Het zevenvoudige pad: de doden begraven

Lezing: Lucas 7, 11-17

Op weg naar Pasen hebben we dit jaar een prachtig thema: werken aan barmhartigheid. Het is een zevenvoudig pad – bijbels genoemd in de zeven werken van barmhartigheid; schitterend verbeeld in de 7 panelen van Marjolijn Esser:

Barmhartigheid:

  1. die honger ziet,
  2. die een beker koud water reikt,
  3. die opzoekt,
  4. die troost,
  5. die thuisbrengt,
  6. die naaktheid kleedt,
  7. die in de doodsnacht waakt.

Alle zeven goed!

Het deelthema voor vandaag is: de doden begraven. In de 1ste lezing zullen we horen hoe aan de 6 goede daden uit Matteus 25 het begraven van doden is toegevoegd vanuit het boek Tobit. Voor dit barmhartige werk bieden we in de Boskapel veel ruimte. We zijn er niet alleen voor de mensen binnen de muren, maar ook voor kerk-ontheemden die toch op een zinvolle manier de laatste eer willen geven aan hun dierbare dode. En hoe vaak doen we de deur niet open voor hen, die elders tevergeefs aankloppen? Is het niet onbarmhartig om mensen met verdriet in de kou te laten staan?

Na de uitvaart begint de tijd van rouw, een vaak eenzame tijd. Het Evangelie over de weduwe van Naïn leert ons dat in het omzien naar mensen-in-rouw Gods’ barmhartigheid oplicht.

Overweging

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar bij mij roept dit Evangelie-verhaal op het eerste gehoor weerstand op. Doden weer tot leven wekken, zo fysiek als het hier wordt voorgesteld, nee! Misschien dat ze er in bijbelse tijden geen moeite mee hadden om zo de kracht van een profeet te laten zien, maar voor mij is het een sprookje, en voor sprookjes zijn wij niet hier gekomen. Als een mens gestorven is, een kind in dit geval, past stilte en nabijheid, geen grote woorden en vrome verhaaltjes.

Deze weerstand komt bij me op als ik dit verhaal zo onvoorbereid weer eens lees of beluister.
Maar dan word ik me er van bewust dat ik niet aan de buitenkant van het verhaal moet blijven staan. Het is met de Bijbelverhalen net als met alle poëzie en elke literatuur: je moet doorstoten tot de binnenkant, wil het geheim van de tekst zich prijsgeven. Er zit een taal áchter: de 2de taal! Zo gaat het in dit verhaal niet om het feit van een wonder, maar om de beweging die aangegeven wordt met ‘Hij gaf de jongen terug aan zijn moeder’.

Want weet je wel wat het voor een weduwe in Israël – van toen – betekende om je enigst kind te verliezen? Het betekende het verlies van je toekomst. Haar zoon was haar houvast voor de oude dag, de kostwinner en ook haar juridische vertegenwoordiger en beschermer. Vergelijk haar lot maar met een bijstandmoeder, nú. En dan kwam er nog bij dat in die tijd de dood van een jongen of meisje van onder de 20 werd gezien als een straf voor zonde van ouders of voorouders. Raar maar waar. Bij sommige stammen van Afrika en elders is dat nog zo. Het onverklaarbare wordt zo verklaard. De weduwe is dus haar sociaal-economische en religieuze positie kwijt. Ze wordt niet meer voor vol aangezien.

En dan komt Jezus – op weg naar Jeruzalem – de begrafenisstoet tegen. Een groot aantal mensen vergezelden de weduwe. Een werk van barmhartigheid! Het is een taak van de gemeenschap waar iemand bij hoorde om de overledene uit haar midden de laatste eer te geven en weg te dragen. En de nabestaande te ondersteunen, maar daar zou deze weduwe aan tekort komen.

Ook Jezus gaat erop af. Hij gaat dicht bij de lijkbaar staan, naast de weduwe. Hij raakt het dode lichaam van de dode aan en roept hem tot leven. En geeft hem terug aan zijn moeder.
En daar gaat het om, want daarmee wordt gezegd dat ze weer volledig wordt opgenomen in de gemeenschap!

Het verhaal wil ons dus vooral iets zeggen over de barmhartige bewogenheid waarop Jezus omgaat met mensen die achterblijven en door het sterven van een geliefde plotseling voor de vraag staan: hoe nu verder? Zelfs de dood houdt Jezus niet tegen.

Tijdens een gesprek over dit Evangelie werd aan de deelnemers gevraagd: wat zou jij doen als je deze weduwe die haar kind verliest en daarmee haar toekomst kwijt is, zou tegenkomen:

-Een eerste zou tegen haar zeggen: ‘Probeer je vast te houden aan wat je nog wel hebt. Misschien heb je nog een goede buur of familielid; of probeer je vast te houden aan het feit dat je zelf nog zo gezond bent’.

-Een ander zei: ‘Ik zou mijn arm om haar heen slaan en haar heel sterk laten voelen, dat ik bij haar wil zijn en dat ik haar op een of andere manier wil ondersteunen’

-Weer een andere vulde aan: ‘Ik zou ook samen met haar aan haar verdriet willen werken, zoeken naar een nieuwe toekomst. Haar kind teruggeven kan ik niet, vechten voor een beetje nieuw leven wel’.

Maar… De opwekking van een nieuw leven gaat niet zo snel als in een kort verhaal wordt weergegeven. Het gevecht om opnieuw richting en houvast te vinden duurt lang.

De manier waarop Jezus dicht bij de weduwe staat, terwijl Hij zelfs de barrière van de dood moet passeren, leert ons iets van zijn barmhartigheid. De barmhartigheid van God-zelf wordt daarin voelbaar, getuige de uitroep van de grote menigte om de weduwe heen: ‘God heeft zich om zijn volk bekommerd!’

Wanneer brengen mensen voor míj dat Geheim – of hoe je God ook noemen wilt – zo dichtbij dat ik het kan ervaren? Het antwoord zal van persoon tot persoon verschillen:

  • God licht op voor mij als mensen door en door goed zijn voor een ander, zacht, welwillend en mild, soms tegen alles in.
  • Of : als iemand begaan is met zieken en bejaarden, ook als ze lastig zijn.
  • En: Waar mensen op elkaars grenzen stoten en daar niet voor weglopen, maar proberen elkaar te accepteren.
  • Of: Als twee mensen elkaar na vele kwetsuren vergeven en van elkaars kwetsbaarheid en weerloosheid gaan houden.
  • En: Als mensen zo geraakt zijn door het onrecht in deze wereld dat ze niet meer anders kunnen dan zich daartegen met al hun vezels verzetten.
  • Of naar aanleiding van het thema van vandaag: waar mensen bij het verlies van dierbaren elkaar nabij zijn, elkaar troosten en steunen en zo behoeden voor wanhoop en vertwijfeling.

Al deze verschillende ervaringen rond de gezichten van God hebben één taak gemeen: ze komen aan het licht in de barmhartige bewogenheid van mensen, tegen alle barrières in. In mensen die omzien naar elkaar, omdat ze met elkaar begaan zijn. Daar ziet God om naar zijn volk en worden mensen weer tot leven gewekt.

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie