Het teken van de broodvermenigvuldiging

Lezing: Joh 6,1-15

Het evangelie dat zo juist is voorgelezen laat ons iets zien van de goedheid van God in Jezus’ handelen. In zijn optreden, in zijn woorden en daden wordt Gods goedheid, zijn liefde en vergeving openbaar. Het is de bedoeling van de evangelist Johannes om deze ervaring aan ons over te dragen.

Dat klinkt nogal algemeen, maar de evangelisten willen dat concreet maken in de verschillende verhalen en episodes van Jezus’ leven. Een voorbeeld hiervan is het verhaal van de genezing van de tien melaatsen: slechts één van hen, zo wordt verhaald, keerde terug, niet om Jezus te bedanken, maar om God te verheerlijken. Ook Jezus wil niet geëerd en gefêteerd te worden als hij wonderen verricht, maar hij wijst en verwijst naar God, die hij “mijn Vader” noemt. Hij is, om zo te zeggen, doorgeefluik van Gods liefde voor de mensen.

Laten we vanuit deze constatering nu terugkeren naar het evangelie van deze zondag: de traditie spreekt hier van het verhaal van de wondere broodvermenigvuldiging, een van de wonderen die Jezus verricht heeft. Maar de evangelist Johannes, die dit verhaal heeft opgetekend, spreekt niet van wonder, maar van teken. En dat wil zeggen, dat we verder moeten kijken dan wat er uiterlijk gebeurt en verteld wordt. Met andere woorden: het verhaal heeft een diepere betekenis. Een wonder wekt sensatie, een teken wil iets te kennen geven. En daarom moeten we, om met Augustinus te spreken, niet bij het uiterlijk teken stilstaan, maar doordringen tot het bekende.

Nu bestaat er een opvallende uitleg van de wonderbaarlijke broodvermeerdering, die ik erg mooi vindt en jullie niet wil onthouden. Als namelijk in het verhaal het probleem zich voordoet, hoe duizenden mensen te spijzigen, zeggen de apostelen Filippus en Andreas: Onmogelijk! Onbegonnen werk! Maar een jongen in zijn argeloze goedheid stelt zijn vijf broodjes en twee vissen ter beschikking. Jezus zegent en brood en begint het uit te delen. Als de mensen dat zien, dan schamen ze zich, dan generen ze zich. Want velen van hen hebben, zoals de jongen, ook zelf eten meegenomen, voor zichzelf. Maar ze durven daar niet voor uit te komen, bang dat zelf niet genoeg zouden hebben. Maar de argeloosheid en onbevangenheid van de jongen en de bevestiging daarvan door Jezus doen als het ware hun bevroren hart ontdooien. Tja, nu kunnen ze niet achterblijven en wordt het voedsel wat ze hebben meegenomen onder elkaar verdeeld. En dan blijkt, zo luidt het verhaal, nog heel wat over te blijven.

Vroeger dacht ik en leerde ik: het gaat om het wonder dat Jezus heeft verricht. De rest van het verhaal is bijkomstig: dat de jongen zijn meegebracht eten beschikbaar stelt, dat er nog veel overbleef, enzovoort, dat wordt er alleen maar bij verteld om het verhaal wat op te smukken, om het wat smeuïger te maken. Maar in deze nieuwe verklaring vervult de jongen, evenals de opmerkingen van de apostelen, een wezenlijke rol.

Wat goedheid, wat argeloze, probleemloze goedheid al niet vermag! “Wonderbaarlijk!” zou je kunnen zeggen. Goedheid van de jongen goedheid van Jezus, niet in grootse gebaren en edele, hooggestemde verklaringen, maar in een gewone daad: voedsel geven en het met elkaar delen, zonder pretentie.

Zo wordt Gods goedheid openbaar, op de eerste plaats in Jezus Christus, maar ook in de apostelen die in naam van Jezus optreden. En die goedheid moet ook nu openbaar worden gemaakt in zijn volgelingen, in ons die in Jezus geloven.

In zijn eerste Brief zegt Johannes: niemand kent God, maar als je elkaar liefhebt, woont God in jou en jij in Hem. Laat zo Gods goedheid onder ons voortleven. Amen.

Martien van den Nieuwenhuizen osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Response to Het teken van de broodvermenigvuldiging

  1. Louis schreef:

    Korte, maar daadkrachtige overweging – die me verrast met nieuw inzicht, die de evangelische teksten belicht zoals ik het hoop te kunnen begrijpen. Jammer dat ik hem heb gemist, maar met internet blijven we up to date. Dank Martien!

Geef een reactie