Wees niet bang

Lezing: Matteüs 10, 26-33

‘Wees niet bang!’ zo luidt het thema van het recente boek van bisschop Muskens over zijn leven. Een geschiedenis van een man die gevoed door Gods liefde durft te leven.

‘Wees niet bang’, die aansporing komt vele tientallen keren voor in de bijbel, ook vandaag in het evangelie, als Jezus zijn leerlingen uitzendt. Daarin klinkt ook de situatie van de jonge gemeente in door, voor wie Mattheus schrijft. Ze wordt aangevallen in haar overtuiging dat Jezus Christus de Messias is.

“Blijkbaar moeten we vaak horen dat we niet in angst hoeven te leven”, schrijft Muskens. “God wil ons leven en houdt van ieder van ons.”

Van binnenuit leven en durven zeggen wat leeft in je hart: het maakt je kwetsbaar. En altijd zijn er mensen die jouw kwetsbaarheid met voeten treden. En dan toch staande blijven, je diepste mens-zijn niet verloochenen. Het is goed te weten dat je daarmee in een bijbelse traditie staat; dat het tot onze mogelijkheden behoort om door beproeving heen te komen. Sprekende voorbeelden zullen in het komende uur daarvan getuigen.

Overweging

Niet bang zijn, durven zeggen wat er leeft in je hart, leven van binnenuit, uit één stuk: eigenlijk wil ieder mens dat!

Als voorbeeld denk ik aan Sebastiaan. Hij was militair bij de elite-troepen van Rome, in de derde eeuw. Keizer Diocletianus merkte zijn discipline en goede humeur op en benoemde hem tot kapitein van de bewakingsdienst. Maar wat de keizer niet wist, was dat Sebastiaan het christelijke geloof met hart en ziel aanhing. Hij deelde zijn soldij met de armen en toen de vervolging begon sprak hij zijn bange geloofsgenoten moed in. Toen de keizer, die de vervolging leidde, hoorde dat ook zijn kapitein een volgeling van de Nazarener was, waarschuwde hij hem. “Volg de goden van het Romeinse rijk.” Maar voor Sebastiaan was er maar één God. Een God van liefde, door Jezus voorgeleefd. “… niet uw, maar zijn macht.” Diocletianus trok krijtwit weg en gaf zijn boogschutters opdracht hun pijlen op hem af te schieten. Ze stroopten zijn uniform af, bonden hem aan een boom en schoten zolang op hem totdat hij bloedend ineen zonk. Toen het donker werd kwam een zekere Irene met andere christenvrouwen om zijn lichaam passend te begraven. Maar hij ademde nog en werd door hen naar een afgelegen woning gebracht waar hij na verloop van tijd herstelde.

Wat heeft dit verhaal nu met het evangelie van vandaag te maken? Ik denk alles. Want het komt dicht in de buurt van Jezus’ uitspraak: “Wees niet bang voor hen die wel het lichaam kunnen doden, maar niet de ziel.”

Eindeloos veel pijlen worden er op Sebastiaan afgeschoten, en dat gruwelijke tafereel is in de loop van de eeuwen door heel wat kunstenaars verbeeld, zowel door schilders als door beeldhouwers. De manier waarop ze dat doen is indrukwekkend. Het is alsof al die pijlen geen doel treffen. Het is alsof ze hem niet innerlijk kunnen raken. Ze verwonden hem wel, maar niet diep. Of de pijlen vallen naar beneden, alsof ze tegen een stenen muur afketsen.

Als ik in een museum ben, ben ik altijd op zoek naar Sebastiaan. En in de katholieke buitenlanden kom je hem overal tegen aan de pestzuilen op de marktpleinen, tezamen met bijv. Christoffel, Augustinus, en Maria, opgericht ter afwering van een pestepidemie.

De kracht van de schoonheid van deze jongeman symboliseren de levenshouding van het jonge christendom: een beweging die zo van binnenuit leeft, dat zij niet fundamenteel wordt aangetast door wat van buitenaf op haar wordt afgeschoten. Daar komt nog bij dat Sebastiaan in de 20e eeuw de schutspatroon van de christelijke homo’s is geworden. Enerzijds vanwege het unieke mannelijke naaktmotief in christelijke kunst, anderzijds vanwege de symboliek. Hoeveel vijandige pijlen ook op je worden afgevuurd, door kerk en maatschappij, ze kunnen je binnenkant, daar waar je eigen waarde ligt, nooit van je afpakken. Wees de unieke mens die jij bent en die je mág zijn!

Natuurlijk, je bewust zijn van je eigenwaarde gaat gepaard met ups en downs. Er zijn ook momenten waarop je jezelf waardeloos voelt… je zelfvertrouwen tot een nulpunt is gedaald. Dat is bij iedereen zo. Dat was ook bij Jeremia, de profeet uit de eerste lezing. Je hoort zijn worsteling. De Ene — God — heeft hem ertoe verleid te spreken, het onrecht aan te klagen. En wanneer Jeremia dat doet, wordt hij door mensen uitgescholden en belachelijk gemaakt. Wanneer hij dan denkt: ik houd ermee op, het wordt mij teveel, laait er in zijn hart een randend vuur op; hij móet spreken. Dan constateert hij dat spreken en uitgescholden worden beter is dan met een verterend vuur van binnen rondlopen. Hij ervaart dat God met hem is en voelt zich sterk. “Mijn vervolgers komen ten val; ze krijgen mij niet in hun greep.” De pijlen treffen geen doel, ze raken, maar niet diep, ze ketsen af en vallen neer!

Zulke mensen, mensen met een moed en de waarachtigheid van Jeremia, hebben we nodig. Mensen die in de meest bedreigende omstandigheden toch hun mond open durven doen. En ze zijn er ook, die mensen, door heel de geschiedenis heen:

Denk aan Maarten Luther
: “Hier sta ik, ik kan niet anders!”, zegt hij, als de Kerk op het punt staat hem te veroordelen, omwille van noodzakelijke hervormingen.

Denk aan Etty Hillesum: Zij ervaart zich klein gemaakt door de vijand, maar ongebroken. Het diepste in haar, het goddelijke, is onaantastbaar. Zij schrijft in haar dagboek: “Men is in niemands klauwen, als men in Jouw armen is.”

Denk aan Bisschop Romero, die het heet werd onder de voeten, door zijn keuze voor de armen in El Salvador. “Mij kunnen ze wel doden, maar niet de stem van de gerechtigheid”, dat is zijn onsterfelijke uitspraak.

Allemaal variaties op Jezus’ uitspraak: “Wees niet bang voor hen die wel het lichaam kunnen doden, maar niet de ziel.”

Waar halen ze de moed vandaan, deze mensen? Of herken je het ook in jezelf? Dat je jezelf niet meer recht in de ogen zou kunnen kijken, als je je diepste overtuiging zou verloochenen? Of als je de ander daarin zou afvallen?

Volgens de lezingen van vandaag zijn dat onze meest authentieke momenten. Als we durven te spreken en te leven vanuit onze diepste overtuiging. Laat ik deze overweging beëindigen met een gedicht van Juan Damian uit Ecuador:

Een roos kan men afplukken
laten vallen en laten verwelken
maar een mens zijn dagloon ontnemen dat zal nooit gaan.

Men kan een merel vangen
hem kortwieken en in een kooi stoppen
maar een mens zijn vrijheid afnemen dat zal nooit gaan.

Een berg kan afgegraven worden zodat hij droog en dor wordt
maar een mens zijn waardigheid afpakken dat zal nooit gaan.

Een hond kan men kunstjes leren hem leren spelen en springen
maar een mens africhten als een dier dat zal nooit gaan.

Men kan schreeuwen tegen een kind het de mond snoeren, uitvloeken
maar een mens muilkorven dat zal nooit gaan.

De angst zich te verzetten is groot de macht die uitbuit is krachtig
maar niets is zo sterk als VRIJHEID !

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *