De stem van de stilte

Lezing: 1 Koningen 19, 6-13: Elia’s vlucht

Openingsgebed

Eeuwige, jij die aan het begin staat van de geschapen wereld, laat ons in alle rumoer om ons heen weer de stilte te ontdekken, de stilte zoals deze heerste op de eerste dag. Laat ons in die stilte tot onszelf komen en het antwoord zoeken op onze diepste vragen en problemen. Wij danken je voor de mensen die ons de rijkdom van de stilte weten te wijzen. Laat ons ontdekken dat wij in de stilte Jou kunnen ontmoeten, en leer ons de taal spreken die geen woorden nodig heeft.

Overweging

In het verhaal over de profeet Elia, zoals we dat zoëven uit het boek der Koningen aanhoord hebben, is er één misschien onopvallend detail dat vanmorgen naar voren gehaald kan worden. Elia is ten einde raad, zijn opdracht is niet volbracht, en koningin Isebel heeft gedreigd hem ter dood te brengen. Hij wordt door God aangesproken in de nacht, terwijl hij ligt te slapen in een spelonk van de berg Horeb, de berg van God. Hij moet naar buiten komen. Daar zal hij God ontmoeten. Niet in de alles verwoestende stormwind is God, niet in de aardbeving die daarna kwam, en niet in een bliksemend vuur. Nee, God hult zich in het gefluister van een zachte bries, en als Elia dat hoort, bedekt hij zijn gezicht. Dan kan het gesprek tussen hem en God beginnen.

Dat beeld: God die te vinden is in de stilte van een fluisterende bries, ver weg van het geweld van de storm, het dreigende gerommel van de aarde, het alles verslindende vuur; dat beeld is ook kenmerkend voor onze samenleving. Wij vinden God niet in het kabaal en de drukte van alledag die zoveel nodeloos stof doen opwaaien, niet in het tumult waarmee mensen de aarde en alles wat daarop leeft geweld aandoen, niet in heftige gebeurtenissen die onze gemoederen verhitten. God laat zich ontmoeten in de weldadige stilte van de natuur, in de stilte die heerst in onze binnenkamers. Stilte is meer dan afwezigheid van lawaai en onrust, het is de voedingsbodem en het klimaat waarin het leven zijn puurste vorm krijgt.

Er zijn plekken waar die stilte beleden wordt, deel uitmaakt van de dagorde. Onlangs heeft tv-presentator Leo Fijen verslag gedaan van zijn reis langs abdijen en kloosters waar de abt, de prior of de abdis van vaderlandse bodem stammen. Hij sprak met hen over stilte en eenzaamheid, over tijd en eeuwigheid, over God en schepping. Eén van zijn gastheren, abt van het trappistenklooster in het bedevaartsoord Mariawald in de Eifel, vertelt hem: “Ik ben graag in de stilte van de natuur. Daar hoor ik eigenlijk altijd wel wat, zoals het ruisen van de wind en het fluiten van de vogels. Het is praktisch onmogelijk dat ik helemaal niets hoor. En als dat wel het geval is, dan begin ik mijn eigen hartslag te horen. Stilte doet me denken aan water. Als dat lang stil staat, kan ik er beter doorheen kijken. Bij de stilte is het net zo: ik krijg inzichten en doorkijkjes die me anders nooit ten deel zouden vallen. Daarom kan ik niet zonder de stilte leven. Stiltemomenten zijn levensnoodzakelijk.”

Zover te komen in het zoeken van stilte is niet gemakkelijk. Een andere abt, overste van het trappistenklooster op Caldey Island in Ierland, vertelt:

“Als ik niet bang ben voor de leegte, pas dan kan er ruimte komen voor de ander en God, pas dan kan ook ik gevonden worden door God en de ander. Maar dat gaat niet zonder innerlijke stilte. Vooral in de nacht kan de stilte beklemmend zijn, omdat dan de diepste gevoelens van je hart kunnen opspelen. Voor die stilte moet je niet weglopen, maar wachten totdat er echt innerlijke rust komt.”

Dat gesprek vond plaats terwijl ze op het gras zaten bij de kliffen, op het hoogste punt van het eiland.

“Alles om ons heen beweegt (zo ging hij verder) de vissen, de vogels, de golven, de wind. De beweging van die grote schepping maakt ons kwetsbaar, laat ons voelen hoe klein we zijn, doet ons stil zijn. Soms kunnen we niet anders dan stil zijn, want alleen in de stilte horen en voelen we de beweging. En wie beweging meemaakt, voelt het leven. Zonder beweging ga je dood. Dus houd je mond, wees stil en leef. En dan kan God echt bij je komen. Want God is waar jij en ik thuiskomen. Dat is een stille aanwezigheid op de bodem van ons hart. Daar ervaren wij dat het goed is, ook al lijkt de wereld om ons heen totaal niet te kloppen. Het is goed, jij en ik zijn verbonden met Hem.”

Dat zijn twee getuigenissen uit de wereld van het beschouwende leven, van mensen die God zoeken in de stilte en de afzondering. Wijze en behartenswaardige woorden, herkenbaar en begrijpelijk ook, maar moeilijk te verwezenlijken. Toch zien wij om ons heen, in het leven van alledag, ook tekenen van verlangen naar stilte, verdieping en rust. Dat verlangen groeit naarmate de drukte en het jachtige tempo in onze samenleving toenemen, onze agenda’s voller raken en de mobieltjes vaker afgaan.

Er zijn plekken waar je alleen of met elkaar stilte kunt ervaren, stilte kunt maken. In veel ziekenhuizen is tegenwoordig een stiltecentrum, waar patienten en bezoekers tot rust kunnen komen Er brandt een kaars, er heerst weldadige stilte die ruimte biedt voor gedachten, verlangens en gebeden, wie je ook in je nood wilt aanroepen.

De Stevenskerk heeft een stiltekapel, waar iedere vrijdag rond het middaguur een gebedsdienst is voor de vrede. Ik weet een natuurgebied waar de Stichting Natuur en Milieu een bankje heeft neergezet om de stilte te ervaren. Na allerlei metingen door het hele land blijkt dat plekje de stilste plek van Nederland te zijn.

Een andere weg op zoek naar stilte is bijvoorbeeld, je eigen plekje vinden in de weidsheid van een polder, in het talud van de rivierdijk met alleen het voorbijstromende water als accent van de stilte, onder de kruin van een machtige boom in een loofbos, waar de wind door de bladeren speelt.

Daar komt een mens tot rust, daar kom je tot jezelf, daar hoor je alleen de stem van de stilte.

In de weken die voor ons liggen — vakantie, vrije tijd, zomerse temperaturen, dolce far niente — krijgen we meer kans om op zoek te gaan naar stilte. In de afwezigheid van alle lawaai, al dat storende achtergrondgeruis wordt de stilte actief, hoort een mens antwoord op vragen die diep op de bodem van zijn hart liggen. Dat is de plek waar een mens helemaal zichzelf is, waar anderen met hun verwachtingen en eisen, met hun oordeel niet kunnen binnendringen. Het is de plaats van het zwijgen, waar God zelf in mij woont. Zoals Anselm Grün het in de eerste lezing zo beeldend zei: er is rondom ons een goede geest die ons de weg wijst naar die plek. Sluit je af voor alle geluid om je heen, en spits je op de komst van de engel van de stilte. Spits je oren, want hij loopt op kousevoeten.

Koen van Rossum

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie