Geloven in iets of in iemand

Lezing: Johannes 14, 8-14

Zoals jouw vriend, vriendin, partner, een iemand is en geen iets, zo is ook God een iemand, geen iets. Je gelooft in iemand, niet in ‘iets’.

Vandaag vieren we ons geloof in een God die ervaren wordt als Vader – Zoon – en Geest: Drie een. Maar in de eerste lezing zullen we nog veel meer namen van Hem horen.

Overweging

‘Het Nederlands katholicisme heeft zoveel aan vitaliteit ingeboet, omdat steeds meer katholieken in dit land niet meer geloven in een persoonlijke God’. Aldus Peter Nissen, hoogleraar kerkgeschiedenis en decaan van de Theologische Faculteit Nijmegen en vaderlandse vraagbaak rondom de pauskeuze een maand geleden, tijdens zijn lezing in het Augustijns Centrum de Boskapel over de vraag hoe wij naar een inspirerende kerk kunnen groeien.

Met een ‘persoonlijke God’ bedoelde hij niet mijn God en jouw God, maar God die een persoon is. Velen van ons, zo vertelde Nissen, hebben het geloven in God ingeruild voor het geloof in ‘iets’. Het nieuwe geloof heet het ‘iets-isme’. Het min of meer vaag besef dat er ‘iets’ moet zijn, wat het horizontale te boven gaat.

Het geloof in God als een ‘iemand’ kunnen velen zich niet voorstellen. Nissen noemde het ‘iets-isme’ een crisis in het geloof, en verdamping van het Godsbeeld.

Als we niet meer geraakt worden door Gods barmhartigheid, als we niet meer over God spreken en tot Hem bidden, kunnen we onze kerken beter sluiten.

De kerken zijn er niet om het ethisch-cultureel erfgoed te bewaren; daarvoor hebben we onze scholen en musea. In kerken wordt het verhaal levend gehouden over God, als iemand die zich openbaart en geschiedenis schrijft met mensen. In kerken vertellen mensen, zingend, biddend en overwegend wat God in hun leven betekent.

Tot iemand kun je wel bidden en zingen, niet tot iets. Volgens Peter Nissen is het dan ook hard nodig dat we de crisis van het ‘iets-isme’ te boven komen, en dat kunnen we bereiken door geloofsverdieping. Mensen zullen niet afkomen op kale kerken en magere missen. Het zijn de warme geloofsgemeenschappen met en geprofileerde spiritualiteit die aantrekken. Zij maken keuzes en nemen stelling.

Er zullen er wel meer zijn, maar Peter Nissen noemde 3 plekken in Nijmegen met een geprofileerde spiritualiteit:

  • de Emmanuël-gemeenschap aan de Berg en Dalseweg die zich profileert als een centrum van liturgie en activiteit vanuit de Rooms Katholieke leer en traditie;
  • de Karmel-gemeenschap aan het Keizer Karelplein, met een spiritualiteit die zich beweegt rond het Geheim van God en zich uit in contemplatie en een leven in zuster- en broederschap;
  • en het Augustijns Centrum de Boskapel met haar spiritualiteit van de gemeenschap wat zich uit in het samen op weg zijn naar God.

De toekomst is volgens Peter Nissen aan de geloofsgemeenschappen die zich bewust zijn van hun eigenheid en dat ook uitstralen. Dan kunnen mensen kiezen voor de kerk die bij hen past: een orthodoxe, een meer contemplatieve, of één met meer nadruk op de gemeenschap.

Juist vanuit onze geprofileerde spiritualiteit noemde Peter Nissen de Boskapel een plek van hoop. Mooi dat hij dat zo zegt, maar ook een hele uitdaging. Je kunt er niet lekker bij achterover leunen. Het samen op weg zijn naar God vraagt om voortdurende verdieping. Want God is geen bezit, maar een schat die er om vraagt om opgedolven te worden.

Er zijn verschillende oorzaken aan te geven waarom die schat bij zo velen dof is geworden of zelfs verdwenen:

  • veel mensen kunnen God geen plaats geven bij het persoonlijk leed dat hen is overkomen; ze vragen zich af waar Hij toen was;
  • er zijn ook mensen die hun geloof vaarwel zeggen omdat er in Gods’naam zoveel oorlogen zijn en worden gevoerd. Dan kun je maar beter geen God hebben;
  • en dan heeft in onze tijd de verwondering om het Geheim soms plaatsgemaakt voor het bijna superieure gevoel dat wij alles kunnen.
  • maar volgens mij werken onze kerken ook zelf mee aan de verdamping van het Godsbeeld door een geloof te prediken en een geloofstaal te spreken waar het huidig levensgevoel en het hedendaagse taalgebruik niks mee kan.

De Vader, de Zoon en de H. Geest worden in vaststaande dogmabeelden gegoten, zonder beweging, buiten je gevoel om. In naam van God worden oordelen uitgesproken waardoor mensen zich veroordeeld voelen om wie ze zijn of wat ze doen. Van zo’n God neem je afstand. Tot deze God wordt gebeden als tot iemand die ver weg staat, die zoveel groter en machtiger is dan de mens. En je voelt geen verbinding.

Maar Jezus leert ons een God kennen tegen wie ik ‘Jij’ mag zeggen. “Wie mij gezien heeft”, zegt hij vandaag tegen Fillipus, “heeft God gezien: een Vader met een ruim hart, waarin plaats is voor velen”.

Geen God de Vader op een troon dus, tussen kaarsen. Blaas de kaarsen maar uit en zoek zijn vonk tussen de mensen en je diepste zelf. Dan laat je de Geest van Jezus Christus toe, en wordt het Pinksteren, steeds opnieuw!

Als de Boskapel een gemeenschap is van mensen die samen op weg zijn naar God, dan moeten we er alles aan doen om die God meer ervaarbaar te maken voor de mensen van deze tijd. Daarvoor is het niet nodig om je over te geven aan het iets-isme. Maar je mag God wel aanspreken vanuit jouw diepste ervaring, vanuit het beeld dat jij van Hem hebt. De eerste lezing gaf ons een veelkleurige opsomming. In al die namen licht iets op van ons diepste zelf, daar waar het Woord met een hoofdletter schuilt en fluistert.

Als we zo samen op weg blijven naar God toe, treden we in het voetspoor van de augustijnen, die ons deze plek van hoop gegeven hebben.

En we openen toekomst voor de velen die temidden van het schrale iets-isme verlangen naar meer…

Als we onze schat maar genoeg laten stralen!

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie