De arbeiders in de wijngaard

Matteüs 20, 1-16

De laatste twee zondagen van september staan in de wereldwijde kerkgemeenschap altijd in het teken van vrede en gerechtigheid. Afgelopen zondag nam onze Amnestiegroep daarbij het voortouw. Vandaag gaan we in op het motto dat de vredesbeweging Pax Christi en IKV aan deze weken meegaven: SAMEN VERDER , ingegeven door de toegenomen spanning tussen verschillende bevolkingsgroepen, tussen autochtonen en allochtonen, tussen de aanhangers van de verschillende godsdiensten.

De moord op Theo van Gogh, najaar 2004, en de effecten die deze afschuwelijke gebeurtenis overal opriep, zoals brandstichtingen in gebedshuizen en scholen, betekenden in dit verband een dieptepunt en hebben geleid tot dit thema.

De bijbellezingen van vandaag zetten ons op een spoor dat nogal verschilt van de weg, die in onze samenleving veelal wordt gevolgd. Zij zetten ons ertoe aan ‘in Gods naam’, sámen als bondgenoten, te blijven werken aan vrede, aan goede onderlinge verstandhoudingen, en mensen te zijn of te worden vol van genade, die de naam van God niet misbruiken voor eigen gewin.

Overweging

Het motto van de vredesweek ‘samen verder’ is dit jaar ingegeven door de toenemende spanning tussen de allochtonen en autochtonen in ons land. En door het opkomend moslimfundamentalisme denk je vooral aan de problemen die worden veroorzaakt door stromingen van de Islam. Het is dan best een lastig vraagstuk over hoe we samen verder kunnen gaan.

Waar de één benadrukt dat de Islam in wezen een vreedzame godsdienst is, ziet de ander er vooral een dreiging uitgaan van moslims die hun politieke denkbeelden baseren op hun geloof. Omdat we hier niet met een politiek debat bezig zijn, maar met een liturgische viering, zou ik de overweging willen toespitsen op de vraag hoe christenen überhaupt moeten omgaan met verschillen in de samenleving.

De ander die niet bij je groep behoort, wordt vaak als een vreemde gezien. “Anderen” vaak omschreven als ‘zij’ tegen ‘wij’. In plaats van naasten worden we dan tegenstanders. Wat zegt het Evangelie vandaag over ‘samen verder gaan’?

Het verhaal over de werkers in de wijngaard is een antwoord van Jezus op de vraag van Petrus en de andere leerlingen of zij toch wel extra beloond zullen worden, omdat zij als eersten alles hebben prijsgegeven om mee te werken aan het Rijk van God. Een menselijke, herkenbare vraag, of niet soms? Voor wat, hoort wat! Ja, maar in zo’n parabel maakt Jezus duidelijk dat Gods goedheid zijn rechtvaardigheid nog overtreft!

De heer van de wijngaard betaalt de laatsten het eerst uit, zodat de eersten kunnen zien dat zij hetzelfde loon ontvangen. Maar … dat is toch niet eerlijk? ‘De laatsten mogen toch niet evenveel verdienen als ik, die de hitte van de dag heb gedragen’; daar hebben ze toch niet hun best voor gedaan?

Nu moeten we goed opletten, want hier ligt ergens de sleutel waarmee we de zin van deze parabel kunnen openen. Blijkbaar wordt iedereen — zonder uitzondering — door God uitgenodigd om mee te bouwen aan zijn Rijk van vrede en gerechtigheid. Hieruit trekt Augustinus de conclusie: “Kerk is kerk van de uitnodiging.” Er wordt niet gekeken naar afkomst, ras of geloof, iedereen is welkom om de handen uit de mouwen te steken.

Dat is het eerste leerpunt en het tweede volgt daaruit: alleen je hand ophouden, alleen maar rondhangen op het plein, leidt tot niets! Ook jij bent medeverantwoordelijk voor de bloei van de wijngaard. De eersten dragen de hitte van de dag; de laatsten zetten er ook hun schouders onder, want ‘ze zingen!’ staat er. Dat doet de heer van de wijngaard goed, dat ze hun hangplek opgeven; dat ook zij hun verantwoordelijkheid nemen, dat wordt beloond!

Helaas kennen we, ook in onze tijd, veel mensen die hun verantwoordelijkheid voor een leefbare samenleving níet nemen. Ze lantefanteren rond, trekken zich niets aan van hun plichten. De parabel van vandaag roept hen op om alsnog mee te werken aan de samenleving, het Rijk Gods; anders zul je er buiten vallen en kunnen we níet samen verder!

Maar we kennen helaas ook mensen die het niet kunnen hebben dat ook de laatsten die er dus wél hun best voor doen, niet zó meetellen als zij. Wie is niet gehecht aan een goede positie? Voordat je het weet ben je jezelf omhoog aan het werken over de rug van de ander. En zeker als je een heleboel voor de goede zaak hebt overgehad, juist zoals de leerlingen van Jezus, verwacht je toch eigenlijk wel dat er een beloning tegenover staat en heb je de neiging je van anderen te onderscheiden.

Jaloezie steekt nog al te vaak de kop op, zeker als er ergens iets te halen is. In hoeveel families ontstaan er geen problemen door erfeniskwesties? En allochtonen die ook hun handen uit de mouwen hebben gestoken, krijgen toch te horen dat ze het eigenlijk niet verdiend hebben in ons land dezelfde rechten te hebben als ‘gewone’ Nederlanders. En mensen die in de fout zijn gegaan, maar tot inkeer komen en weer mee willen doen, worden toch vaak op hun vroegere fouten afgerekend. Het zijn maar enkele voorbeelden, maar het onderscheid dat wij kunnen maken tussen ‘wij en zij’, waardoor ‘wij’ ons beter voelen dan ‘zij’ en waardoor een ‘samen-verder’ wordt bemoeilijkt.

Het Evangelie van vandaag maakt ons duidelijk dat als iemand niet wil, hij zichzelf buitenspel zet. Maar een mens van goede wil mag delen in Gods genade. God zal de zondaar die terugkeert, altijd vergeven, zegt de profeet Jesaia in de eerste lezing. Niet onmacht is onvergeeflijk, maar onwil. Blijkbaar mag ieder delen in Gods overvloeiende goedheid, ook degenen die pas ter elfder uur tot inkeer zijn gekomen en mee gaan doen.

God, namens wie Jezus spreekt, heeft blijkbaar zo zijn eigen gedachten over de samenleving. Hij is soeverein. Hij laat zich niet voor het karretje spannen van hen die menen Hem te kunnen voorschrijven hoe te denken en te handelen. Hij is vrij om te doen en laten wat hij wil; zo wordt ons vandaag duidelijk gemaakt. Hij is en blijft rechtvaardig, maar zijn overvloeiende goedheid overtreft die rechtvaardigheid nog. Dat valt Hem toch niet kwalijk te nemen?

Gelukkig kennen wij ook mensen, die híer gestalte aan geven, die zo genadig zijn als God. Ik kén zulke mensen, christenen, moslims, zwart en blank, en het is een voorrecht ze in je leven tegen te komen. We hebben behoefte aan zulke genadigde mensen, in de grote wereld en in onze eigen leefomgeving, juist met het oog op vrede.

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

2 reacties op De arbeiders in de wijngaard

  1. Beheerder schreef:

    Dank u. Gecorrigeerd.

  2. muk mukkum schreef:

    13e alinea tweede zin: autochtonen???

Geef een reactie