Maria ten Hemelopneming

Lezingen Lucas 1, 39-56: Maria en Elisabet; en de Marialitanie van Nijmegen van de Broeders van Maastricht

Maar omdat Maria een gewone vrouw was, die veel zorgen en spanningen heeft gekend, zien velen een lotgenoot in haar. Bij haar kun je terecht met je zorgen. Zij weet waarover je het hebt. Daar kan geen ontkerkelijking tegenop!

Overweging

Afgelopen week werd ik bij een terminale zieke geroepen. Het bleek te gaan om een vrouw van 41 jaar jong, in een vergevorderd stadium van kanker. Van huisuit katholiek, is zij getrouwd met een islamiet uit Turkije, en ze hebben een kind van vier. ‘Wij zijn een voorbeeld van hoe het kan tussen onze twee culturen en geloven’ zeggen ze zelf. Beiden hebben hetzelfde beroep: agent van politie. Hij heeft veel moeite met het naderende heengaan van zijn vrouw. ‘Waarom? Ik ben wel gelovig, maar nu voor het eerst voel ik me kwaad, en door God in de steek gelaten. Ik wil met haar oud worden. En hoe kan God een moeder weghalen van haar kind? Als een mens zoiets zou doen, wordt hij gestraft. Het is wreed!’

Zij is het vechten voorbij. Twee jaar lang heeft zij een strijd gevoerd op leven en dood. En nu ze in haar laatste fase is gekomen zegt ze: ‘Het is goed zo. Het heeft geen zin om verder te vechten. Als ik dan toch moet gaan, dan ga ik graag in overgave en vrede. Daarom wil ik mijn uitvaart zo goed mogelijk voorbereiden. Voor de eerste plaats voor mijn partner en kind. Dat ze onthouden dat ik met een goed gevoel ben heengegaan, en de mooie herinneringen die we samen hebben, niet verstoord worden door een slecht einde. En wat me zoveel steun geeft, is de hand van mijn vader, die hij me vanuit de andere wereld toereikt. Ik ben niet beneveld door medicijnen, ik kan over alles helder nadenken en een verklaring kan ik er niet voor geven, maar het is wel zo. Ik voel mijn vader heel dichtbij, het is alsof hij me wil komen ophalen’.

Ja, de laatste weken van een leven, de laatste dagen van een mens, de laatste uren van een ziekbed: die blijven je bij. De rust en de vrede die hij of zij kan uitstralen, de troost die je van hem of haar mag ontvangen, terwijl jezelf nergens bent: het is wonderlijk, ontroerend. Als vanzelf en spontaan komt bij degene die dat meemaakt, de gedachte op dat hij /zij de hemel al ziet opengaan. Alsof een kracht die persoon lostrekt van deze wereld en meeneemt over de dood heen naar wat wij dan ‘het andere leven’ noemen. Uiteindelijk zal dat de achterblijver rust geven, omdat hij/zij met een goed gevoel van ons heengaat en zijn of haar leven is voltooid.

Als ik, mens van de 21ste eeuw, mezelf probeer in te leven in het geheim van Maria’s tenhemelopneming, dan stel ik mezelf het menselijk verhaal voor van een vrouw die zo geleefd heeft dat haar dood díe onsterfelijke, wonderlijke uitstraling had, dat je wel moet geloven dat ze nu bij God is.

Ons blijft de herinnering. Echt dood zou je pas zijn als je bent vergeten. In herinneringen leven mensen voort, blijven ze onder ons. Herinneringen die je elkaar telkens weer doorvertelt, omdat je er kracht uitput voor je eigen leven. Zulke herinneringen zijn ook bewaard gebleven van Maria’s leven. Vandaag horen we er één, haar reis naar Elisabeth. Op pad gaan om haar oudere nicht te helpen. Klaarstaan voor anderen, niet aan zichzelf denkend. Meelevend zijn, zoals ook uit andere verhalen blijkt, bijvoorbeeld op de bruiloft van Kanaän, en onder het kruis.

Omgeven door die herinneringen is Maria de geschiedenis ingegaan, als een vrouw met het hart op de goede plaats. Iemand op wie je een beroep kan doen en die ook zonder te vragen te hulp schoot. Van wie zou Jezus het anders geleerd hebben? Zo’n vrouw moet bij haar dood wel een vredige en gelukkige uitdrukking op haar gelaat hebben. Indrukwekkend , alsof ze al iets van die andere wereld uitstraalt. ‘Ze is bij God’ zeiden de mensen. En dat verhaal is van mond tot mond gegaan. Zo leeft zij voort in herinneringen, die ook ons uitnodigen te zijn zoals zij:

  • zorgen verlichtend, zoals zíj’, bij haar oudere nicht;
  • uit zijn op het geluk van andere mensen, zoals zij op de bruiloft van Kana;
  • lijden verlichtend, zoals zij door haar aanwezigheid op de kruisweg van haar zoon.

Maria was zich bewust van haar kleinheid, haar gewoonheid, haar geringe afkomst, zoals ze zelf zegt in het Magnificat. Dus ze moest het zoeken in de kleine dingen van alledag. Maar die hadden wel de kracht om wat hemel op aarde te scheppen!

Ook wij voelen ons maar kleine mensen, niet bij machte om onze wereld met zoveel wantoestanden te veranderen. Laat staan dat we onze eigen fouten zo gemakkelijk kunnen veranderen. Soms word je daar helemaal moedeloos van.

Misschien voelen daarom zoveel mensen Maria als hun bondgenoot. Zij zoekt het niet bij de machthebbers van deze wereld, niet bij de grote bekken en de verwaande kwasten. Nee, zij schaart zich onder de gewone mensen die de kleine alledaagse dingen goed willen doen.

Heel die litanie van Nijmegen, getuigt dan ook van een aardse vrouw, die goed luistert naar het leven van alledag, en dan op weg gaat om te helpen. “Hulp van ontheemden, uitzicht voor daklozen, gastvrouw, terugvalbasis,glimlach voor bedroefden, toevlucht van zieken.”

Kleine dingen van harte gedaan: ze maken van de aarde, althans van het stukje waarop wij wonen, een wat meer bewoonbare plek. Zonder mensen met deze hartstocht om goed te doen, zou de dag van vandaag, die paar vierkante meter waarop wij leven, onleefbaar zijn, godverlaten, en ijler dan ijl.

Wat goed dat er mensen zijn zoals Maria van Nazareth!

Joost Koopmans osa

(geïnspireerd op een lezing van Piet Leenhouwers ofm.cap in Kerugma 48 nr. 3, p. 105-110)

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *