God is altijd soms

Drievuldigheidszondag; lezing: Matteüs 28, 16-20: ‘Uitzending van de leerlingen’

Vandaag vieren we dat we God mogen ervaren als een Vader, als onze broeder, als Geestkracht die ons inspireert. Maar als iedereen van ons hier zou zeggen hoe hij en zij God ervaart, dan zou God nog zoveel andere namen krijgen! En bovendien: Is hij altijd wel te ervaren zoals wij denken dat hij ervaren moet worden? “God is altijd soms“, schreef de dichter Bertus Aafjes. “Hij is niet zus en zo, Hij is altijd soms. Hij zit niet op een troon van chroom of nikkel”, zegt de dichter, “maar soms zit hij in een oude perenboom en zingt als een merel. Soms staat hij op zijn hoofd in een klein kind. God is altijd soms.”

Openingsgebed

God, onuitsprekelijk geheimenis van ons leven,
en toch de kracht van ons bestaan,
wij bidden U om uw nabijheid in dat zoekende en tastende leven van ons.
Dat we iets van U mogen ervaren in de mensen om ons heen, in de samenleving, en in onszelf.
Wees dan Gast in ons midden, dit uur op deze plek, waar we samen vieren dat U altijd groter bent dan wij kunnen bedenken, en dat wij in uw grootheid zijn geborgen.

Overweging

Abraham, zo vertelt een oude Joodse midrasj, (en ik vertel het een beetje vrij na), moest op een keer op de winkel van zijn vader Tara passen. Tara was een godenbeeldenmaker. Toen Abraham daar alleen was, kwam er een man binnen. Abraham zei tegen hem: “Hoe oud bent u?” “60 jaar”, zei de man. “En u wilt knielen voor een beeld dat 1 dag oud is?” Toen kwam er een vrouw de winkel binnen met meel, en ze zei: “Offer dit voor dit beeld.” Toen nam Abraham de proef op de som: hij sloeg met een stok alle beelden aan gruzelementen, op één beeld na, het grootste. Dat beeld stopte hij de stok in handen. Toen zijn vader thuiskwam, vroeg die: “Wat heb jij met ze gedaan?” “Ja,” zei Abraham, “er kwam een vrouw met eten voor de godenbeelden, en toen kregen ze een enorme ruzie en hebben ze elkaar in puin geslagen. Alleen die ene bleef over.” Toen zei Tara: “Jij drijft de spot met mij. Hebben die beelden soms verstand?” Toen zei Abraham: “Je oren horen niet wat je mond zegt!” En Abraham vertrok. Hij luisterde naar de stem in zijn hart die hem op weg zette naar iets nieuws.

De mens en zijn godsbeelden… Zo lang er mensen zijn bestaan er beelden, ideeën van God. Door de tijden heen en overal ter wereld zitten daar godsbeelden tussen die puur bedenksels, maaksels, van mensen zijn. Die beelden vertolken ideeën van de mensen die ze gemaakt hebben , als buiksprekers rechtvaardigen ze de macht van de groten, ze rechtvaardigen dat mensen die anders denken het zwijgen wordt opgelegd. Ze houden de situatie zoals die is in stand, en geven de mensen schijnzekerheid. Het zijn de zogenaamde goden “van hout en steen”, denkbeelden over God die pure bedenksels zijn van mensen. In het Egypte waarin de kinderen van Abraham, de Israëlieten, slaaf waren, was dat ook zo. Maar toen klonk “die stem uit het vuur” tot Mozes: “Ga naar de farao van Egypte, en zeg hem dat hij de geknechte mensen laat gaan in vrijheid.” Die stem uit het vuur, hoewel onbeschrijfelijk en niet onder woorden te brengen, was sterker dan die “goden van hout en steen”, dan die schijnzekerheden. “Als ze nu vragen naar uw Naam, wat moet ik dan zeggen,” vroeg Mozes. “Ik zal zijn die Ik zijn zal”. En door hun woestijngeschiedenis heen leerden de Israëlieten de naam steeds meer kennen als een hele persoonlijke herder die met hen meetrok, over de bergen en door de dalen van de woestijn, van hun eigen leven. “Ik zal er zijn voor jou, telkens opnieuw, zelfs dan wanneer je het niet meer verwacht.” Dat werd de betekenis van die Naam.

In het boek Deuteronomium vertelt Mozes dit allemaal nog eens aan de mensen. Vanaf het begin van de geschiedenis van God en mensen, en waar je ook bent op Gods aardbodem, alleen God die zich aan mensen laat kennen als de stem uit het vuur, die is betrouwbaar, een God over wie niemand op deze wereld kan beschikken, maar die de onderdrukten bevrijdt, die mensen wegvoert uit gevangenschap, die het opneemt voor kleine mensen, die aan de kant staat van de misdeelden.

De vroegste christenen leefden in hun tijd ook in een wereld die bepaald werd door “goden van hout en steen”: keizers die zichzelf god noemden en rijkdom en macht oogsten, maar weinig goeds zaaiden. Die eerste christengemeenschappen waren vol van de stem uit het vuur, waarvan Jezus de vertolker was. Die kocht hen vrij uit het slavenhuis, en gaf de mensen aan zichzelf terug.

Hun enthousiasme klinkt door in de woorden van het evangelie van vanmorgen. Bij die God, met wie Jezus zo innig verbonden is, bij Hem alleen hoort alle macht en aanbidding. Wat is het goed wanneer de mensen ondergedompeld, gedrenkt worden in zijn Naam. De Naam die betekent: Ik zal er zijn voor jou. Altijd opnieuw, zelfs dan wanneer je het niet meer verwacht. Stem uit het vuur, die tot je spreekt in je diepste binnenste. Toen kwamen de Griekse denkers: God moest een naam hebben, het moest worden vastgelegd hoe Hij heet. En de beleving van mensen, een beleving die onuitspreekbaar is, werd in een formule gegoten: voortaan heette God: Heilige Drie-eenheid, nader gespecificeerd in: Vader, Zoon en heilige Geest. Een dogma was geboren.

Deze zondag heet zondag van de heilige Drie Eenheid. Dat vieren we. Maar wat vieren we nou? Een dogma kun je niet vieren, en “heilige Drie Eenheid” is theologentaal. We vieren dat grote geheimenis van de stem uit het vuur, die mensen, u en mij en jullie wegroept uit alles wat ons tot slaaf maakt. Die ons op weg zet naar iets nieuws, en die tegen ons zegt: op die weg ga ik met jou mee. Die God die door mensen wordt ervaren als een Vader, of ook als een Moeder. Bij wie ze kind mogen zijn, maar door wie ze ook als verantwoordelijke en mondige mensen rechtop gezet worden om te leven.
Er zijn mensen die God ervaren als een vuur in zichzelf, dat hen uittilt boven wat vastgeroest is en verstard, een vuur dat hen aanzet en inspireert tot iets nieuws, tot iets goeds.

Waar worden mensen het meest indringend geraakt door dat grote geheimenis van God? Ik geloof, daar waar God een menselijk gezicht krijgt, waar God ook door pijn en moeite moet, waar Hij een lijdende God wordt. Niet een god die hoog en verheven in onaantastbaarheid woont. God als een betrouwbare weg die door het lijden heenvoert, naar het leven. In de persoon van Jezus is Hij zo aan het licht gekomen. Dat God op deze, en nog zoveel andere manieren te ervaren is, dat vieren we vandaag. Is God dan altijd te ervaren? Soms lijkt hij nergens. Dan zijn er helemaal geen ideeën of woorden. Ook deze niet-ervaring hoort misschien wel bij het mysterie.

Bertus Aafjes schreef: God is altijd soms, hij is niet zus en zo, hij is altijd soms.

Ook uit deze ervaringen en niet-ervaring kan een god van hout en steen ontstaan, een maaksel naar je eigen maat. wanneer die ervaringen en niet-ervaringen worden gebruikt om macht uit te oefenen, wanneer die worden gebruikt als een middel om anderen te onderdrukken. Wanneer dat vurige enthousiasme van de eerste christenen als middel wordt gebruikt om mensen te bekeren. Of als een wapen tegen andere godsdiensten.

Matteus vertelt dat Jezus tegen zijn volgelingen zei: “Ga op weg.” Daarin zit beweging, niet verstarring. De weg is open, naar de toekomst, temidden van vele andere wegen, ook op weg naar de toekomst. En, zo laat Matteus Jezus zeggen: maak alle volken tot leerlingen.

Leerling zijn is een houding van openheid. Leerling van barmhartigheid, leerling van menslievendheid, leerling van gerechtigheid en van hoop.

Het doorgeven van die barmhartigheid, van die menslievendheid en gerechtigheid, van hoop, daartoe werden en worden wij de hele geschiedenis van God en mensen door, en overal ter wereld geroepen, totdat uiteindelijk alles zal zijn voltooid.

En degene die ons roept trekt met ons mee, al vanaf het begin van de geschiedenis van God en mensen. Als ‘Ik zal zijn die Ik zijn zal‘. Als een naam die betekent: Ik ben met jou, telkens opnieuw, ook en zelfs dan wanneer je het niet meer verwacht.

Ds. Jacqueline van Marion
pastor van de Protestantse Kerk
lid van de RK Chesed-groep in Nijmegen,
opgericht door de missionarissen van het H. Hart

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie