Op doortocht naar nieuw leven

In het boek Exodus staat het spannende verslag van de tocht van de Joden die de slavernij in Egypte ontvlucht zijn en op weg gaan naar het beloofde land. Veertig jaren duurt die tocht, en onderweg verliezen de Joden hun geduld nogal eens. Ze maken Mozes verwijten, maar terug kunnen ze niet. Alleen het vertrouwen op hun leider, de man die op zijn beurt vertrouwt op God, geeft hun kracht om de moed niet op te geven en verder te gaan. In de Paasnacht wordt het ons jaarlijks in geuren en kleuren verteld.

Anno 2006 kunnen wij in deze avontuurlijke reis elementen en momenten ontdekken die wij als Gods volk onderweg herkennen en aan den lijve ondervinden. Ons hele aardse bestaan is immers een tocht, een doortocht naar het leven zoals de Schepper dat in oorsprong bedoeld heeft. Ons reisverhaal gaat over de tocht van het geloof van alle tijden, over een reis die steeds opnieuw door mensen moet worden ondernomen, over de pelgrimstocht der mensheid. Er zijn dagen en tijden dat wij tegenslagen, teleurstellingen en misrekeningen moeten incasseren die ons belemmeren de tocht volgens Gods plan te gaan.

Mensen kunnen in de verleiding komen aan de kant van de weg te gaan zitten en alles langs zich heen te laten gaan. De zeeën gaan soms hoog, en het gevaar dreigt dat we in drijfzand terecht komen. Dan is een rotsvast geloof hard nodig. Opgeven staat niet in het reisplan; terugverlangen naar de vleespotten van weleer is tijd verspillen. Een uitgestoken hand is welkom: Ga mee, blijf niet achter! Wie doorzet komt op het droge, ziet de dageraad van nieuw leven, de belofte van leven zoals dat eens op Paasmorgen geopenbaard werd. Het beloofde land ligt nog ver, maar de weg erheen strekt zich voor ons uit. Op doortocht naar nieuw leven: veertig dagen, veertig jaren, een mensenleven lang.

Koen van Rossum

Dit bericht is geplaatst in Teksten. Bookmark de permalink.

Geef een reactie