Soms gaan leken voor…

Toen ik een jaar of acht was, wist ik het zeker: ik wilde mensen gaan helpen. In die tijd heb ik voor het eerst Ciske de Rat gezien, een film over een jongen die mishandeld wordt. Ciske de Rat beheerste mijn leven zo’n beetje. Elke dag wilde ik de film kijken en toen ik op de dag ergens geschminkt mocht worden wilde ik geen prinsesje of vlinder worden, maar een mishandeld kind.

Ik had mijn roeping gevonden: ik wilde mishandelde kinderen gaan helpen. Ik wist dat ik daar nog wat groter voor moest worden en tot die tijd ging ik maar verhaaltjes verzinnen over kindermishandeling en maakte ik een logo voor een ‘bureau voor kindermishandeling’, zoals ik dat noemde. Terwijl de meeste kinderen speelden dat hun barbies gingen winkelen of zich mooi gingen maken, bedacht ik liever verhalen waarin een groepje barbies een andere Barbie ging pesten, of waarin een mama-barbie haar kind sloeg. Om die ‘zielige’ barbie daarna natuurlijk te helpen.

Ja, ik wist het zeker: ik wilde maatschappelijk werker worden, al wist ik toen nog niet hoe dat heette. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik me ging verdiepen in hoe ik het beste mensen kon helpen. En steeds meer kwam ik erachter dat ik daar een diploma voor moest halen. En eigenlijk vind ik dat vreemd. In de vierjarige opleiding maatschappelijk werk die ik heb gedaan heb ik best wat dingen geleerd, maar om nou echt te zeggen dat die opleiding mij zal helpen goed hulp te verlenen? Ik denk het niet. Ik denk dat dat in je zit of niet. Ik weet niet of het in mij zit, dat zal de tijd me leren. Een diploma is geen garantie voor een goed hart, terwijl ik toch echt denk dat dat de belangrijkste eigenschap is van een hulpverlener.

Aan het eind van het vierde jaar ging het er in de klas vaak over waar je wilde gaan werken als je klaar was met school. En het verbaasde mij telkens hoeveel klasgenoten in eerste instantie keken naar het salaris dat ze zouden gaan verdienen. Ze vonden het belangrijker dat ze veel geld verdienden dan dat ze een baan zouden krijgen waar ze voldoening uit konden halen en waar ze echt mensen konden helpen. Ze verkiezen een bureaucratische instelling boven een instelling waar ze echt contact hebben met mensen en concrete hulp kunnen bieden. Niet zo zeer omdat dat werk hun leuk lijkt nee, omdat ze daar meer zouden verdienen.

Ik denk dat je als maatschappelijk werker vooral mensen moet willen helpen omdat je dat als een soort roeping ziet, niet omdat je er geld mee verdient, hoewel dat natuurlijk een mooie bijkomstigheid is. Ik ken tientallen mensen zónder diploma die in mijn ogen betere hulpverleners zouden zijn dan een boel mensen die ik ken mét diploma. Om de simpele reden dat zij vanuit levenservaring mensen echt willen helpen in plaats van totaal zonder ervaring met enkel theoretische kennis uit boeken te werk gaan. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk.

Maar wat heeft dit nou met de kerk te maken? Heel veel! Hetzelfde zie je namelijk in de kerk gebeuren. Massa’s mensen die vinden dat leken niet voor mogen gaan. Hun goedrecht natuurlijk, ieder mag zijn eigen mening hebben. Maar ik vind het persoonlijk complete onzin. Iedereen kan het woord van God verkondigen. Misschien kan een leek dat soms zelfs wel beter, omdat hij een frisse kijk kan hebben en niet jarenlang zit vastgeroest in dezelfde theorieën. Het gaat erom dat je betrokken bent bij geloven, dat het christendom je aanspreekt. Dat je het woord van God verkondigt, of nog liever: daar een eigentijdse vertaling van weet te maken.

Want het ware christendom staat niet alleen in de bijbel, maar net zo goed in een krantenartikel over een bijstandsvader die ondanks zijn weinige bezittingen probeert anderen het hoofd boven water te houden. Of in sprookjesboeken waarin kinderen moraal wordt bijgebracht met de boze wolf die de zeven geitjes voor de gek houdt of met Hans en Grietje die kinderen leren dat je niet iedereen moet vertrouwen omdat mensen niet altijd zo goed zijn als ze lijken. En het ware christendom kun je niet alleen vertegenwoordigen als je daar een diploma voor hebt gekregen. Het ware christendom (je naaste liefhebben) zit in je hart en moet je ook van daaruit uitdragen. Ik kan dan ook alleen maar hopen dat de boskapel open blijft staan voor leken. En eeuwenoude tradities mogen best beetje bij beetje worden bijgeschaafd. Liever vandaag nog dan morgen. Ik ben blij dat dat in de boskapel wordt toegelaten en hoop met heel mijn hart dat andere kerken hier een voorbeeld aan gaan nemen.

Wanneer je realistisch bent moet je accepteren dat de kerk niet meer is wat het is geweest. Gelukkig niet, als je het mij vraagt. Geloven anno 2005 is een bewuste keuze en geen klakkeloos overgenomen gewoonte. Het gevolg is wel dat het aantal priesters af zal nemen. Een celibatair leven is niet langer populair onder jongeren. Er zijn weinig jongeren die hun hele leven willen omgooien om het woord van God te verkondigen aan de gemeenschap. En dat terwijl geloven onder jongeren weer ontzettend populair lijkt te worden. Er zal dus verandering moeten komen. En dat kan alleen door sommige tradities los te laten en meer ruimte te geven aan leken die voor willen gaan. Want soms, gaan leken voor!

Dit bericht is geplaatst in Discussie, Nieuws. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Soms gaan leken voor…

  1. Abe Koelemaij schreef:

    Met plezier hiervan kennisgenomen.

    Spiritualiteit groeit alleen als ik mij
    als ‘leek’onder de leken begeef.
    Dank u…

    Ingetogen,
    “een compassionist”
    Mvg. Abdhist

Geef een reactie