Luister naar mij en je zult leven

Lezingen: Jesaja 55, 1-3, Matteüs 14, 13-21

Vandaag lezen we het verhaal dat we kennen als de wonderbare broodvermenigvuldiging. We hebben het dit jaar al eerder gehoord, bij de eerste communie van een paar jonge boskapellertjes. Maar het is zo’n mooi verhaal, dat we er best nog een keer naar kunnen luisteren. Een verhaal over delen wat je hebt.

Overweging

Hierheen! Hier is water, voor ieder die dorst heeft! Eten en drinken zonder te betalen!

De eerste lezing was een stukje uit de profeet Jesaja, een profeet waar Ulrich Berges altijd erg enthousiast over kon spreken. En terecht, dat blijkt ook nu weer met deze heerlijke tekst.

Wat is hier aan de hand? Het lijkt wel een introductieactie van een restaurant dat klanten wil lokken om bekend te worden. En het werkt, want het is een vrolijke reclame. De klanten zullen wel komen!

Maar dan staat er iets raars in de advertentie: Waarom geld betalen voor iets dat géén brood is, je geld uitgeven aan iets wat niet verzadigt? Luister naar mij, leen mij je oor, en je zult leven! Stop! Dit is geen reclame voor een eettent. Maar waarvoor dan wel?

Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond, als bevestiging van mijn liefde voor David. Dat eeuwigdurend verbond is het verbond van God met zijn volk. Dáár maakt de profeet Jesaja reclame voor. Het volk Israël is nog gevangen in Babylonië, maar het zal spoedig terug mogen keren naar Israël. Dat heeft de koning, Cyrus, besloten. Maar het is ook de wil van God, die, door de mond van Jesaja, de Israëlieten teruglokt naar hun land. Voor een feestmaal, het feestmaal van het nieuwe, eeuwigdurende verbond. Want mensen leven niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.

Het is een mooie, enthousiaste tekst, die mensen uit die tijd best teruggelokt zal hebben naar het land van hun voorouders, waar ze helemaal opnieuw moesten beginnen. Ze zijn immers teruggekeerd. Maar wij zijn niet verbannen: waar moeten wij ons feestmaal zoeken? Wat kan dit verhaal nog voor ons betekenen?

Als wij ons dat afvragen, zijn we echt niet de eersten. Tweeduizend jaar geleden, meer dan vijfhonderd jaar na Jesaja, vroegen de inwoners van Israël zich dat ongetwijfeld ook af. Het eeuwigdurend verbond lag in stukken, het feestmaal vergeten, de Romeinen heersten over het beloofde land. Totdat er een stem klonk die zei: Luister naar mij en je zult leven. Jezus.

In het evangelie dat we hebben gelezen staat dat Jezus ergens van hoorde en alleen wilde zijn. Wat hij hoorde is niet zo belangrijk voor het verhaal, maar wel belangrijk in Jezus’ leven. Hij heeft zojuist gehoord, van de leerlingen van Johannes de Doper, dat Johannes in de gevangenis is vermoord. Dat schokkende nieuws wil Jezus eerst verwerken. Het is hem niet gegund. Hij wil alleen zijn en gaat naar de rand van de woestijn, maar de mensen volgen hem. En als Jezus aan land gaat, leeft hij met hen mee en geneest hun zieken.

Luister naar mij en je zult leven. Het wordt waar, in de lichamen, voor de ogen, in de harten van de mensen die Jezus gevolgd zijn. Hier begint iets nieuws, een nieuw, een eeuwigdurend verbond van God en mens. Natuurlijk kunnen de mensen niet terug naar de dorpen als het avond wordt: hier gebeurt het. En waar niets is, waar mensen niets hebben, geeft Jezus brood, voor niets. Overvloed, een feestmaal. Twaalf manden brood zijn er over, twaalf manden, voor elke stam van het oude Israël één. Jezus vervult het verbond van God en de mensen. De woorden van Jesaja krijgen een nieuw leven. Jezus is het woord dat klinkt uit de mond van God, het woord dat leven geeft.

Voor de mensen van toen, de Joden die Jezus volgden, zijn de woorden van Jesaja, is het verbond van God met Israël weer tot leven gekomen. Maar hoe zit dat met ons? Wat betekent dat verbond voor ons? Een feestmaal, gratis eten, is altijd welkom natuurlijk, maar daar gaat het toch niet om?

Laten we dus niet alleen met de oren van de mensen toen naar die tekst luisteren, maar ook met onze eigen oren. Wat horen we dan? Dat Jezus mensen geneest. Dat klinkt wonderlijk in onze oren. Dat Jezus mensen te eten geeft van vijf broden. Ook dat klinkt wonderlijk, te wonderlijk om te geloven. Want er is niet genoeg. Jezus is geen dokter en heeft geen apotheek bij zich. Er is gewoon te weinig eten. Maar het is genoeg. Mensen worden beter. Mensen hebben eten in overvloed. Maar we horen nog een ding meer: Jezus vraagt zijn leerlingen om de mensen te eten te geven en die zeggen, eigenlijk hebben we niets. Dat klinkt niet zo wonderlijk; dat snappen we. Het overkomt ons vaak genoeg dat we met lege handen staan, of dat we het gevoel krijgen dat we overvraagd worden. Wat moet je tegen zinloos geweld? Wat moet je tegen een blinde haat die zelfs tot moord en terrorisme leidt? Wat moet je tegen de honger en onrechtvaardigheid in de wereld?

Jezus zegt: “Ze hoeven niet weg, geven jullie hen maar te eten.” En als wij te weinig hebben, laat hij zien wat je daarmee kunt: gewoon beginnen. Net zoals hijzelf gewoon begon met de zieken die hem gevolgd waren. Hij had de tijd niet gehad om te bekomen van de dood van Johannes. Hij realiseerde zich dat iets dergelijks hem ook te wachten kon staan. Maar oog in oog met de zieken zei hij niet: “ik heb jullie niets te bieden vandaag.” Hij leefde met hen mee, leefde zelf op en gaf hen leven. Zoals een vader of moeder doet, als hun kleine kindje gevallen is en pijn heeft aan een knie of aan een handje. Ze doen er een pleister op als het nodig is. En een kus. Dat is belangrijk, zonder die kus gaat het mis. Zonder die kus gaat de pijn niet over. Dat weet je als vader of moeder. Dat weet je als het kleine kind dat je bent, of ooit was. Dat weet je als je een ongeneeslijk zieke bezoekt. Zonder liefde, zonder meeleven, gaat het niet. Maar mét liefde, mét meeleven, gaat het wel. Ook al is er objectief gezien te weinig. Al snap je zelf soms niet hoe het kan. Als je maar deelt wat je hebt.

Dan gaat het verhaal van Jezus, dan gaat Jezus zelf weer voor ons leven. En door Jezus heen krijgen ook de woorden van Jesaja weer nieuwe betekenis: luister, en je zult leven. Luister, en het nieuwe verbond, het koninkrijk van God, wordt zichtbaar op aarde.

Woorden van eeuwig leven.

Karel Peijnenborg

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie