Raken en aanraken

Pinksteren 2005, lezing: Handelingen 2, 1-11

Openingswoord

Hartelijk welkom allemaal op het Pinksterfeest in de Boskapel. Paaskaars en Pinksterschilderij werden binnengedragen, want met Pinksteren komt Pasen thuis, daar waar het wezen moet: in de ziel, in het lijf, in de harten en handen van de mannen en vrouwen. Want 50 dagen na Jezus opstanding bleken zijn volgers aangestoken door dezelfde Geest, die tevoren alleen nog in die man van Nazaret ervaren werd.

Pinksteren is als een storm in de ziel, waardoor het schip meer vaart krijgt. Het heeft iets te maken met fluiten en feesten, met jeugd en lente.

Wat is dan toepasselijker dat juist jongeren vandaag het voortouw nemen en de zeilen hijsen, in de hoop dat de Geest ons aandrijft en in beweging houdt?

In 1997 viel Pinksteren ook zo vroeg als vandaag. Toen stond hier een jongen van 12, die vertelde waarom hij zo graag gedoopt wilde worden. Nu – 8 jaar later- staat hij hier weer om het woord te voeren: Louis de Mast, samen met Jacqueline Leisink, die tot de jeugdige gangmakers behoren.

Joost Koopmans

Inleiding op het thema

Het vuur van Pinksteren verwarmt ons allen vandaag hier bijeen in de Boskapel. We denken op zo’n dag aan de kracht die we vinden door te gaan, om een geestelijke erfenis door te geven. We leven met onze naasten en worden daardoor bewogen, geïnspireerd. Dan komt de dag dat diegene er niet meer is. We zijn verdrietig, want we verliezen meer dan zomaar een persoon. Toch houdt het leven hier niet op, je moet door. Maar het leven wat je met de ander hebt gedeeld mag niet sterven, je hebt namelijk iets door te geven van die persoon aan je omgeving. Via een bloedband, via woorden die gezegd zijn, door de uniekheid van de overledene te laten blijven doorklinken. Dan zal je naaste herrijzen, door de erfenis door te geven leeft men voort.

Om de kracht te vinden door te gaan en door te geven proberen we de bezieling toe te laten. Proberen we onze omgeving te raken en aan te raken.

Louis de Mast

Aanraken en geraakt worden

Daar zit ik dan, na te denken over wat ik kan zeggen over het thema van vandaag: ‘aanraken en geraakt worden’. En opeens moet ik denken aan het moment in mijn leven dat ik het meest geraakt werd. Eigenlijk zijn dat zoveel momenten. Dat iemand net dátgene zegt, wat meer is dan slechts woorden. Of dat iemand net dátgene doet, wat meer is dan iets gewoons.

En vaak zijn het juist de gewone dingen, die je diepste ik weten te raken. Juist omdat iemand het doet zonder te beseffen dat hij je raakt. Die puurheid; dat oprechte, dat kan mij juist raken.

Het was 24 december 2003. Na een drukke stagedag, stond ik op het station van Arnhem te wachten op mijn trein. Met een paar honderd anderen samen. Want het was weer eens zover: de treinen reden niet. Toen er eindelijk een trein aankwam, stormde iedereen erop af.

Het was kerstavond en iedereen was zichtbaar geïrriteerd dat ze vertraging hadden. En ja, natuurlijk, het is altijd vervelend als je twee uur later thuis bent dan gepland. Maar eerlijk is eerlijk: het is een luxeprobleem dat we dáárover zeuren. Er zijn wel ergere dingen in de wereld.

Ik stond in een treincoupé en het werd drukker en drukker. En dat kan heel benauwd aanvoelen als je tussen allemaal mensen staat, die bij een treinvertraging al klagen alsof ze drie weken geen eten hebben gehad.

Op een gegeven moment kwam een vrouw van rond de dertig binnen. Ze was heel hard ‘Oh Denneboom’ aan het zingen, tot de zichtbare ergernis van de medereizigers, die niet leken te begrijpen dat je ook gewoon lol kunt hebben als iets kleins je tegenzit. Ik begon mee te zingen, al was het maar om al die chagrijnen te irriteren. Ja, de ware puberteit ontgroei je nooit.

Die vrouw kwam naast mij staan en we raakten aan de praat. Ze had ingevallen wangen, een houterige motoriek en een opgejaagde uitstraling. We raakten dieper en dieper in gesprek en ze vertelde me dat ze verslaafd en dakloos was, wat me eigenlijk niet zoveel verbaasde. Wat me wél verbaasde, was dat ze nooit een dak boven haar hoofd had gehad. Haar moeder was ook al dakloos en ze was op straat geboren en opgegroeid.

Opeens zei ze: ‘Mag ik wat vragen? Vanavond is het toch kerstmis hè? Hoe gaat dat eigenlijk?’

Ik dacht dat ik haar vraag niet goed begreep. Maar, helaas, ik begreep het goed. Ze had nog nooit in haar leven kerstmis gevierd. Ze had nog nooit in haar leven een thuis gehad. Ze had geen familie. Laat staan dat ze ooit met haar familie samen had gegeten met kerst.

Ze had nog nooit een kerstboom gehad. Die had ze alleen maar gezien, als ze ’s avonds door de kou over straat liep, en door de ramen van huizen naar binnen keek.

Ze stelde me kinderlijke vragen. En daardoor werd ik geraakt. Doordat wat voor mij zo gewoon was, samen kerst vieren, voor haar slechts een droom was. Een droom die misschien wel nooit zou uitkomen. Toen we bijna in Nijmegen waren, haalde ze een banaan uit haar tas. Zo’n banaan met van die bruine plekken, die ik thuis op de fruitschaal zou laten liggen. Ze bood mij de helft aan. En nog nooit heb ik zo’n lekkere banaan gegeten.

Deze vrouw wist mij aan te raken, al zal ze dat misschien nooit weten.

En bij elke feestdag denk ik weer: zou zij al weten wat kerstmis is?

Jacqueline Leisink

Overweging: Wanneer raakt de Geest ons?

We hebben zojuist het verhaal uit de Handelingen gehoord wat we hier gedenken met Pinksteren. Dat de Heilige Geest was neergedaald op dat groepje jongeren die radeloos bijeenzaten. Eenvoudige lui, vissers en andere ambachtslieden, in de bloei van hun leven. Een persoon, een kracht had hun levenspad gekruist. De weg die ze vervolgens gezamenlijk aflegden om de boodschap te verspreiden, was haast onnavolgbaar, zo magisch!

Toen Hij wist dat het einde naderde, gaf hij hen de opdracht door te gaan in Zijn naam. Tja, dat is geen peulenschil. Hoe moeten we nou de boodschap van Liefde verkondigen in een wereld vol haat en nijd? Hoe kunnen we vriendschap en saamhorigheid preken waar zoveel volkeren in andere culturen, talen en meningsverschillen langs elkaar heen leven?

Ze wisten dát ze de weg moesten vervolgen, ze waren overtuigd van de noodzaak verandering teweeg te brengen. Maar de vraag was hoe!

In dat moment dat Zijn leerlingen radeloos bijeenzaten, daalde de Heilige Geest neer. Het eeuwig brandend vurig verlangen wat in het binnenste van je hart huist, maakte zich openbaar. Ze werden zich bewust van hun eigen innerlijke kracht en de magische kracht in het samenzijn. Zó vonden ze hun weg, hun route uit het doolhof, een houvast op de tocht uit de radeloosheid. Ze liepen naar buiten, uit het huis der ophouding, en vertelden aan de eerste de beste hoe fijn het wel niet was Hem gekend te hebben. Hoe gaaf het wel niet is elkaar te hebben en welke kracht daar wel niet van uitstraalt. Hoeveel rust en inspiratie het geeft je bewust te zijn van het vurig verlangen in jezelf, de Heilige Geest.

Ze vonden de kracht mensen te raken. Dat is van alle tijden, van alle mensen.

Als je vrienden aan je laten weten dat je, als het moeilijk gaat, er altijd een schouder is om op te leunen, om op uit te huilen — ben je geraakt.

Als je in jouw omgeving wordt gewaardeerd om de persoon die je bent. Geen opsmuk, geen gedoe, geen masker — jij mag er zijn voor ons om wie je bént — dat besef kan je raken.

Als je een klein gebaar ontvangt, een teken of symbool, dat je diep vanbinnen aanspreekt, dat de kracht die het uitstraalt je raakt, door alle omhulsels heen.

Raken en aanraken gaan hand in hand, staan niet los van elkaar.

  • Bij innig verdriet, vind je een omarming, een schouder om je tranen op te laten vallen.
  • Bij immense vreugde, vind je armen die jouw handen vreugdevol ten hemel heffen, die jou feliciteren.
  • Bij schaamte, bij twijfel over wie je bent en of je ertoe doet, vind je de stille ruimte om tot jezelf te komen, stil te staan en te zwijgen. Of liefdevolle naasten om je heen, die je knuffelen, kussen en laten weten dat je er voor hen mag zijn, júist om wie je bent.

De mogelijkheden om jezelf te kunnen zijn en te uiten, zijn wel van alle tijden, maar helaas niet voor elk mens weggelegd. Ik hoop dan ook vurig, dat ieder persoon wél de mogelijkheid krijgt om zowel geraakt, als áángeraakt te worden, omdat je dat verdient, uniek als je bent. Dat we als gemeenschap in ons samenzijn die twee dingen met elkaar hand in hand kunnen laten gaan.

Geraakt kunnen we ook worden door, met een hoofdletter geschreven, het Woord. Onder het Woord versta ik geen verheerlijking, geen ophemeling, geen wegcijfering van het individu. Het besef om vurig te verkondigen wat er diep in jezelf leeft, de wil mensen te raken, het verlangen zélf geraakt te worden, daarin huist de raakbaarheid van het Woord. In de inspiratie, de levenskracht, het vurig verlangen en het diep innerlijk besef in zichzelf en elkaar lag de kracht van Zijn leerlingen het Woord te verspreiden en de zaken in beweging te zetten.

Diep vanbinnen in het hart, ver daarbuiten in de woorden, vinden we overeenkomsten met elkaar. We staan verbaast op hoeveel manieren, door hoeveel personen we geraakt kunnen worden. Maar we moeten ons bewust zijn hoeveel elk mens gemeenschappelijk heeft, dat we niet alleen staan. Je wordt geboren en komt te overlijden. Dat is geen opsomming, het is een algemene standaard voor ons allemaal.

Allemaal delen we dan ook de uitdaging om in de tijd die ons gegeven wordt, ten volle te leven als een uniek persoon. Zo, al ben je lijfelijk niet meer aanwezig, juist dátgene wat jouw uniek maakt altijd zal blijven voortleven in de harten van de nabestaanden, in jouw stempel die je op de wereld hebt gedrukt.

Om die stempel te slaan in de palm van eeuwig leven, kunnen we de Heilige Geest omarmen. De inspiratie, de bevlogenheid, het jeugdige wat we allen bezitten, toestaan ons hart en woord te laten bevliegen. Zoals ook de man uit Nazareth en velen na hem geïnspireerd en bevlogen benadrukken wat ons zo eigen en uniek kan maken, opdat geen mens ooit vergeten dient te worden. Want, zo gaat de beroemde spreuk: dood ben ik pas als jij me vergeten bent.

Laten we dus hopen dat we toestaan het vurig verlangen van de Heilige Geest die elke dag op ons neer zal dalen, te omarmen. Zo hopen we onze naasten te raken en aan te raken, zélf geraakt en aangeraakt te worden. We hopen dat de Boskapel ons thuis mag zijn, wetende dat iedereen welkom is. We verlangen ernaar ook in dit huis geraakt te worden. Zolang we samen delen, de krachten van jezelf en de ander ontdekken en zo voortgaan als gemeenschap, zal de Boskapel bezielend voortleven.

Louis de Mast

Ontvangst van Jeroen

(door Joost Koopmans)

Er is iemand in ons midden die geraakt door het Woord, zich wil aansluiten bij het volk, dat samen op weg is naar God. Mag ik Jeroen vragen naar voren te komen.

Jeroen op jouw route door het leven sloeg je soms de verkeerde weg in, en kwam je in een doolhof terecht. Door je contact met het Levende Woord van de Bijbel leerde je de weg naar binnen kennen, naar je diepste zelf, daar waar Gods roepstem fluistert. Je spiegelde je aan de zwakke / sterke Petrus: drie keer verraadde hij zijn Meester. En drie keer vroeg deze aan hem: ‘Petrus heb, je mij lief?’ Hij ging door zijn knieën.

In jouw hart klinkt deze vraag ook tot jou door: ‘Jeroen heb je mij lief?’ Tot drie keer toe heb je me dit verhaal verteld. Ook jij bent door je knieën gegaan en vroeg me om het doopsel te mogen ontvangen in deze gemeenschap, waar je jezelf thuis voelt komen.

Jeroen samen met jou danken we de Levende God om zijn vergevende genade voor jou. Jouw verlangen naar inlijving in de kerkgemeenschap vraagt om een groeiperiode waarin je jezelf kunt toetsen. Wij willen je daarin graag begeleiden. Wees daarom welkom als geloofsleerling in ons midden. Ben je dan bereid om je in te zetten als een goede leerling van Jezus Christus?

(Jeroen antwoordt bevestigend)

Ontvang dan nu de zegen (de andere jongeren gaan om hem heen staan en raken hem aan):

Moge de Heer voor je uitgaan
om je de rechte weg te wijzen.
Moge Hij naast je staan
om je in zijn armen te sluiten
en je te beschermen.
De Heer is achter je
om je te behoeden voor de listen van mensen die kwaad willen.
De Heer is onder je om je op te beuren als je valt.
De Heer is binnen in je, om je te troosten als je verdriet hebt.
De Heer is boven je om je te zegenen:
Vader, Zoon en Heilige Geest.

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie