Er op uit

Lezingen: Marcus 6, 7-13

Wie hoort of leest “Er op uit”, moet onmiddellijk denken aan een vakantiereis of een dagje weg. Het is een titel die wel past in deze tijd van het jaar. De zomer nodigt mensen uit om op vakantie te gaan – dichtbij of ver weg – of een dagje erop uit te trekken. Gaan wij vandaag dan op reis of een dagje van huis weg? Nee, in elk geval niet in letterlijke zin. Wij hebben er vandaag voor gekozen om – zoals op de meeste zondagen – naar de Boskapel te komen. Onze komst naar de Boskapel is meer een wekelijks thuiskomen dan een uitstapje. We trekken er niet letterlijk op uit. Wat we wel doen: we trekken erop uit in figuurlijke zin. De bijbelse verhalen nodigen ons vandaag uit om mee op reis te gaan, in denkbeeldige zin. Straks meer over die reis.

Wie op reis gaat – letterlijk of figuurlijk – neemt dingen mee, neemt anderen mee. Maar hij of zij laat ook achter. Laten wij –aan het begin van onze denkbeeldige reis – achterlaten wat ons beknelt, ons vasthoudt, ons in boeien gevangen houdt, onze fouten en tekorten.

Overweging

Gaat u mee? Gaat u mee er op uit? Graag nodig ik u uit om met Amos en met de apostelen er op uit te trekken. Trekt u mee?

“Ik?” zult u misschien wel denken, moet ik mee? Maar waarom ik? Ik ben maar een eenvoudig mens, waarom nu ik? Ook Amos was een eenvoudig man. Amos was veeboer en vijgenkweker uit de achtste eeuw voor onze jaartelling, en hij trekt er op uit om naar het Noorden van Palestina te gaan. Hij verlaat huis en haard, zijn eigen kudde en kwekerij om te profeteren. Hij zei “ja” toen hem gevraagd werd mee te gaan, er op uit te trekken. Net als hij, zijn wij eenvoudige mensen, die mee mogen gaan op de denkbeeldige reis. Geen rang of stand is nodig, enkel de oproep om mee te gaan is voldoende. Gaat u mee?

Maar waarom “ik”? En, waar moet ik dan allemaal aan denken? Immers, wie op reis gaat, die neemt mee… en mee… De apostelen, twee aan twee, trekken er zo’n achthonderd jaar na Amos ook op uit, met alleen een stok. Geen voedsel, geen reiszak, geen geld, geen extra kleding, geen reisverzekering, geen ANWB-pasje, geen mobieltje, enkel en alleen een stok en een paar sandalen. Veel hadden zij niet nodig, veel hebben wij niet nodig voor onze denkbeeldige reis. Enkel een goed paar schoenen of sandalen, en een stok om zo af en toe op te kunnen steunen is voldoende. Gaat u mee?

En waar gaat de reis dan heen? Waar voert onze reis ons naar toe? Wat staat ons te doen? Amos trok naar het Noorden van Palestina, om mensen te ontmoeten, en te bemoedigen goed te doen, en dat deed hij op niet mis te verstane wijze. Niet iedereen nam hem dat in dank af. Goed doen kan best confronterend zijn. Zo ook de apostelen, ook zij trokken rond in Palestina, naar mensen toe, om goed te doen, te genezen, mensen op te beuren, kracht toe te zeggen, weer op pad te helpen.

En onze reis, waar gaat die dan heen? Naar Palestina, en dat is niet alleen landstreek op de kaart, en zoals wij het van de nieuwsberichten kennen: het land van oorlog en conflict. Dat Palestina is ook hier. Het denkbeeldige Palestina staat voor het land waar mensen wonen, samen leven, maar ook het land waar mensen elkaar naar het leven staan, waar ze elkaar niet altijd het licht in de ogen gunnen. Dat land werd ooit genoemd: het land van melk en honing, het land waar het goed is, waar mensen elkaar het goede van de aarde toespelen. Maar is het dat ook: goed? We weten toch wel beter! Is dat beeld van melk en honing niet louter fantasie, louter een illusie? Nee, dat is het niet als wij op reis gaan!

Onze reis voert ons naar overal waar mensen wonen. Bekende mensen, onbekende mensen. Bij de eersten weten we waar we aan toe zijn, zij kennen ons, wij kennen hen. Nee, dan bij de laatsten: de onbekenden, mensen die we misschien wel van gezicht kennen, maar nog niet van naam. Op hen toe stappen, het onbekende tegemoet, dat is ook wel eng. Wat zal die ander wel niet van mij denken? Wat is die ander toch zo anders dan ik zelf? Talloos zijn de bedenkingen die we ons in ons hoofd halen en ons doen besluiten het maar zo te laten als het is.

Er op uit trekken om die onbekenden, die nieuwen te ontmoeten, dat vraagt wel wat van ons. Daarvoor moeten we dikwijls een drempel over, de ander tegemoet. Maar wat zouden we zijn zonder die ander? Niet onszelf! Ik denk dat iedereen van ons die wel eens elders ter kerke is geweest die ervaring kan delen. Zo’n bezoek aan een andere kerk of parochie is als een denkbeeldige reis. Wie na een bezoek aan een andere kerk of parochie weer terugkeert in de Boskapel, weet het eigene eens te meer te waarderen. Zoals het mij overkwam na een aantal bezoekjes aan een andere kerk: ik weet sindsdien het meezingen en meebidden in de Boskapel eens te meer te waarderen. Is de Boskapel daarom beter? Nee, helemaal niet. We hebben de ander ook nodig om te weten wie we zelf zijn, te weten waar voor wij staan. En dan mogen we ook uitdragen! Niet omdat wij gelijk zouden hebben, of beter zouden zijn, maar omdat het goed doet. En, wie goed doet, goed ontmoet.

Er op uit. Het land van melk en honing wordt Palestina genoemd, ook het denkbeeldige Palestina. Van alle einden van wereld verlangen mensen naar dat land, waar het goed is, waar mensen elkaar het goede van de aarde toespelen, waar melk en honing vloeit in overvloed. Als we straks brood en honing delen van de altaartafel, is dat als een amen, een ja-woord. We zeggen daarmee ja op de uitnodiging mee op reis te gaan, er op uit trekken. Het verlangen naar het land van melk en honing zet ons in beweging, we treden de ander tegemoet, met niet veel in handen, maar wel veel om te geven. Het goede dat we hier aan deze tafel delen, aan medemenselijkheid, aan zorg en aandacht, aan betrokkenheid, aan brood en honing willen we op onze beurt uitdelen. Aan ieder het horen wil, bekend en onbekend, aan alle mensen van goede wil.

Die reis begint nu. Niet morgen pas. Nee, vandaag de reis naar het land van melk en honing. Gaat u mee?

Theo van der Zee

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie