Forumdiscussie ‘Verlangen beweegt jou’

Verslag van de forumdiscussie op de themadag ‘Verlangen beweegt jou’, door Rudolf van Dijk o.carm.

Inleiding

Ter opening van het forumgesprek kregen de drie uitgenodigde forumleden gelegenheid zelf iets te zeggen naar aanleiding van het thema van deze dag.

Laetitia Aarnink getuigde dat zij rond 1970 op zoek ging naar haar religieuze wortels in de Schrift en bij de Vaders. Sindsdien is voor haar geloven, bidden: het niet kunnen laten te blijven zoeken. “Ik moet er niet aan denken God te vinden. Ik zou het niet aan kunnen. Ik voel mij thuis in het verlangen, in het loslaten van zekerheden”.

Mario de Groot vertelde dat zij op haar 18-jarige leeftijd verlangen naar religieus leven ontdekte. Omdat zij zich niet wilde aansluiten bij een bekende orde of congregatie, is zij met andere zoekende mensen begonnen aan een huisgemeente. Daarbij bewoog haar de vraag hoe je de Kerk bij de mensen kunt brengen. De huisgemeente heeft verschillende fasen van telkens een tiental jaren gekend (opvang van mensen, Kerk-zijn nu, mediteren, spiritualiteit). Zoeken is steeds de rode draad gebleven, evenals de wijze waarop het zoeken blijft: door werk, verdieping en studie.

Jac Janssen heeft onderzoek verricht naar het geloof van jongeren, vanuit de vraag wat er in een cultuur zonder veel ‘kerk’ aan verlangen overblijft. De resultaten zijn verrassend. Van de zestien Europese landen scoort Nederland het laagst inzake kerk-zijn, maar staat in de praktijk van het bidden op de derde plaats. Kloosters hebben wachtlijsten voor bezoekers, maar staan vanavond nog open voor postulanten. Het verschijnsel van de ‘deeltijdnon’ of de ‘termijnbroeder’ verdient meer aandacht, nu het doen van ‘eeuwige geloften’ voor te veel jonge mensen te vroeg te eeuwig is.

“Veel mensen hebben een langer of korter kloosterverleden, dat vaak onvoldoende verwerkt is.”
Zij hebben moeite met de breuk die hun vertrek heeft betekend ten aanzien van een belofte die zij als levenslang bedoeld hadden. Kloosterlingen die uittraden, vertrokken met de noorderzon. De gemeenschap zag hen nooit meer terug: er rustte een taboe op kloosterverlating. Daarom zou een lidmaatschap in deeltijd een nieuwe optie kunnen zijn. Maar ook zonder deze mogelijkheid moeten wij het aandurven ruimte te creëren voor nieuwe vormen, zonder dat die meteen door het Kerkelijk Wetboek gedekt worden. Kerkelijke regels op zich zijn niet erg bevorderlijk voor nieuwe vormen. Het is daarom belangrijk eerst te laten groeien en gedijen, kans en ruimte te geven. Een dergelijke mogelijkheid – het kloosterleven gedurende een bepaalde periode delen – bieden sommige kloosters. Zij hebben oog voor de ‘dynamique du provisoire’ [dynamiek van het voorlopige]. Het zou de moeite waard zijn eens te onderzoeken wat het succes van Taizé is.

“Zoeken is goed, maar mag je ooit zeggen dat je gevonden hebt, na zo lang gezocht te hebben?”
Het gevaar van vinden is dat het zoeken ophoudt. Wij moeten leren dat het niet erg is, als je in geloof moet toegeven: ‘ik weet het niet’. Juist in die erkenning schuilt het zoeken, dat zijn bron in verlangen heeft. Het zoeken naar vormen is de veruitwendiging van het verlangen zelf. Ook in de afwisseling van vormen blijft het zoeken. Er kan van dit zoeken veel kracht uitgaan. De ervaring van veel oriëntatieweekends is dat je meer ontvangt dan wat je zocht, omdat er meer gegeven werd dan wat er in je is. Juist die ruimte is zo belangrijk, want wij hebben de neiging vast te houden wat wij gevonden hebben en er te snel structuren voor anderen voor te maken. Het is veel belangrijker oog te hebben voor de ingewikkelde omvormingsprocessen die zich voltrekken in religieuze bewegingen en in mensen. Sommige jongeren worden het zoeken moe en willen gewoon weten waar ze aan toe zijn. Hoezeer je ook in het zoeken zelf kunt verdrinken, moet je het zoeken nooit opgeven. In het blijven zoeken worden wij immers ook gevonden. En gevonden worden houdt het zoeken in gang. Ofschoon er ook wel vasthoudende jongeren zijn, zijn de meeste echte zoekers. Zoeken is een aspect van ons mens-zijn. Het probleem van het vinden is dat je een keuze moet maken: blijf ik bij wat ik gevonden heb? Kloostergeloften impliceren op zich niet de herkansing die veel mensen in de huidige cultuur eigenlijk vragen. Je moet ook durven vinden, terwijl je tegelijkertijd weet dat het ware geloof niet te vatten is. Je weet pas wat een ‘relatie’ is als je er een hebt, niet als je er alleen maar over praat of naar verlangt.

“Gaat het om verlangen naar religieus leven of om religieuze verlangens van jong en oud?”
In deze vraag schuilt het gevaar dat wij de tussengeneratie (40-50 jaar) tussen jong en oud uit het oog verliezen. Uit een Tilburgs universitair onderzoek is gebleken dat 50% van de studenten thuis geregeld over religieuze onderwerpen praat. Ook de tussengeneratie trekt naar abdijweekends en onderneemt pelgrimages. Deze mensen ervaren een zekere onvrede met de huidige culturele situatie, maar hebben tevens het gevoel dat zij op een doodlopende weg lopen. Het is van belang hun verlangen en zoeken naar conversio (omkering) te richten en hun de weg naar de bronnen te wijzen. Het is een zaak van pastoraat deze bronnen voor hen te vertalen.

“Jongeren zoeken, vragen om antwoord, maar worden afgestoten door de antwoorden die te snel gegeven worden.”
Een van de geheimen van Taizé is de vrijheid die de broederschap de duizenden jongeren geeft, terwijl deze er ook een uitdaging krijgen die niet vrijblijvend is. Als de oude tradities zorgvuldig worden overgedragen, blijken ze zuiverend te werken. Wat in parochiekerken aan traditie wordt overgedragen, is vaak verstard en bloedloos. Maar in een andersoortige gemeenschap, zoals een huisgemeente, kun je op een nieuwe manier met eeuwenoude traditie kennis maken en er (opnieuw) van leren leven.

Deze ervaring roept het belang van goede vormen van geestelijke begeleiding op. Een dergelijke begeleiding is belangrijk voor problematische mensen, maar ook voor terminale patiënten. Je moet zekerheden durven loslaten, uiteindelijk de zekerheid van het leven. In dit opzicht zijn sommige ouderen geestelijk heel wat jonger dan sommige jongeren. Geestelijke begeleiding helpt ons houvast te vinden in het loslaten van onze eigen zekerheden. Daarbij gaat het niet om het aanreiken van nieuwe leerpunten, maar in het meegaan met iemand die zijn eigen weg moet gaan in het Mysterie van God. Dit vraagt van de begeleider de discipline van het dubbele luisteren: naar de ander, naar zichzelf – vanuit de vraag: durf ik met jou over water te lopen? Geestelijke begeleiding is: met de ander op weg gaan vol openheid voor Gods weg met hem of haar. De geraaktheid van de ander geeft de beste zekerheid of je met hem op de goede weg bent.

“Wat blijft er over van het religieuze leven in gemeenschap, als mensen alsmaar individueel blijven zoeken?”
De religieuze ervaring komt als een persoonlijke inbreuk. Het is belangrijk voor mensen om die ervaring te kunnen delen en er vorm aan te geven. Er zijn structuren en vormen nodig waarin je met anderen die ervaringen kunt delen. Welke plekken zijn ervoor geschikt, welke vormen zijn goed, waar word je niet ingepakt en vastgelegd?

Daarbij gaat het om een ruimte die door geen ander belang wordt beheerst dan elkaar het religieuze leven mogelijk te maken. Het doel is immers God; het middel is de vorm. Structuren zijn weliswaar onmisbaar, maar ze zijn aan verandering onderhevig en hebben nooit het laatste woord. Het probleem van de huidige tijd is dat veel vormen van religieus leven verloren gaan. De Kerk moet veel meer moeite doen om op dit gebied een gezond management te ontwikkelen. Bisschoppen zijn teveel gefocust op mensen die voor het pastoraat gekwalificeerd zijn. Zij hebben te weinig oog voor de kern van het pastoraat: de relatie van de gelovige tot God, de medemens, zichzelf. Wat dit terrein betreft, bieden de orden en congregaties voldoende ruimte waarvoor niet de hoge drempels van dogma’s en voorschriften liggen. Maar in de media – met name de TV – wordt een eenzijdig beeld getoond: slechts bepaalde (meer fotogenieke) modellen van religieus leven krijgen de volle aandacht, zoals in de diverse abdijseries. Er zijn tal van minder opvallende vormen van religieus leven waar mensen mee kunnen kennismaken, waar structuren zijn van vorming, binding en voortgaande vorming. De PR is een grote kracht, die hier gemist wordt. Sommige vormen van religieus leven hebben voldoende uitstraling om de PR-steun te kunnen missen. Maar veel meer andere vormen verdienen breder in het licht gesteld te worden.

“Sommige vitale plekken hebben een slechte pers, die eerder het gevolg is van een ingrijpen van hogerhand dan van eigen problemen.”
Volharding is hier de enige weg. Je moet in jezelf blijven geloven, voortgaan op de ingeslagen weg, niet alles laten afhangen van de vraag wat er wel en niet mag. De kerk is niet alleen Rome of het Vaticaan, maar elke plek waar mensen in Zijn Naam samenkomen. Iedere religieuze gemeenschap begint op dit punt. De meeste orden en congregaties zijn gegroeid tegen de ‘verdrukking’ in. Weerstand van hogere kerkelijke autoriteiten is uiteraard een reëel probleem, dat de strijd om te zoeken en het beste te bewaren niet eenvoudig maakt. Kerkelijk geëngageerde jongeren hebben in hun leeftijdsmilieu gewoonlijk veel uit te leggen. Zij worden gemakkelijk met dogmatische en morele voorschriften geïdentificeerd. De waarheid is dat structuren niet meer dan rasters zijn, waarop de klimop vooral zelf groeit. De boodschap dat je welkom bent, is de meest wezenlijke. Dan word je als jongere geraakt.

“Religieuzen kennen zich een te bescheiden rol toe.”
Met deze oproep werden de religieuzen door leken onder de deelnemers uitgedaagd meer voor hun identiteit uit te komen. Zij vertegenwoordigen ook in Nederland een zo lange en rijke religieuze traditie, dat meer bekendheid hiermee een weldaad voor veel mensen zou kunnen zijn. In dit opzicht hebben zij een maatschappelijke rol die nog niet uitgespeeld is, zolang het nog niet te laat is. Nederland verdient het méér van zijn vele religieuzen te genieten.

Slotwoord

Als dagvoorzitter namens de organiserende Werkgroep Kloosterpastoraat Oostelijk Noord-Brabant en Gelderland vatte Rein Vaanhold, prior van het kruisherenklooster te Uden en bestuurslid van de Kruisheren in Nederland, de themadag samen als een draagvlak van prikkelende gedachten en observaties waarin het verlangen een wezenlijke plaats heeft. Ook religieus leven is een vorm van leven waarin de geest sterker dan de leer is. Dat bewijst een crisis, die je in staat stelt opnieuw keuzes te maken doorheen wat verstard en vermolmd is geraakt. Door dialoog kun je in vrijheid loslaten wat niet beklijft en aan oude waarden nieuwe zeggingskracht ontdekken. Alleen al hierom is het behoud van vitale plekken van religieus leven tevens een kwestie van overleven voor de Kerk als geheel.

Dit bericht is geplaatst in Teksten. Bookmark de permalink.

Geef een reactie