Verlangen en tegemoetkomen

Vierde zondag van de advent, rond het thema Verlangen en tegemoetkomen

Lezing Lucas 1, 26 – 40 (De engel Gabriël verschijnt aan Maria)

Welkomstwoord

U allen, van vele kanten bijeengekomen op de vierde Adventszondag hier in de Boskapel, hartelijk welkom. Nog één week te gaan, en dan vieren wij de gedachtenis van de komst van Jezus Christus. Hij heeft een beweging op gang gebracht die wereldwijd haar sporen trekt. Het is een oud en vertrouwd beeld, dat verwoord is in de oproep van de voorloper Johannes, die de woorden van Jesaja aanhaalt: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!”. Eén en al beweging van gaan en komen, van zoeken naar de weg, van onderweg zijn, van ontmoeten en tegemoetkomen.

Vanmorgen vieren wij, zoals iedere zondag, de gedachtenis van degene die aan het begin staat van die beweging, deze keer in de vorm van een agapè-viering. Onze pastor Joost Koopmans heeft in het decembernummer van Op de Hoogte uiteengezet wat een agapè-viering bedoelt te zijn. Agapè is het griekse woord voor liefde, voor liefdegave en kreeg zo ook de betekenis van vriendenmaaltijd. Wij grijpen terug op de traditie van de eerste christenen. Zij kwamen als gemeenschap bijeen voor een vriendenmaaltijd, waarbij het accent op de solidariteit viel. Deze vorm van liturgie is dus in feite oeroud. Nog onlangs hebben archeologen in Jeruzalem de resten blootgelegd van wellicht de oudste kerk ter wereld. Daar stond in het midden niet een altaar, maar een eenvoudige tafel voor een maaltijdviering die herinnert aan het Laatste Avondmaal.

Voor ons is de Agapè tegelijk ook iets nieuws, de eerste agapè-viering in de Boskapel! Het zal misschien even wennen zijn. U krijgt na de overweging praktische aanwijzingen te horen. Naast het nieuwe zult u ook vertrouwde elementen tegenkomen. Wij delen het brood dat op tafel staat. Ook staan er schalen met honing, omdat brood alleen wel erg sober zou zijn. Honing wordt in de bijbel hoog gewaardeerd, het werd ten geschenke gegeven aan profeten. En wie kent niet “het land van melk en honing”, waarmee het land dat ons beloofd is wordt verbeeld? Brood is het teken bij uitstek van het gegeven en gedeelde leven. Laat ons dàt leven vieren, in woord en teken.

Overweging

Toen de engel Gabriël zijn boodschap aan Maria had overgebracht, ging zij op reis, naar haar nicht Elisabeth. Gabriël had zes maanden eerder een soortgelijk bericht overgebracht, aan Zacharias, de man van Elisabeth. Ook Elisabeth verwachtte een kind, luidde de boodschap van de engel, en Zacharias was letterlijk met stomheid geslagen. Gezien de leeftijd van de toekomstige ouders was de komst van een kind immers buiten verwachting! Maria vertrok, zo vertelt Lucas, in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda waar zij haar nicht Elisabeth opzocht. Twee vrouwen in verwachting die elkaar tegemoetkomen. Zij zullen heel wat uit te wisselen gehad hebben!

Voor Elisabeth èn Maria was hun zwangerschap een volkomen onverwachte ervaring: voor de een omdat zij over de jaren heen was een kind te krijgen, en voor de ander omdat zij geen gemeenschap had met Jozef. Maar Gods wegen zijn wonderbaar, en Hij had bedoelingen met hun die zij niet konden doorgronden. De jongens die zij zouden baren, Johannes en Jezus, zouden een weg inslaan die uiteindelijk zou leiden naar het beloofde land, hoe ver dat ook lag en hoever dat ook nú nog ligt.

Verlangen en tegemoetkomen: twee werkwoorden die hand in hand gaan, en die zo mooi worden geïllustreerd in het verhaal over Maria en Elisabeth, die in blijde verwachting Gods geheimen onder het hart dragen.

Er zijn veel bijbelse vertellingen die het patroon van ons thema van vanmorgen vertonen. Sprekend voorbeeld van verlangen en tegemoetkomen is het verhaal van de verloren zoon, die na een losbandig leven vurig terugverlangt naar huis. Hij nadert schoorvoetend en berouwvol het ouderlijk huis, en dan komt zijn vader hem liefdevol tegemoet en richt een feestmaal aan, want zijn zoon is tot inkeer gekomen.

Ook de blinde Bartimeüs koesterde een diep verlangen, dat hij uitschreeuwde toen hij hoorde dat Jezus voorbij kwam op de weg waar hij zat te bedelen. Jezus kwam tegemoet aan zijn diepste verlangen en genas hem van zijn blindheid. De tien melaatsen die Jezus tegemoetkwamen toen hij een dorp binnenging riepen luidkeels om genezing die zij hartgrondig verlangden. En ook hier kwam Jezus hun verlangen tegemoet: zij werden allen gereinigd.

Verlangens zijn geworteld in het mensenhart. Ze roepen het beeld op van een tuin waar de tuinman allerlei planten heeft gezaaid. Sommige zaden kiemen al heel gauw, en er schieten plantjes op in de lente, ze gedijen bij de eerste meiregen en in de voorjaarszon. Ze krijgen bloemen in de mooiste kleuren, maar kwijnen daarna spoedig weg en verdorren. Andere planten doen er langer over om tot wasdom te komen, ze vragen veel zorg en geduld, en soms pas na veel seizoenen verrassen ze de tuinman met hun bloei.Van die planten geniet hij meer, omdat hij weet dat ze niet na één zomer afsterven.

Maar er zijn ook zaden die diep in de grond verborgen zijn, die heel lang moeten rijpen. Hoe lang – dat weet de tuinman niet. Wat hij weet is de plek waar hij het zaad in de aarde gestopt heeft. Hij gaat er geregeld naar kijken, hij begiet de grond, hij haalt het onkruid op die plek weg. En verder weet hij dat hij moet wachten. Hij heeft geduld, want hij vertrouwt erop dat het zaad zal rijpen, hoe lang het ook duurt.

Zo kun je óók zeggen dat verlangens onze horizon bepalen, de einder waar hemel en aarde elkaar raken. De horizon wordt lichtend door ons geloof en ons vertrouwen in de toekomst – de tijd die ons tegemoetkomt, die ons toekomt. Tegemoetkomen aan verlangens: materieel, maar nog meer spiritueel en existentieel, dat kunnen wij, waakzaam wachtend op de komst van de Heer, voor elkaar waar maken.En zo beantwoorden wij aan de oproep om de weg van de Heer gereed te maken.

Rondom ons zien wij daar de tekenen van. In het werk van de vijf Nijmeegse artsen die hun vrije dagen hebben opgespaard en slachtoffers van de aarbevingen in Pakistan zijn gaan opereren, vaak onder primitieve omstandigheden: 140 operaties en 500 poliklinische behandelingen in drie weken tijd.

Wij zien het in vrijwilligerswerk, dat het cement van de samenleving genoemd wordt. Vorig weekend werd landelijk aandacht aan zulk werk besteed, op de dag van de vrijwilligers. Ze zijn op alle terreinen van ons dagelijks bestaan actief: in de sport, op het terrein van vluchtelingenwerk en de vrijetijdsbesteding, in wijkverenigingen en jeugdclubs. Zo is er in het lopende schooljaar een start gemaakt met maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs. Scholieren komen werken in bejaardentehuizen, ontmoeten daat mensen die de leeftijd van hun grootouders hebben, en helpen daar een handje. Die uitgestoken hand wordt dankbaar aanvaard, en zo komen twee generaties elkaar tegemoet. Er bloeit dan een bloempje op dat je “Hoe langer hoe liever” zou kunnen noemen, naar het bescheiden plantje van die naam dat in onze tuinen groeit, en dat door die tuinman van zoëven gezaaid zou kunnen zijn.

Hartverwarmend zijn de verhalen van jongeren die vertellen over hun ervaringen als vrijwilliger, of zij nu assisteren tijdens het zwemuur van verstandelijk gehandicapten, bij het runnen van een koffiebar in een Pinkstergemeente, bij de bouw van een weeshuis voor achtergebleven aids-patientjes in Afrika of op een zomerkamp voor stadskinderen.

In alle geledingen van de samenleving worden verlangens gekoesterd, Je komt ze op het spoor door om je heen te kijken. Hebt u de blik gezien in de ogen van Anna, dat Roemeense meisje, verbeelding van onze adventsactie? Je kunt er verdriet en verwijt, maar vooral ook verlangen in lezen. Aan dat verlangen willen wij in deze adventstijd als geloofsgemeenschap tegemoet komen.

Onze diepste verlangens geven wij niet gauw prijs. Vervulling daarvan vergt een lange wachttijd, en houdt ons hart in beweging. Augustinus formuleerde het, toen hij in de eerste alinea van zijn Belijdenissen schreef over ons hart dat onrustig is tot het rust vindt in God. Een bisschop van onze tijd, mgr. Tini Muskens van Breda, betrekt er het gebed bij. Hij schrijft in zijn levensverhaal: “Het gebed is het ingaan op het verlangen dat in ieder mens gelegd is : het verlangen naar heelheid, naar vertrouwen en liefde”.

Koen van Rossum

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie