Een wonder ligt in een klein hoekje

Lezing: Marcus 1, 40-45

“Waarom moet een mens soms zo lijden?” Dat is een vraag die ieder van ons bezig houdt, zeker als je er persoonlijk mee te maken krijgt. Veel psalmteksten en bijbelverhalen nemen die vraag van ons over, en bidden of verhalend zoeken ze naar een antwoord. Als eerste lezing hebben we vandaag een verhaal gevonden uit de Afrikaanse cultuur.

“Wat kan een mens aan lijden doen?” Veel is ons in handen gegeven, wij kunnen wonderen van goedheid verrichten. Een voorbeeld daarvan wordt ons in het Evangelie verteld. Jezus geneest een melaatse, gewoon maar ergens op straat. Zoek het niet te ver, want een wonder ligt vaak in een klein hoekje. Het ligt ook op onze weg om stil te staan bij mensen die je tegenkomt, je te laten raken door hun lijden, en een hand naar hen uit te steken. Het artsenechtpaar Dolmans zal daarvan getuigen tijdens de overweging.

Overweging

De huid vormt de begrenzing van het lichaam, de overgang van binnen naar buiten. Een huidziekte valt meteen op, is niet plezierig om te zien, vies zelfs en stoot af. In het Oude Testament en in Jezus’ tijd was dit kennelijk reden genoeg voor de priesters om zo iemand voor onrein te verklaren en uit de gemeenschap te stoten. Priesters fungeerden in die tijd als een soort inspecteurs van de volksgezondheid. Er waren wellicht ook hygiënische motieven om zo iemand buiten te sluiten, maar er was meer. Iemand met een huidziekte had een gestoorde relatie met God: het ondeugdelijke binnenste van die mens was als het ware zichtbaar geworden aan de buitenkant. Die relatie met God kon alleen maar hersteld worden, met het bloed van offerdieren, wat in onze ogen een magische handeling is.

Altijd en overal heeft de mens geprobeerd een verklaring te vinden voor ziekte, dood en ellende. Een Afrikaanse versie hoorden we net al in de eerste lezing. In de Schrift lag bij Joden en Christenen de wortel van ziekte en ellende bij de zonde van het eerste mensenpaar. Ook bij ons hadden sommige ziekten een negatieve klank. Op een teringlijder (tering = tuberculose) werd neergekeken; “krijg de tering” is ook nu nog een verwensing. AIDS wordt ook nu nog door sommige leiders in verschillende godsdiensten als een schande gezien. Mensen met AIDS zijn onrein, hebben hun waardigheid verloren. En dat terwijl AIDS toch een goed te behandelen ziekte is!

Ik zie nog de jonge vrouw, die ik had behandeld voor een levensbedreigende longinfectie, in de AIDS Kliniek zitten. Ze zat er te stralen met haar twee kinderen – haar AIDS medicijnen waren goed aangeslagen en zij kon weer voor haar kinderen zorgen. Ook die waren HIV geïnfecteerd en nog die dag werd ook bij hen met de behandeling gestart. De volgende keer had ze ook haar man weten mee te krijgen. Ook hij bleek de ziekte te hebben. AIDS in Afrika: een gezinsaangelegenheid!

De AIDS Kliniek in Tanzania waar wij gewerkt hebben heet dan ook de ‘Family Clinic’. Sinds de opening ervan twee jaar geleden is het aantal patiënten al opgelopen tot bijna 2000. Ik zou er bijna achter willen zeggen wat ik daar vaak in de kapel van het Ziekenhuis hoorde: “Halleluja – GOD IS GROOT”.

Nu terug naar het evangelie van vandaag. Een door de priester van die tijd voor onrein verklaarde man komt op Jezus af: “Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen!” Jezus, begaan met de man, raakt hem aan (wat tegen de voorschriften was!) en zegt gewoon: “Ik wil, word rein!” En warempel de huidafwijking verdwijnt! Ja, wat moet je daar arts van denken? De genezene gaat het, tegen het advies van Jezus in, overal rondbazuinen. Hij vindt het kennelijk zelf ook niet nodig eerst nog een schaap te offeren, voordat hij officieel rein wordt verklaard. Het opzienbarende hier is niet zozeer dat de huidafwijking verdwijnt, maar dat Jezus breekt met de voorschriften van de priesters die volgens Hem berusten op vooroordelen. Jezus, heeft een andere kijk op God. Voor Hem is God geen straffende God, die offers wil. Hij laat ons een liefdevolle God zien door deze verstotene aan te raken en hem voor rein te verklaren: “Er is niets mis met je, je hoort bij ons!” Dit nieuwe beeld van God laat Jezus herhaaldelijk zien en het sprak de mensen zo aan dat ze zeiden: deze Jezus is van God vandaan, Hij is zijn zoon!

Laatst hield onze zoon Bastiaan mij het volgende verhaal voor, dat al sinds onheugelijke tijden verteld wordt bij de Toltec-indianen in Amerika. Het gaat over een man die op zoek is naar spirituele wijsheid. Hij trekt zich hiervoor terug in een grot in de wildernis. Als hij op een nacht niet slapen kan, gaat hij naar buiten waar hij getroffen wordt door de schoonheid van de sterrenhemel. Zo in verwondering daar staande, komt hij tot het inzicht dat hij gemaakt is van hetzelfde licht als de sterren. “Ik ben het licht, ik ben als de sterren!” hoort hij zichzelf zeggen. Terug in het dorp viel het de mensen op dat hij licht uit straalde. “Jij komt van God, jij bent God!” zeiden ze. “Dat is waar, dat ben ik” antwoordde hij, “maar hetzelfde kan ik ook van jullie zeggen!” Hij zag God in al zijn medemensen en wilde dat ook zij God bij zichzelf en bij elkaar zouden zien. Van toen af werd hij door hen beschouwd als een meester in spirituele wijsheid.

Ik moest natuurlijk meteen aan Jezus denken en met dit verhaal begreep ik ineens het wonder van de genezing van een melaatse! Jezus zag in de zogenaamde onreine het stralende licht van God! Zo iemand kan van binnen niet onrein zijn. Het voelde zo heerlijk dat Jezus het goddelijke licht in hem zag, dat in de beleving van de man de hele huidafwijking in het niet verdween!

Dat klinkt allemaal wel mooi, maar heeft het Christendom na meer dan 2000 jaren wel zoveel goeds teweeggebracht? Er zijn nog steeds oorlogen en rampen, ziekten en ellende. Radicalen uit verschillende godsdiensten staan elkaar wegens hun overtuiging naar het leven. Onze wereld van nu kent vele verschoppelingen. Er zijn zelfs hele volkeren die aan de kant staan en niet meedoen in deze wereld. Voor deze onvolmaakte wereld, voor ziekte, ouderdom en dood willen we nog altijd iemand of iets verantwoordelijk stellen. We wijzen daarbij afwisselend naar God, naar elkaar, naar de overheid, in ieder geval liefst naar een ander.

Wat mij altijd aanspreekt is het beeld van een God die zich machteloos maakt op aarde en ons mensen uitnodigt zijn scheppings- en liefdeswerk voort te zetten. Alles wat Hij wil doen, kan alleen via ons gebeuren. Wij zijn Zijn werktuigen, Zijn handen en voeten. Met dit beeld van God kunnen we ook ophouden met Hem verantwoordelijk te stellen en te denken dat Hij ons straft of beloont of beproeft door allerlei ellende op ons af te sturen.

In Zuid- en Oost Afrika heeft AIDS catastrofale vormen aangenomen. Gelukkig komen er steeds meer mensen, die voorbij zijn aan elk idee van straf, schuld of schande. Zij hebben de handen ineen geslagen uit puur menselijke bewogenheid, al of niet op Christelijke gronden. Zo zijn er in Tanzania organisaties, waarvan vrijwilligers de zieken thuis opzoeken. Ze staan hen bij in materiële en geestelijke zin, ook stervensbegeleiding is daarbij. AIDS wezen worden al jaren zoveel mogelijk in de eigen families opgenomen en waar dit niet meer kan, komen vervangende familiehuizen, waar kleine groepjes kinderen een vader en moeder krijgen. Kinderen, die zonder huis en haard op straat zwerven zijn vaak ook AIDS wezen. Voor hen worden weeshuizen opgericht. Ze mogen er weer kind zijn, gaan naar school of leren een vak.

Je hoeft niet naar Afrika te gaan om wonderen te verrichten! Ook hier ligt een wonder vaak in een klein hoekje. We kennen allemaal wel iemand, die buiten de boot valt, verstoten is zelfs, al dan niet door eigen schuld. Wat kan een vriendelijk woord, een luisterend oor, een kaartje van troost of vergeving iemand dan niet doen? Zonder je het weet vaak, ben jij het wonder op zijn of haar weg. Zo iemand voelt zich herboren en kan weer een draai aan zijn leven geven. Hij wordt weer mens onder de mensen.

Wat hebben wij een fantastische en eervolle opdracht, maar ook een grote verantwoordelijkheid om net als Jezus, God te zijn voor elkaar en de wereld!
Als we willen, kunnen we het!

Meggy en Wil Dolmans

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie