Wereld zonder angst

Tweede zondag in de advent

Lezingen: Jesaja 40, 1-5 en 9-11 (Troost, troost mijn volk); Marcus 1, 1-8 (Doopsel van bekering)

Overweging

De evangelietekst van vanmorgen brengt ons terug rond het jaar 70 na Christus. Waarschijnlijk is dit evangelie van Marcus in Rome gebundeld, en was het bedoeld voor de christengemeente daar. Wat we van die tijd weten is dat het een tijd was van vervolging van de christenen, van machtswaanzin van de keizers, van angst onder de bevolking. Precies in die donkere situatie klinken de woorden van hoop, de goede boodschap — zoals je evangelie kunt vertalen.

Waar wordt die hoop dan aan ontleend? Met welk recht mag de evangelist een hoopvolle boodschap uitdragen aan mensen die zoveel wanhoop kennen? Wat geeft je de permissie om tegen een angstig medemens te zeggen dat hij of zij niet bang hoeft te zijn omdat er een andere kant is dan de angst?

De evangelist ontleent dit recht aan een veel eerdere tijd in de geschiedenis, ook een duistere tijd van bezetting en onderdrukking, waarin er een mens optrad met de sterke boodschap dat er wél licht was in die duisternis, en dat dit licht aan kracht zou winnen, omdat dit licht met God te maken had. De duisternis ten spijt.

Johannes was zijn naam. Hij woonde in de woestijn: plek waar alle luxe ophoudt, waar er niets meer overblijft om jezelf achter te kunnen verschuilen. Er is alleen maar het naakte leven. En Johannes predikte omkeer: een andere manier van leven en kijken, van samenleven, als een bron van licht en sterkte temidden van de duisternis van die tijd. Zoals in alle tijden en van alle tijden schortte er veel aan de manier waarop mensen in de samenleving met elkaar omgingen: dat had niets meer met God te maken en vervreemdde mensen van elkaar.

Keer je om, zei hij tegen de mensen, sla een andere richting in, de richting naar elkaar toe!

Een roepende zonderling in de woestijn, die er niet uitzag in zijn kleed van kamelenhaar: Je zou zeggen dat daar dus niemand op af kwam. Maar wat schetst onze verbazing: Alle inwoners van Judea en heel Jeruzalem kwamen naar hem toe. Wat is er dan aan de hand?

Aan de hand was, dat de mensen blijkbaar schoon genoeg hadden van al het scheve en angstige in de samenleving van hun tijd. Een heilloze tijd, waarin ze doodliepen op hun wegen. Aangekomen op het nulpunt in hun leven, in de woestijn dus, werden ze open voor hoe het ook anders zou kunnen, open voor de stem die roept: “Keer je om, sla een andere weg in!” Johannes wees op andere wegen: van naasteliefde, van heil, van licht. Wegen die op je toekomen, als je je er voor openstelt. Wegen die van een toekomst getuigen die zelfs voor Johannes te groots is om zich aan te kunnen meten. Die toekomst heeft namelijk met God zelf te maken. Hij is zelf het licht dat in de wereld ons tegemoet wil komen, in allerlei vormen, in de gestalte van een kind.

Is Johannes een dromer, is een wereld van vrede en gerechtigheid een droom? “De toekomst is aan hen die in hun dromen geloven”, stond er bovenaan een van de rouwadvertenties van Louis Sévèke. Johannes droomde dat het anders kan, en hij geloofde heilig in die droom. En de mensen, naar de woestijn gekomen omdat ze zo moe en murw waren van zoveel onrecht, droomden met hem mee. Door zich te laten dopen lieten ze zich tekenen met deze droom, om zo een krachtig tegenwicht te hebben in een zware tijd, een bron van licht temidden van de duisternis.

Terug naar de evangelist en zijn tijd. Hij refereert dus aan die andere duistere tijd, en hij laat die boodschap van Johannes in zijn eigen tijd doorklinken om mensen ondanks alles een hart onder de riem te steken en ze moed in te spreken.

Vandaag, in 2005 na Christus, lezen we weer de boodschap van Johannes. Wij in ónze tijd… Tijd van angst, onbehagen, met hier in Nijmegen de moord op Louis nog vers in het geheugen. Tijd waarin de politiek en de media ook nog eens preken dat je op je hoede voor gevaar en voor elkaar moet zijn. Tijd waarin vreemdelingen onwelkom zijn, mensen op straat gezet worden.
Wat een heilloosheid allemaal… Onder invloed van angst raken mensen steeds verder vervreemd van elkaar.

Het evangelie zegt ons dat het anders kan: dat we — de duisternis ten spijt — een andere richting in kunnen slaan die mensen bij elkaar en tot elkaar brengt: ontmoeting en gemeenschap. Zoals er in Nijmegen 1000 mensen bij elkaar waren om de slachtoffers van de brand op Schiphol te gedenken, en om Louis te gedenken. De mensen hebben behoefte aan samenzijn.

Wij mensen van vandaag, angstig en dromend, verlangend naar vrede en geluk, koud en op zoek naar warmte, aan ons vertelt de evangelist zijn verhaal van hoop, een goede boodschap: “Er was eens een mens die op het nulpunt van het leven stond, die de mensen wees op een licht groter dan hij kon bevatten. En hij geloofde dat dat licht sterker zou zijn dan de duisternis. En de mensen die de duisternis en de angst zat waren, geloofden het met hem mee.”

Laten wij in deze tijd goed kijken waar Johannes heen wijst, laten we alle lichtpuntjes in ons leven koesteren, als even zovele uitingen van het licht van Godswege, laten we dromen van een wereld, van een samenleving zonder angst.

Amen.

Ds. Jacqueline van Marion

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie