Kerstmis 2006

Wat is toch die drang om — ondanks pijn en kwaad — te blijven uitzien naar iemand die het donker verlicht? Soms wordt die drang gewekt door mensen die je scherp houden, die je leren zien in het donker! De profeet Jesaja is er een voorbeeld van. Hij leefde in een donkere tijd, zo’n 2800 jaar geleden. De mensen leefden in een zware crisis omdat zogenaamde bondgenoten hun land Israël van de kaart wilden vegen. En toch ziet hij een licht in het donker.

Leven in een crisis, verwachtingen die niet uitkomen, bedreigingen uit onverwachte hoek, zelfs van de kant van ‘bondgenoten’. Het klinkt allemaal zo vertrouwd. Het zou vandaag geschreven kunnen zijn. Dood, geweld, bloed, onderdrukking: zouden mensen het dan nooit leren?

En toch zingen ook wij in deze donkere nacht, in deze duistere tijd, een lied over licht in het donker. Het oeroude verlangen naar licht, naar warmte en veiligheid wordt in de kerstnacht geprojecteerd in een kind van twee kleine mensen; geboren in barre omstandigheden, gewikkeld in doeken, neergelegd in een voerbak.

Want de maatschappelijke verhoudingen lagen in dat jaar nul volledig overhoop. De Romeinse overheerser in Israël decreteerde dat alle mensen naar het land van herkomst terug moesten. Dat veroorzaakte toen net zoveel ellende als veel asielzoekers nu kennen bij terugkeer: er wordt niet op je gerekend, je wordt met schele ogen aangekeken: ‘heb je het niet kunnen maken daar? Mogen wíj je nu weer opvangen dan?’

Zoiets moeten ook Maria en Jozef gevoeld hebben: dat ze niet welkom waren. Ze krijgen een plekje bij de dieren, bij de verzorgers en bij de slaven. En daar tussen in wordt Jezus geboren. Ja, vanaf het begin heeft hij geweten wat het is om in duisternis te leven.

En dan komen er herders naar het kind kijken en de ouders feliciteren. Ook weer een categorie mensen die helemaal niet in tel is, volk dat gaat in duisternis! Hoe ze er achter zijn gekomen dat de geboorte had plaatsgevonden? Zij kenden nog de oerervaring van een stikdonkere nacht. Wij, met onze nachten vol kunstlicht, moeten voor zo’n ervaring bijvoorbeeld naar Oost-Turkije. “Ik heb nog nooit zo’n mooie sterrenhemel gezien als daar op de berg Nemrut!”, hoorde ik laatst iemand vertellen.

In zulke stikdonkere nachten hadden die herders het leren uithouden. Maar daardoor waren hun ogen ook gescherpt voor ieder sprankje licht. En dan, op een keerpunt in de geschiedenis, breekt er een stralend licht door in de nacht, we hebben het zojuist gehoord. Ze worden er door omgeven, en in dat licht horen ze een engel die zegt dat voor hen een redder is geboren in Betlehem. Ze vinden het kind, en gescherpt als hun ogen zijn in het donker, ontwaren ze in hem hét licht in de nacht.

Het is Lucas die ons dit verhaal vertelt. Hij heeft dat kind pas veel later leren kennen. Samen met zijn tijdgenoten heeft hij gezien hoe dit kind van Betlehem als man van Nazareth omging met duisternis, in zijn eigen bestaan en lot, en in dat van vele anderen, die, soms ten einde raad, bij hem aanspoelden. Lucas heeft in Jezus een kwaliteit ontwaard, een licht in het donker. En die ervaring, dat inzicht is terechtgekomen in zijn mooie kerstverhaal.

Er zijn mensen die in de loop van hun leven heel veel in donkerte hebben verkeerd, soms in het aardedonker. Door een ernstige ziekte bijvoorbeeld, of door een scheiding; omdat je ontslagen bent of terechtgekomen in een negatieve spiraal die je alsmaar verder naar beneden wil trekken.

Er kunnen zoveel oorzaken zijn waarom de glans van je ziel dof is geworden. Goedkope troost helpt niet. Er moet dan een engel aan te pas komen die wil afdalen in jouw duisternis, die erkenning geeft aan jouw verdriet, jouw angst, jouw schaamte… Een engel van een mens die jou, als een nachtzuster in het ziekenhuis, nabij is in het donker en troost.

Maar ook een engel van een mens die jou, als een herder van Betlehem, scherp houdt en het leert uithouden in het donker. Die je uitdaagt tot waken en bidden. Er is geen nacht zo donker, of er schijnt een ster aan de hemel. Er is geen ziel zo dof, of het licht zit er in opgesloten. Kom op dan!

Dát is het dus wat zovelen op kerstavond op de been brengt: het verlangen naar licht, geen kunstlicht, maar goddelijk licht. Zoals ieder mens in zijn eenzaamheid op zoek is naar een ander, zo is ieder mens in zijn duisternis op zoek naar licht. Allemaal zijn we mensen van het licht.

Lange tijd werd aangenomen dat de ontkerkelijking in Nederland zou leiden tot verdwijnen van religie. Maar uit een recent onderzoek onder de titel: Geloven in het publieke domein, waarvan de resultaten in de week voor Kerst verschenen, blijkt dat de zingevingsbehoefte door de tijd heen niet erg is veranderd. Wat opvalt is, dat de gevoeligheid voor religieuze ideeën onder jongeren toeneemt, én dat er een groep in opkomst is die je ‘de ongebonden spirituelen’ zou kunnen noemen. Ze zoeken het niet in de traditionele kerken, maar ze geloven in reïncarnatie en doen bijvoorbeeld aan yoga, meditatie en natuurrituelen.

Lieve kerstnachtbezoeker: wij van de Boskapel zoeken en vinden het licht in het kind van Betlehem, de man van Nazareth. Traditioneel? Ja, en dat blijven we graag! Maar we zijn niet traditionalistisch. Romeinse decreten die moderne mensen naar het jaar nul willen terugbrengen, hoeven niet voor ons. Wij zien kerk meer als herberg, waar plaats is voor ieder die aanklopt. Dat is óók onze traditie.

De Boskapel wil een gastvrije plek zijn met een open deur voor alle zoekers naar zin. Binnen die sfeer van gastvrijheid mogen Jezus’ woorden klinken vanuit de Schriften. Een woord dat ruimte schept, maar ook corrigeert waar het moet. Door zíjn woorden laten we ons gezeggen.

Maar zoals in de gastvrije sfeer van een herberg mensen hun verhaal kwijt kunnen, willen we onze Leidsman ook verrassen met wat mensen vandaag de dag nog over hem zeggen; en laten zien met welke creativiteit we hem ook na 2000 jaar blijven vieren als een levende traditie.

Als Boskapellers willen we elkaar dus terzijde staan op onze levensweg, elkaar helpen met ons christen-zijn, zodat onze ziel steeds opnieuw gevoed wordt en kan uitstralen.

Kerstmis vieren is een geloofsbelijdenis. Ook daar waar geen vrede, geen warmte is, in de donkerste momenten van ons leven, onze kerk- en wereldgeschiedenis, blijven hopen en getuigen: de nacht kan nooit zo diep, zo zwart zijn, dat er geen licht doorheen kan komen.

Lieve kerstnachtbezoeker,
Als je hier achter kunt staan, sta dan op
en belijdt met mij:

(geloofsbelijdenis)

Joost Koopmans

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *