Palet van vele kleuren

Lezing op de themadag “Verlangen beweegt jou”, door Tjeu Timmermans o.carm.

Inleiding

Tot begin 2004 waren er in Nederland verschillende samenwerkingsverbanden van religieuze instituten. Zo was er de SNVR, het Monialenberaad, de SBN en de SNPR. Ze hadden hun eigen organisatie. Daarnaast was er het dienstverlenend bureau van de KNR. Vanuit deze samenwerkingsverbanden en het bureau werden contacten met de overheid, met de bisschoppenconferentie, met missionaire organisaties, met zorginstellingen en schoolorganisatie en wetenschappelijke instituten onderhouden. Tevens werden er goede vormen van onderlinge solidariteit en van solidariteit met derden, met name hen die in onze samenleving en in de samenleving van het Zuiden aandacht verdienen, opgebouwd. Sinds begin 2004 zijn deze vier samenwerkingsverbanden en het bureau KNR opgegaan in de ene Konferentie Nederlandse Religieuzen, ondersteund door het bureau. Het betreft ongeveer 150 religieuze instituten met meer dan 10.000 leden in Nederland. Als voorzitter van deze ene Konferentie Nederlandse religieuzen weet ik natuurlijk dat veel leden bejaard zijn en er een sterke vergrijzing plaats vind. Een reden waarom wellicht door veel mensen gedacht wordt dat het religieuze leven in Nederland in afbouw is. Dit beeld wil ik graag nuanceren.

Sara lachte, toen ze hoorde dat ze op hoge leeftijd nog een kind zou krijgen. Haar lach was logisch. Ze kon zich geen andere toekomst voorstellen dan die zij reeds kende vanuit haar verleden. Een beproefd kader. Ook wij zijn geneigd geen andere toekomst voor mogelijk te houden dan die welke past binnen de vooronderstellingen die we zorgvuldig hebben opgebouwd. Soms hebben we daar veertig tot vijftig jaar aan gewerkt. Toch komen er hier en daar kleine scheurtjes in onze nuchtere berekeningen. Zo blijken er meer mensen te zijn dan we dachten, die de moed hebben hun roeping te volgen. Zij blijken onze tochtgenoten, zodra wij oor hebben voor hun geestelijke weg. Op niet voorziene wijze treffen zij zichzelf aan in het religieuze landschap. Mannen en vrouwen samen blijken in dit religieuze landschap voor elkaar een steun te kunnen zijn op hun zoektocht naar God. Misschien dagen de grenzen waarop wij stoten in het traditionele parochiepastoraat ons wel uit opnieuw na te denken over de rol van religieuze verbanden en religieuze bewegingen binnen een locale geloofsgemeenschap? Misschien zijn we er wel aan toe heel anders te gaan denken over de betekenis van een religieuze gemeenschap? Misschien liggen hier kansen? Eén kans zie ik in de veelkleurige lekenbewegingen. Als u de website van de Konferentie Nederlandse Religieuzen bezoekt vallen enkele accenten op.

  1. Het begrip “religieus leven” staat voor een bonte verscheidenheid aan leefwijzen, modellen en instituties, waarin menselijke bewogenheid door God gestalte krijgt. In verschillende tijdperken en situaties ontstonden steeds weer andere vormen, die telkens opnieuw een antwoord waren op de eigenaardigheden, de eisen en de noden van dat moment. Wanneer we hier deze verscheidenheid benadrukken, dan gebeurt dat in het besef dat er ook een zekere eenheid is daarbinnen. Over dit moment van eenheid kom ik nog te spreken.
  2. In het kader van Platform rond Toekomst van Religieus Leven van de KNR is de afgelopen jaren gewerkt aan het in kaart brengen en met elkaar in contact brengen van alles wat er geleidelijk ontstaat aan nieuwe vormen van religieus leven. Er worden een viertal grote categorieën onderscheiden.
  3. a. Geassocieerden en groepen van leken die min of meer rechtstreeks met religieuze instituten verbonden zijn. Tot deze categorie worden gerekend kringen zoals Familia Augustiniana, de Maristengroep, de Chevalier-verbondenen en de Fransciscaanse Leken Orde Nederland. De geassocieerden van de Broeders van Maastricht, de Congregatie van het Heilig Sacrament en de Karmelieten, maar ook lekenmissionarissen van o.a. SMA en Mill Hill. In totaal zijn bij de KNR ruim twintig kringen en bewegingen van verbondenen bekend.

    b. Communiteiten van religieuze instituten waar (geassocieerde) leken meeleven. We kennen binnen deze categorie ongeveer tien gemeenschappen; onder meer Priorij Emmaus en de Eleousacommuniteit van de Fraters van Tilburg.

  4. Min of meer zelfstandige groepen of bewegingen en ‘andere vormen van erfgoed doorgeven’. De inventarisatie van de KNR omvat ongeveer tien bewegingen, waaronder de Stichting Don Bosco Groep Nederland, de Catholic Worker Beweging, de Franscisaanse Beweging, Vereniging Scala, de Missionaire Beweging van Afrika, de Karmelbeweging.
  5. Min of meer zelfstandige (groepen van) Leefgemeenschappen op religieuze basis van (vooral) leken die vaak een band hebben met religieuzen. De KNR komt hier tot minstens tien min of meer zelfstandige leefgemeenschappen, waartoe o.a. de Wonne, Communiteit Broederenstraat Deventer, Gemeenschap de Hooge Berkt, het Huis van Antonia.

Intussen blijven de gestelde vragen, waarin een vermoeden sluimert, open. Zouden we ons niet kunnen oefenen in een nieuwe wijze van denken over roeping en vorming, over pastoraat en gemeenschap, over gerechtigheid en leren luisteren, over charisma en scholing, over de rijkdom van de veelkleurigheid en de eigen waarde van ieders levensweg als een geestelijke weg. Het is voor mij een perspectief van pionieren en reframen?

Willen we bestaansrecht behouden als religieuzen, als religieus bewogen mensen, dan moeten we ingaan op de uitdaging zichtbaar te maken wat religieus leven kan en wil betekenen in onze samenleving. Het is pionierswerk de werkelijkheid van God levensecht en levensnabij aan de orde te stellen in onze geseculariseerde samenleving. Het is van belang dat we de moed hebben nieuwe wegen te gaan op een moment dat veel vertrouwde structuren verdwijnen en dat de toekomst van religieus leven niet meer vanzelfsprekend is. We staan voor de uitdaging zichtbaar en verstaanbaar te maken wat religieus leven nu betekent. Het vraagt dat wij scherp zien welke onze kernwaarden zijn en hoe deze kernwaarden aan de orde gesteld kunnen worden in onze samenleving, waarin steeds meer mensen op zoek zijn naar een religieuze dimensie die zin kan geven aan hun leven. In steeds meer mensen leeft het verlangen hun leven in relatie te weten met de Bron van leven en met het Mysterie in henzelf. Hier liggen onze kansen. Aan ons de uitdaging met ons leven op deze kansen in te gaan. Inderdaad een perspectief van pionieren en reframen.

Veel gesprekken heb ik mogen hebben met mensen die op zoek zijn. Ik ga u niet vermoeien met deze gesprekken. Wel deel ik graag met u mijn reflecties op deze gesprekken omdat ze ons een spoor laten zien.

Steeds minder mensen bekennen zich tot het instituut kerk. Als je zondags naar een viering gaat in een parochie kerk zie je dat het aantal mensen dat de viering bezoekt heel anders is dan jaren geleden. Het maakt duidelijk dat veel mensen niet meer vanzelfsprekend hun leven oriënteren op de gemeenschap van de kerk en ook niet meer op de zondag en de daarmee verbonden vieringen. Dit betekent dat een groot gedeelte van christelijk Nederland geen relatie meer aangaat met het instituut Kerk.

Naast deze tendens dat mensen zich minder of niet meer aan instituten, ook niet aan het instituut Kerk, verbinden zien mensen ook ‘de leer’ niet meer als een uitdrukking van hun leven. In de ruimte die daaruit voortkomt gaan mensen op zoek naar betekenis, naar zin. Dat zoeken heeft in zichzelf betekenis. Waardoor wordt ik geraakt? In dat zoekproces drukken mensen hun verlangen uit naar iets dat hun leven overstijgt. In dat zoekproces kunnen we de hernieuwde aandacht voor spiritualiteit plaatsen en verstaan.

De mens denkt zichzelf autonoom. De mens spreekt over de maakbare wereld en de maakbare samenleving. Het betekent dat de mens in staat is om in veel opzichten de wereld en de samenleving te beheersen. We zijn vertrouwd geraakt met de ruimte reizen. We volgen de ontwikkelingen in de gezondheidswetenschappen en in de biotechnologie. De technische mogelijkheden en ontwikkelingen gaan door. Ze gaan soms ons bevattingsvermogen te boven.

Dit is allemaal aan de orde als we spreken over maakbaarheid. Niemand anders doet dit dan de mens die wetenschap bedrijft, die onderzoekt en experimenteert. De mens denkt zich steeds meer autonoom. Hij zal ook proberen steeds verder door te dringen in de geheimen van het leven.

Deze verder gaande drang naar maakbaarheid is een aspect van secularisatie. Veelal verdwijnt het besef dat er nog een mysterie is. Mysterie heeft o.a. te maken met het feit dat mensen bij alle maakbaarheid toch sterven. Hoewel we het niet willen en hoewel we op alle mogelijke manieren het leven proberen te verlengen worden we geconfronteerd met de eindigheid van het leven. Dit is een belangrijk gebeuren. In de mate dat mensen nadenken over hoe het leven te bepalen, in de greep te krijgen en in greep te houden in die mate zal de confrontatie met de eindigheid groter worden. Vragen naar het waarom blijven vanzelfsprekend. Waarom overkomt mij dit? Waar dient het voor? Wat is de zin er van? Nog belangrijker lijkt mij de vraag hoe de mens er zijn weg mee vindt. Het is immers een aantasting van de menselijke autonomie. De mens wordt geconfronteerd met een werkelijkheid die groter is dan de mens zelf, terwijl hij zichzelf autonoom denkt.

Mysterie heeft o.a. te maken met het feit dat bij alle maakbaarheid de onmenselijkheid niet uit de wereld is verdwenen. Wie is toch die mens die in staat is deze onmenselijkheid te organiseren. Hoe de maakbaarheid van de wereld en het autonome denken van mensen ook toeneemt het mysterie blijft zich aandienen in wat de mens overkomt en in wat de ene mens de andere mens kan aandoen. Over deze problematiek zijn vele boeken geschreven. Niemand heeft hierbij een afdoende oplossing aangereikt. Wel is op vele manieren het verlangen naar een andere werkelijkheid verwoord.

Het mysterie onttrekt zich aan ons en dringt zich tegelijkertijd aan ons op. Hiermee verwoord ik de werkelijkheid van God. Het mysterie dat zich aandient als buiten mijzelf, als heilig en als niet in de greep te krijgen. In de mate dat wij geconfronteerd worden met aspecten van het mysterie dringt het eindeloze diepe onbegrijpelijke mysterie zich op. Hier ben ik op het raakvlak of breukvlak dat in alle vergaande ontwikkelingen het mysterie zich blijft aandienen. Onvermijdelijk zal dit mysterie mensen blijven confronteren met vragen naar de zin, met vragen naar het waarom. Wat toch de bedoeling is van wat er gebeurd en er gedaan wordt. Het is een inbreuk op het vertrouwde. Onvermijdelijk zal dit mysterie mensen blijven bewegen en het verlangen naar contact met dit mysterie blijven aanwakkeren.

Religieus bewogen mensen zijn vanuit hun roeping uitgenodigd zich te leren verhouden tot dit mysterie, en wel in een wereld die droomt van maakbaarheid en autonomie, in een samenleving die tot op het bot geseculariseerd is. Het betekent in mijn ogen dat we opnieuw vertrouwd dienen worden met het mysterie en met het feit dat we ten diepste ondanks al onze maakbaarheid geen antwoord hebben op wezenlijke vragen en kwesties. Het betekent dat het van belang is zo’n verhouding tot het mysterie aan te gaan waarin het mysterie wordt aanvaard als een belangrijke leidraad en oriëntatie in het leven. Zo’n verhouding aangaan met het mysterie betekent dat een mens ten diepste geen antwoord heeft; het betekent dat de mens beseft dat juist in het vertrouwen op en de overgave aan het mysterie de kracht van het religieuze leven schuilt om met alle inzet en engagement en in alle omstandigheden waarin mensen verkeren het mysterie van God aan het licht te brengen. Het betekent dat de mens leeft van het verlangen naar; een verlangen dat uitstaat naar het ondoorgrondelijke geheim van leven.

Stichters en stichteressen van ordes en congregaties hebben vaak gepionierd ten gunste van zorg behoevende of arme mensen vanuit bewogenheid om het mysterie. In de loop van de tijd zijn er vaak regels en structuren gegroeid die de bewogenheid en de geraaktheid van het begin hebben verduisterd. Herbronning brengt terug naar de kern, nl. dat mensen zijn geraakt door het mysterie. Juist vanuit die geraaktheid ontstaat er gemeenschap en inzet.

Geraaktheid door het mysterie is niet het alleenrecht van religieuzen. De geschiedenis leert ons dat er vaak brede bewegingen van leken zijn geweest die de bedding vormden voor nieuwe ontwikkelingen. De armoedebeweging, de Devotio Moderna, de beweging van barmhartigheid, de emancipatiebewegingen, de sociale bewegingen, etc. etc.

Leiding geven is een dienst is aan de gemeenschap en aan ieder in die gemeenschap om zijn of haar roeping te verstaan en zijn of haar weg mee te gaan. Voor veel mensen heeft de Kerk als instituut die leidende rol niet meer. Toch voelen mensen zich geraakt en bewogen door en omwille van het mysterie. Waar vinden zij een thuis? Waar vinden zij leiding en goede begeleiding van hun zoekproces? Ik vind dit een serieuze kwestie. Er zijn kloosters en gemeenschappen die deze leiding en begeleiding op zich nemen. Het is in mijn ogen significant dat de opleiding geestelijke begeleiding een gestage toestroom van mensen kent.

Bij verschillende religieuze instituten heeft de herbronning van de afgelopen decennia geleid tot nieuwe initiatieven op het terrein van het sociale engagement. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de inzet van religieuzen in hun internationaal netwerk tegen vrouwen- en kinderhandel. Ik denk bijvoorbeeld aan de huiskamerprojecten door zuster opgezet voor vrouwen in de prostitutie. Ik denk bijvoorbeeld aan de inzet van religieuzen in multiculturele en multireligieuze wijken. Ik meen dat herbronning op het Franciscaans charisma ook de oorsprong is van initiatieven als Stimulans, als de Wonne. Bij verschillende religieuze instituten heeft herbronning geleid tot opnieuw intredes. Verschillende religieuze instituten hebben de mogelijkheid geopend dat mensen zich kunnen associëren of in deeltijd lid kunnen zijn van een communiteit. Tevens zijn er vele verschillende lekenbewegingen ontstaan die als leken leven met de spiritualiteit van een orde of congregatie. Hier ligt een grote uitdaging de bewegingen van leken au serieux te nemen. Lekenspiritualiteit moet geexplicieteerd worden. In de mate dat lekenbewegingen hun bewogenheid en hun spiritualiteit expliciteren dagen zij religieuze instituten en locale geloofsgemeenschappen uit te reflecteren op hun eigen identiteit

Verschillende anderen hadden hier kunnen staan en hun eigen ervaring in kunnen brengen. Ik neem de vrijheid mijn eigen ervaringen met u te delen. Als karmelieten hebben we in het begin van de tachtiger jaren de mogelijkheid gecreëerd dat vrouwen lid van onze gemeenschap konden worden. Onze communiteiten zijn sindsdien gemeenschappen van mannen en vrouwen geworden. We hebben hiervoor ruimte gemaakt in onze gemeenschappen, in onze commissies, in ons vormingsteam, in ons algemeen bestuur en in het kapittel, ons hoogste beleidsorgaan. We kennen een groeiend aantal mensen die een associatie zijn aangegaan. Ook de Karmelbeweging, een beweging van leken, verheugt zich in een groeiend aantal leden. We zien een gemeenschap van leken-karmelieten ontstaan in de Schilderswijk in Den Haag. We zien leken-karmelieten een gemeenschap vormen in het noorden van het land. Grenzen van christelijke kerken worden hierbij doorbroken. Wij gaan er van uit dat ieder zich geraakt en geroepen weet door het mysterie en dat ieder dit op zijn of haar eigen wijze vorm en inhoud geeft al naar gelang ieders keuze. Onze grote en kleine samenkomsten hebben aan veelkleurigheid gewonnen waarbij de grote verscheidenheid een uitnodiging is aan ieder om precies op eigen wijze gestalte te geven aan ieders roeping. En zo een beeld te scheppen van zusterschap en broederschap; een gemeenschap te bouwen waarin we beleven dat we elkaar gegeven zijn. We oefenen als het ware in een samenleving te zijn waarin gelijkwaardigheid en respect een geleefde en doorleefde werkelijkheid is ondanks grote verschillen en verscheidenheid. Marlène Falke, die met haar man en kinderen met de Regel van de Karmel leeft in de Schilderswijk in Den Haag, zegt in een interview in het KNR bulletin van deze maand.

“Onze spiritualiteit levend hebben we een samenhang ontdekt tussen de eucharistie van de kerk, de eucharistie van de straat en de eucharistie van het fornuis. Een moment van gebed is voor mij ook het bereiden van het eten dat ik niet alleen maar gekregen heb ‘als het werk van mijn handen’, maar dat je ook gegeven is. En het goed bereiden daarvan is ook een manier van dank zeggen.Op de plaats waar we wonen breken en delen we het leven. Onlangs hebben we bijvoorbeeld met Abdul Akrim het feit gevierd dat hij al 35 jaar op straat leeft. Het is op zich natuurlijk niet feestelijk om thuisloos te zijn, maar we proberen om ook die ervaring om te buigen naar iets positiefs. Het vieren ervan was voor ons een evident moment van communio. Het gaat om breken en delen van het leven. Om lof en dankzegging ineen. De oriëntatie, het op God gericht zijn, blijft. Het is altijd een over en weer; ik weet op veel momenten gedurende de dag niet meer of ik God gezocht heb of Hij mij. Ik weet wel dat ikvaker bid dan dat ik brood smeer en minder vaak dan dat ik adem haal”.

De verschillende bewegingen die ik heb genoemd lijken me kleine maar toch nieuwe ontwikkelingen en bewegingen in Nederland. Het is een pril nieuw begin dat de tijd moet krijgen om zich te ontwikkelen. Ik vind dit verrassend en bemoedigend in een periode dat het vertrouwde beeld lijkt te verdwijnen; in een periode ook dat de kerkelijkheid terugloopt en de binding met het instituut kerk minder wordt. Deze ontwikkelingen zullen zeker invloed hebben op het religieuze leven van de toekomst. Ik heb er vertrouwen in en ik ben er ook van overtuigd dat de wereld van religieuzen de komende decennia een grote vernieuwing doormaakt, niet zozeer in kwantiteit, maar in kwaliteit.

Een crisis heeft de bedoeling -hoewel het een moeilijk proces is- uit te zuiveren en te leren zien wat werkelijk van belang is en wat ballast is geworden. Ik meen dat de crisis van de afgelopen decennia -hoewel niet gemakkelijk- ook nieuwe wegen aanreikt, waarbij het zal gaan om de kwaliteit en niet om de kwantiteit.

Ik zie mensen ingrijpende keuzes maken. Mensen die intreden in religieuze gemeenschappen of zich aansluiten bij lekenbewegingen zijn over het algemeen geen twintigers. Het zijn mensen die gepokt en gemazeld zijn door het leven en opeens genoeg hebben van de manier zoals het gaat. Ze willen zo niet verder. Ze maken ingrijpende en radicale keuzes omwille van hun geraaktheid en bewogenheid om het mysterie, omwille van een verlangen dat in hen is gegroeid.

Als ik door me heen laat gaan wat zo her en der aan het gebeuren is stemt dit mij positief over de toekomst van het religieuze leven en religieuze bewegingen. Er zijn te veel aanwijzingen dat er opnieuw ruimte en aandacht is voor het mysterie waar we ons toe moeten leren verhouden in een geseculariseerde wereld waarin de mens zich autonoom denkt. Mensen die geraakt zijn door het mysterie wijzen ons hierbij een weg. Die weg zal zeker anders zijn dan de vormgeving die wij hebben gekend en geleefd. In de kern is dit niet nieuw. Roeping is immers inbreuk op het bestaande. Het is altijd zo geweest dat naast de bestaande structuren mensen in staat zijn geweest wegen te gaan die van invloed zijn geweest op de ontwikkelingen in het religieuze leven en in religieuze bewegingen. Ik heb het gevoel dat ook de ontwikkelingen van vandaag ons zullen brengen naar een periode waarin we een religieus leven hebben in Nederland dat binnen de geseculariseerde wereld recht van bestaan heeft juist vanwege de aandacht voor het mysterie, juist vanwege de ruimte die het mysterie krijgt in het leven, juist vanwege de inoefening van gelijkwaardigheid van mensen ongeacht hun achtergrond, hun cultuur en hun kleur, juist vanwege de inoefening van zusterschap en broederschap tussen mensen, juist vanwege het verlangen dat mensen beweegt.

Dit bericht is geplaatst in Teksten. Bookmark de permalink.

Geef een reactie