Verlangen beweegt jou

Lezing: Johannes 4, 1-12

Gisteren waren hier veel mensen uit het hele land bijeen rondom het thema ‘Verlangen’. Vandaag nemen we het ‘Verlangen’ ook als leidraad mee voor deze viering. Verlangen is het op weg zijn naar ‘meer’ leven, intenser leven.

  • De Joden waren op weg naar het beloofde land.
  • De Samaritaanse vrouw aan de bron dorstte naar levend water.
  • ‘Het verlangen is de dorst van de ziel’, zegt Augustinus.

Wat houdt jou gaande? Waar gaat het jou om in het leven? We bidden om verlangen.

Overweging

“Gij hebt ons gemaakt naar u toe, en rusteloos blijft ons hart,
totdat het rust vindt in u.”

Onsterfelijke woorden zijn het van Augustinus. Ze raken je omdat ze zo treffend het wezen van de mens vertolken als één groot verlangen naar geluk. Leven is verlangen: naar rijkdom, eer, genot, gezondheid. Augustinus heeft het allemaal nagestreefd. Het typische daarbij is dat al deze verlangens hem uiteindelijk niet konden voldoen. Zijn verlangen grijpt hoger en zet hem in beweging, telkens opnieuw. Daarom zit er in alle verlangen zo’n onrust.

Verlangen naar vrijheid zet het joodse volk in beweging. Weg uit het slavenland, het land van melk en honing lonkt! Maar daartussen betreed je onbekend terrein: 40 jaar woestijn, je lijdt honger en dorst. Ga je dan door?

Crisismomenten… Gaan we door? Ga je door wanneer je in een grenssituatie in je leven komt?
Door ziekte, werkeloosheid, scheiding, noem maar op… Wat betekent verlangen dan? Wat is de bron, wanneer gaat je leven weer stromen?

Verdriet kit al onze krachten samen,
zodat je roerloos wordt als steen.
Mijn hele leven wordt materie,
een ondoordringbaar star mysterie,
o sla de rots, opdat ik ween. (Vasalis)

In zo’n grenssituatie verkeert de vrouw aan de bron. Als Samaritaanse stelde ze niet veel voor in de ogen van de orthodoxe Jood. En ze had haar geluk gezocht in een reeks van relaties – 5 mannen had ze al gehad – maar niet gevonden: een mer à boire. Het voldoet haar niet. En bij de bron, in gesprek met Jezus, ziet ze opeens zichzelf. Waar ben ik mee bezig, wat is dit leven waard? Je voelt de spanning in het gesprek: Jezus probeert haar bij haar diepere verlangens te brengen, Hij slaat als het ware de rots. Geeft zij zich gewonnen?

“Maar dan ben ik misschien mezelf niet meer, of juist wel?” Angst voor het onbekende.

Uiteindelijk geeft ze zich over en vindt zichzelf. De bron wordt een beeld van haar eindeloos diep verlangen naar levend water, naar de oerbron. Het geeft haar vitaliteit. Ze gaat zelf stromen, leven-gevend wordt ze voor de mensen op haar weg. Zo kun je verder lezen in het verhaal.

Het is goed om zo af en toe ons eigen verlangen naar ‘meer’, naar ‘hoger’ te peilen en te verdiepen. Het is goed als iemand af en toe de rots slaat. Naar welke schat ben jij op zoek? Welk ideaal drijft jou voort? Wie lest jouw dorst? Hoe hou jij je verlangen gaande?

Als afsluiting van deze overweging nodig ik Louis uit om daarover zijn eigen beeldend verhaal te vertellen.

Joost Koopmans

Verlangen

Toen ik nog een klein kindje was, een jaar of acht denk ik, zag ik een prachtige heldere regenboog aan de hemel staan vanuit mijn tuin waarin ik zat te spelen. Eerst stond ik er niet bij stil, maar nu vroeg ik me toch af waar dat ding vandaan kwam.

Mama, die in de keuken het eten stond voor te bereiden, werd om raad gevraagd. “Het verhaal gaat, dat er aan elke kant een pot met goud staat en doordat de zon erop schijnt, krijg je zo’n mooie regenboog.” Ze ging weer verder met koken.

Aha, dacht ik, dat wil ik wel eens zien. Hoe trots zullen ze thuis wel niet zijn, als ik met een pot goud terugkom! Stiekem pakte ik mijn fietsje en reed de regenboog tegemoet. Steeds hield ik die kleurenpracht in mijn vizier en zag niet meer waar ik precies was.

Toen de regenboog was opgelost, voelde ik me verdrietig. Nou had ik voor niks dat hele eind gefietst en kwam ik tóch met niks thuis. Toen keek ik om me heen, ik wist niet waar ik was beland. Gelijk maakte mijn verdriet plaats voor blijdschap en trots, want ik had nog nooit zover in mijn eentje gefietst.

Na vele omzwervingen en regelmatig de weg vragen, redde ik het ook nog in mijn eentje thuis te komen. Mama liep op me af: “Waar ben je geweest?” Ze was boos en ongerust, maar ergens in haar stem hoorde ik een vleugje bewondering, dat haar Louiske helemaal richting het centrum had gefietst, zover was gekomen.

We zijn allemaal, gelovig en ongelovig, op zoek naar een pot met goud. De regenboog wijst ons de weg, maar ooit zal het besef komen dat de bestemming onbereikbaar is. Gelukkig, want als ik de pot met goud had weggehaald, was ook de regenboog, het verlangen, onze eeuwigdurende reis, opgelost in de lucht. Maar dan kom je thuis en ben je toch trots op de reis die je hebt afgelegd en is de verborgen bewondering misschien meer waard dan die pot, vol met goud.

Louis de Mast

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie