in al zijn kaalheid, scherpte en onzekerheid. Het is de plek van het niet-hebben, van de eenzaamheid, de stilte. In de stilte van de woestijn, van de bezinning, de retraite, klinken de fundamentele vragen van het leven:

  • Waar kom ik vandaan?
  • Waar ga ik naartoe?
  • Waarom zou ik opnieuw beginnen?
  • Waarom ik.., waarom ik niet?
  • Wat wil God toch…, is er wel een God?

Marcus vertelt niet of die vragen zijn beantwoord. Jezus verkrijgt, ontvangt, in ieder geval is Hij na die 40 dagen opeens in Galilea, zijn leven radicaal veranderd van timmerman naar prediker. Alsof het zo moest en Hij geen keuze had. Of kunnen we tussen de regels door lezen waarom Hij opnieuw begonnen is en zijn leven zo fundamenteel heeft omgekeerd? Wat gebeurde er in die woestijn?

In de eenzaamheid van die plek heeft Jezus de doop in de Jordaan vast eindeloos aan zich voorbij zien trekken. We kennen dat ook wel van onszelf dat na een indrukwekkend gebeuren, het geheel nog eens aan je voorbij trekt, een herbeleving in je eentje. Zo zag Jezus weer die wachtenden in de lange rij tot Hijzelf gedoopt werd. Hij realiseerde zich nog eens goed wat er gebeurd was bij die onderdompeling in de Jordaan: kopje onder in het koude, donkere water, het gevoel dat je bijna adem tekort komt en dan, bij het bovenkomen, een visioen dat de hemel openscheurt, de Geest neerdaalt en een stem uit de hemel zegt: “Jij bent de man naar mijn hart, in jou vind ik vreugde. Ik hoor bij jou!” Wil ik dat? Dat was de keuze waar Jezus voorstond in de woestijn en waarop Hij “Ja” heeft gezegd. “Ik wil bij God horen, want zijn Koninkrijk is nabij.”

Je verbinden aan de belofte van dat Koninkrijk betekent: de hoop niet laten varen. Bereid zijn op zoek te gaan naar, en te werken aan een weled vol ontferming en licht, te midden van alle catastrofe en duisternis; bereid zijn op zoek te gaan naar een regenboog temidden van de wolken.

De vraag die ons aan het begin van deze veertigdagentijd wordt gesteld is: doe je mee of niet? Durf je je leven zo om te gooien dat dat Rijk van recht en gerechtigheid waar wordt? Of vind je dat visioen van Jezus te mager; en die regenboog, dat teken van het Verbond, te wazig?

Toegegeven: het Rijk Gods, dat ons beloofde land, ligt nog ver. Maar de weg erheen, strekt zich voor ons uit. Als je blijft lopen, komt het doel steeds dichterbij.

Kom, geef me je hand, dan lopen we samen!

Joost Koopmans osa

[geïnspireerd op Kerugma, 49 nr. 2, p. 18-23]

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie