De goede Herder

Vierde zondag van Pasen; lezing: Johannes 10, 1-10

Vanouds heeft de kerk aan deze zondag het woord ‘roeping’ verbonden, vandaar dus ‘roepingenzondag’. Het is de bedoeling dat we bidden om priester- en religieuze roepingen. “Vraag de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen”, zegt Jezus in het Evangelie. Want de oogst is een mensenmenigte groot. Maar waar zijn de herders, de pastors, de priesters?

Het tekort aan hen wordt steeds nijpender. Zijn de jongeren van tegenwoordig soms minder edelmoedig dan vroeger? Of gaat de kerkleiding niet met haar tijd mee, door priesterschap en celibatair-man-zijn nog steeds aan elkaar te koppelen?

“Er hoeft helemaal geen roepingencrisis te bestaan”, zei Schillebeexs al in 1980, “Want dat is het gevolg van verkapte opvattingen, die niet ontleend zijn aan de oorspronkelijke kerkelijke praktijk. Op basis van die oorsprong zijn er ook nu meer dan voldoende christenen die de roeping hebben om vóór te gaan in een geloofsgemeenschap.”

Je kunt restauratief denken en alles bij het oude laten; of je kunt pioniersachting denken, en nieuwe wegen banen voor de kerk van nu en van de toekomst.

Overweging

Tijdens zijn leven formeert Jezus een groep om zich heen, te beginnen met de twaalf waarvan we zojuist de namen gehoord hebben. Het is het begin van de Jezus-beweging, die tot doel heeft om van de wereld meer Gods’ maatschappij te maken, waar ieder tot zijn of haar recht dient te komen. Deze 12 apostelen worden uitgezonden als pioniers, die baanbrekend werk moeten verrichten temidden van de gevestigde maatschappijn waarin bezit en macht de dienst uitmaken.

Na Pasen kwam de nieuwe beweging pas goed op gang! Door een periode van rouw en angst heen, rijpte in de twaalf een nieuw zicht op Jezus’ leven en sterven. Hij stond op in hen en zij gingen doen wat Hij hen had voorgedaan: teken van hoop zijn, uitbeelden dat het kan: leven sterker dan de dood en ondergang; mensen, niet geboren om geen leven te hebben!

Velen voelden zich aangetrokken door deze nieuwe beweging en gingen meedoen. In de twaalf zagen ze hun leiders. En hun leiding bestond erin dat ze de groeiende groep van jezus-volgers motiveerden om door te gaan op de nieuwe weg ondanks alle tegenwerking. En ook gingen ze vóór in de samenkomsten, waar de Schrift werd geopend en het brood gebroken.

We weten allemaal dat in de loop der eeuwen het leiderschap in de kerk, het voorgangerschap, een ingewikkeld gebeuren is geworden, vastgeklonken in leer en dogma. Maar leer en dogma houdt veel mensen in deze tijd niet meer gaande. Wij voelen geen verbintenis meer met een kerk waar het er doods aan toegaat vanwege platgetreden paden en zielloos leiderschap. Helaas zien we om ons heen zoveel parochiegemeenschappen afbrokkelen. Soms komt dat door het restauratieve denken van een groep die de leiding heeft. Zij zweren bij ‘wat altijd is geweest’. Maar daarmee verlies je veel mensen die in het hier en nu leven. Het kan ook komen door het wegvallen van de leider, de pastor. Er is geen gangmaker meer. Het spookbeeld van afbrokkelende geloofsgemeenschappen bedreigt ook onze stad.

In zijn tijd werd Jezus diep bewogen bij het zien van die grote mensenmenigte, zonder leider, omdat ze verkommerden als schapen zonder herder.

Maar er zijn ook geloofsgemeenschappen die zich hun evangelische vitaliteit niet laten afnemen, noch door gebrek aan priesters, nog door een teveel aan restauratieve krachten. Temidden van wegkwijnend geloofsleven zijn ze zich ervan bewust dat dit leven in hén zit! Ze laten de doden de doden begraven, en gaan op zoek naar een plek waar Gods maatschappij al begonnen is, naar mensen die vanuit hun eigen hart en met de mogelijkheden van deze tijd volgens Jezus Christus willen zijn. Niet als kopieer-machine dus, maar met een eigentijdse invulling. Ook niet vanuit hypes, maar puttend uit de bronnen van spiritualiteit die vanuit verschillende religieuze bewegingen naar ons toestromen.

Zo zijn we ook in de Boskapel bezig om vanuit de augustijnse spiritualiteit een thuis te scheppen voor mensen die in het hier-en-nu leven. Die vaak geen relatie hebben met de traditionele kerk, maar wél een diep verlangen van méér. Waarnaar… waarheen?

Als je dan zo gemeenschap kunt zijn dat deze zoekers zich bij jou thuis voelen komen, dan schep je verbinding, dan wordt de beweging van Jezus Christus verfrist, versterkt door een nieuwe generatie volgers.

Maar om zó kerk te zijn moet je pioniersachting denken en platgetreden paden verlaten. Samen een weg banen waarop de idealen van Jezus Christus tot nieuw leven kunnen komen! Dat is een uitdaging voor ons hier aan de basis, en voor de kardinalen aan de top, die deze week een nieuwe paus gaan kiezen. Ik hoop dat het iemand zal worden die pionieren kan. Die de kerk bij de tijd brengt. Die ons niet zozeer de wet voorschrijft, maar voorgaat op de weg van onvoorwaardelijke liefde.

Een bezielende leider kan zoveel elan in mensen losmaken! Dan wordt het weer lente!

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie