Iemand die door God was gezonden

Lezingen: Johannes 1, 6-8 en 19-28 (Verborgen en nabij)

Hoe meer in dit donkere jaargetij ons verlangen naar licht groeit, hoe meer dat licht ons tegemoet komt. Hoe meer we in deze tijd van bezinning naar binnen keren en thuis raken bij onszelf, hoe meer we ook ons hart kunnen openstellen om de ander een thuis te geven.

Met Kerstmis klopt een kind aan onze deur en vraagt om onderdak. Jezus wordt elk jaar opnieuw geboren en kijkt ons aan door de ogen van bijvoorbeeld Ana, het Roemeense meisje op het schilderij. Jan Broeders gaat daar vandaag meer over vertellen in verband met onze adventsactie.

Wie het Kerstkind wil vinden moet onverdedigbaar zichzelf worden, om zonder waan van hoge woorden als een broer of zus te kunnen knielen bij de minst geziene of vergeten mens.

Overweging

Er kwam iemand die door God was gezonden: hij heette Johannes… Hoe treffend toont deze passage uit het evangelie van vandaag overeenkomsten met het verhaal van Mihai en Ana, de twee Roemeense kinderen, waarover u kon lezen in ‘Op de Hoogte’. Ik beschreef daar, hoe twee weeskinderen vol verlangen wachtten op de grote steen bij het station van de stad Iasi op de komst van de Heer. Hun diepgelovige moeder had hen immers kort voor haar overlijden gezegd, dat zij daar God zouden ontmoeten die wel voor hen zou zorgen. Mensen liepen de hele dag af en aan, maar pas tegen de avond kwam er iemand die werkelijk door God was gezonden. In dit geval heette hij niet Johannes, maar Valentin, Valentin Chirica. Hij vroeg de kinderen waarom zij daar zaten, luisterde naar hun verhaal en nam beide kinderen liefdevol op in zijn huis. Op deze manier getuigde hij van Jezus Christus, het ware licht, dat in deze wereld is gekomen. Voor deze kinderen werd een antwoord gegeven op de vraag die in de eerste lezing werd gesteld: ‘God als je echt zo ver weg bent, hoe kunnen we dan Je nabijheid ervaren?’

Als thema voor deze adventstijd, de tijd van stille Godsverwachting, hebben we als Boskapellers gekozen voor het thema Verlangen en tegemoetkomen. We symboliseren dit door de spiraalvormige cirkel die vanuit het brandend lichtje van ons hart via de adventskrans naar de plek bij het altaar leidt, waar over twee weken de kerststal zal staan. Elke week wordt er een bijna bloeiende Amaryllis bij geplaatst. In verlangen kijken wij uit naar het Kerstfeest, waarbij we opnieuw zullen vieren dat Jezus ons in de gedaante van een kind tegemoet treedt om ons te verlossen. Met de woorden van Johannes worden wij uitgenodigd om te getuigen van het licht en om daadwerkelijk Zijn licht uit te dragen in deze wereld.

Wij kunnen dat doen door niet te blijven steken in onze eigen besognes, maar door een beweging te maken van binnen naar buiten. Wij kunnen laten zien, dat we oog hebben voor de noden in deze wereld, dichtbij en veraf. Dit jaar worden we uitdrukkelijk uitgenodigd om onze aandacht te richten op de zwerfkinderen in de Roemeense stad Iasi. Wij kunnen verbetering brengen in de miserabele situatie waarin nog steeds honderden Roemeense straatkinderen verkeren. Met onze bijdagen kunnen we hun leven zin geven en hen een goede toekomst bieden. Door kinderen als Ana en Mihai te helpen, getuigen wij metterdaad dat wij open staan voor het Goddelijke in de ander, zelfs al is die ander en straatkind, een verschoppeling in zijn maatschappij.

Mijn vrouw Yvonne en ik kennen de zwerfkinderen van Iasi al lange tijd. Wij kwamen ze al tegen in 1991, toen wij, uitgezonden door het Rode Kruis, werkten en woonden in Roemenië met het doel om het lot van de kinderen in de erbarmelijke Ceaucescu-kinderhuizen te verbeteren. We zagen toen ook zwerfkinderen vervuild en in lompen gekleed langs de straten lopen, of in portieken liggen. Bedelend liepen ze ons achterna. Met één hand wreven ze over hun maagstreek en de andere strekten ze naar ons uit: ‘Foame, foame’ Honger..honger. Soms gaven we hen wat, maar veel konden we niet doen: onze eerste taak lag toen bij de kindertehuizen. Sinds die Rode Kruis missie heeft Roemenië ons niet meer losgelaten. In de kersttijd van 1992 waren wij terug om namens Nederlanders kerstpakketten te brengen. In die periode leerden we Valentin kennen en hoorden we zijn verhaal over Ana en Mihai. Valentin en anderen met wie hij een groep vormde, vertelden ons dat zij , geïnspireerd vanuit hun geloof, meer straatkinderen wilden helpen, maar dat financiële middelen ontbraken. Wij beloofden, dat we ons best zouden doen fondsen voor hen te vinden, maar we betwijfelden sterk, of dit ons zou lukken. Met de mensen daar hebben we gebeden voor het slagen van hun en nu ook onze onderneming. Het verlangen was er, maar ook de twijfel, of we ooit hen tegemoet zouden kunnen komen.

Maar korte tijd hierna, terug in Nederland, mochten we ervaren hoe waar de slotwoorden van de eerste lezing van deze zondag zijn: ‘Jij – God – gelooft in mij, ook als ik niet meer in mijzelf geloof’. De toenmalige pastor van Cuijk, de plaats waar wij wonen, kwam bij ons thuis. Hij vertelde, dat de parochie een fonds had, dat Cuijkse missionarissen steunde. Die waren er echter niet veel meer. Het bestuur wilde met dat fonds wel wat voor Roemenië doen. Hij vroeg, of ik een goed project wist. Natuurlijk wist ik dat. Met behulp van die gelden is toen de Roemeense stichting ‘Fundatia Iosif’ opgericht en Valentin en de zijnen konden hun werk met de straatkinderen voortzetten.

Aanvankelijk zijn er toen drie flats gehuurd in eenzelfde blok. Stelt u alstublieft niet teveel voor van deze behuizingen. De flats bestaan uit een kamer van vier bij vijf meter en één slaapkamer van drie bij vier. Verder is er een klein keukentje en een W.C. met bad. In één flat sliepen de jongens, in een ander de meisjes en de derde flat werd gebruikt om te koken, te eten en om voorraden op te slaan. Ook Mihai en Ana kwamen er en woonden daar met twaalf andere kinderen. Dat ging helaas maar een korte tijd goed. De overige bewoners van hetzelfde trappenhuis klaagden over de drukte van de kinderen, de geluidsoverlast en het hoge water- gas en elektriciteitsgebruik. De nutsvoorzieningen werden in die tijd namelijk nog per blok geregistreerd en dan hoofdelijk omgeslagen. Het duurde dan ook niet lang, of ik kreeg een telefoontje met de mededeling, dat de kinderen uit hun huizen zouden worden gezet, omdat het gezinshuizen waren en de organisatie zogenaamd onder valse voorwendsels de flats gehuurd zou hebben. ‘Wanneer moeten de kinderen eruit?’, vroeg ik. ‘Morgen’ was het antwoord. Men kon wel andere flats van een particulier huren, maar deze zouden het drievoudige aan huurpenningen kosten. Deze kinderen voor de tweede maal in de kou zetten en tot een zwervend bestaan veroordelen, mocht niet gebeuren. Hoewel ik niet wist, hoe we dit zouden moeten bekostigen, was toch mijn antwoord: ‘Huur die dure flats, maar sluit wel een contract af voor een beperkte periode.

Toch bleek opnieuw, dat er zegen op dit werk rust, want via een particuliere gift, konden de duurdere appartementen voor twee jaar bekostigd worden. Helaas dreigden er na verloop van tijd weer soortgelijke problemen met buurtbewoners te ontstaan. Straatkinderen ontbrak het zeker in de beginperiode van hun verblijf aan aangepast gedrag. Toen hebben we in samenspraak met een Engelse organisatie ‘Link Rumania’ het besluit genomen een eigen huis te bouwen met een buitenspeelruimte. De Engelsen bouwden het huis, wij zorgden voor de inrichting. Dit huis ‘Casa Iosif’ bestaat nu bijna tien jaar.

De organisatie die het leidt, de Fundatia Iosif, is in de loop van de jaren professioneler geworden. Meer als 200 kinderen hebben inmiddels in het huis gewoond en zijn na een aanpassingsperiode van gemiddeld één jaar ondergebracht in Roemeense pleeggezinnen. Deze gezinnen worden begeleid door maatschappelijk werkers en een psycholoog. Ook Mihai en Ana zijn samen ondergebracht in een pleeggezin op het platteland. Mihai is nu een man van 24 jaar en woont weer in de stad, waar hij als timmerman de kost verdient. Ana woont nog bij haar pleegfamilie. Zij helpt mee op het land en verdient extra geld door het vervaardigen en herstellen van kleding met een naaimachine die zij via Nederlandse hulp heeft gekregen.

De Roemeense organisatie is springlevend en gaat met haar tijd mee. Voor een nieuw initiatief dat onlangs is genomen vraag ik vandaag uw belangstelling. Er is een plan gemaakt om te voorkomen, dat kinderen gaan zwerven. Men focussent gezinnen die in een bepaalde wijk van de stad wonen, die de burgers van Iasi ‘het getto’ noemen. Het gaat om een appartementenblok, dat na de val van Ceaucescu nooit is afgebouwd. Alleen de ruwbouw staat er, maar er is geen gas, licht, water of stadsverwarming. De gezinnen die er onderdak hebben gezocht, zijn door werkeloosheid en echtscheidingen in de versukkeling geraakt en zijn zonder pardon uit hun huizen gezet, zodra zij de huur niet konden betalen.

Voor dat doel is onlangs een zusterstichting opgericht ‘Calea Bucuriei’, de weg naar geluk. Valentin en zijn mensen heeft een vrijstaand huisje in de buurt van het getto-blok gehuurd. Daar kunnen de bewoners water halen, daar krijgen de kinderen elke dag een warme maaltijd aangeboden en daar kunnen de mensen volgens rooster komen douchen. Ook worden er activiteiten voor de kinderen georganiseerd. Met hem bezochten we in de maand oktober van dit jaar dit project. In het bijzonder voor dit nieuwe initiatief wil ik dit jaar in het kader van onze adventsactie uw bijdrage vragen. Nadat de Boskapelgemeenschap besloten had deze adventstijd deze kinderen van Iasi tegemoet te komen, heb ik Valentin een brief geschreven om naar concrete bestedingsdoelen te vragen. Hij schreef terug dat hij voor het geld, dat wij bij elkaar gaan brengen warme kleren en schoenen voor de huidige winterperiode wil kopen, schoolbenodigdheden, materialen voor het activiteitenlokaal en potten en pannen voor de keuken, waar de maaltijden worden bereid.

Ik hoop van harte, dat u de kinderen van het getto tegemoet wil komen door straks bij het ophalen van de kaarten voor de nachtmis een royale bijdrage te geven. Verder is er natuurlijk de mogelijkheid geld in de collectebus te doen, die naast het schilderij van het Roemeense kind staat, dat ons zo verlangend aankijkt en sommigen zullen ervoor kiezen geld te storten op de rekening van de boskapel met de vermelding ‘adventsactie’. Laat uw hart spreken. Jezus komt ons in de ander tegemoet. Laten wij, geïnspireerd door Hem, deze kinderen die ontheemd dreigen te raken, hulp bieden. Jezus wil zijn boodschap uitdragen via ons. Het is Zijn wens, dat wij door tegemoet te komen aan onze medemensen getuigen van het licht, dat Hij bracht in deze wereld. Laat die medemensen dit jaar de zo misdeelde kinderen in Roemenië zijn. Geef gehoor aan de stem die roept vanuit de woestijn: maak recht de weg van de Heer. Het koor zong het zo prachtig: Rorate caeli desuper et nubes pluant justum: Dauwt hemelen van boven en laat een regen van gerechtigheid over ons neerkomen.

Jan Broeders

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie